Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.2.6
9.3.2.6 General Comment No.1: The Aims of Education
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977366:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
UN Doc. CRC/GC/2001/1, par. 15-19; vgl. J.H. de Graaf, De doelstellingen van onderwijs: General Comment No.1 nader beschouwd, NJB 2018, 20, p. 1460.
Oomen & Vrolijk NJCM 2010.
B. Oomen, Mensenrechten in Nederland, (oratie UU): Utrecht 2011. Oratie als hoogleraar Sociologie van de mensenrechten, in 2009 als hoogleraar Rechtspluralisme UvA: Mensen- en kinderrechten: de gemiste kans van het burgerschapsonderwijs, 2009, p. 100-107 en Universele rechten, lokale gerechten, Amsterdam: UvA Vossiuspers 2010.
Vermeulen 2005, p. 775.
Ibid., p. 776.
J.C.M. Willems, ´Rechten van het kind’, NJB, 30 november 2001, p. 2091-92.
Coomans 1992, p. 61 en De Groof 2004.
Vgl. Mentink & Vermeulen 2011 en Rijpkema e.a. 2014.
Trb. 1969, 99, p. 111.
Trb. 1969, 100/1975, 61.
Trb. 1990, 46.
Laemers 1999, p. 87-88.
Noorlander 2005, vol.1, p. 77; F.M.C. Vlemminx, ‘Hoe supranationaal is de rechtsorde van het EVRM?’, in: Getuigend staatsrecht, Nijmegen: WLP 2005, p. 213 e.v.
Vgl. H. Meijers & A. Nollkaemper, ’De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bevat thans bindend verdragsrecht’, NJB 20 juni 1997, 25.
Trb. 1952, 80.
Minima moralia
Het General Comment no. 1 (The Aims of Education) van het Comité voor de Rechten van het Kind gaat in op de strekking van de doelbepalingen.1 Daarin is permanente aandacht vastgelegd voor de mensenrechteneducatie, niet alleen in juridicis, maar ook én vooral voor de basiswaarden en de praktijk van de mensenrechten. Dit heeft volgens het Comité in veel landen een herziening van curricula tot gevolg.2 Oomen sluit zich bij deze zienswijze aan en acht de mensenrechten in Nederland, wat de uitvoering van de Verdragen betreft, voor verbetering vatbaar, evenals de aandacht van de scholen voor mensenrechten.3 Vermeulen acht de eisen van het Comité overigens te hoog gegrepen en pleit voor negatief te formuleren minima moralia.4
Burgerschapsvorming is een fundamenteel grondrecht
In artikel 29 lid 1 IVRK staat ‘de opdracht tot het bijbrengen van elementaire beginselen van de nationale basiswaarden van democratie en mensenrechten’.5 Het IVRK staat een leven in een vrije samenleving voor (artikel 29).6 Het recht op onderwijs en vorming is een fundamenteel grondrecht.7 Burgerschapsvorming is een uitoefenbaar recht dat tot achttien jaar geldt, ongeacht de juridische status.
Recht op onderwijs in internationale verdragen
Bepalingen in artikel 26 lid 1 UVRM, artikel 2 Protocol 1 EVRM, artikel 13 lid 1 IVESCR, artikel 28 en 29 IVRK en artikel 7 lid 3 ESH (Europees Sociaal Handvest) bevatten het recht op onderwijs. Uit artikel 18 lid 1 IVBPR is het recht op onderwijs herleidbaar. Alle bepalingen over het recht op onderwijs zijn materieel vergelijkbaar.
Grondwet: herleidbaar recht op onderwijs
Onze onderwijswetgeving bevat naar de heersende opvatting geen expliciet, maar herleidbaar recht op onderwijs.8 Voor het gecodificeerde recht moeten de bepalingen in internationale verdragen uitkomst bieden, zoals de genoemde artikelen 26 UVRM9, 13 lid 1 en 3 IVESCR10, 28 en 29 IVRK11 en - door interpretatie - 18 en 19 IVBPR. Uit deze laatste bepalingen blijkt dat eenieder het recht heeft op vrijheid van denken, geweten en godsdienst en het recht zijn godsdienst of levensovertuiging te onderwijzen. Deze vrijheid impliceert de vrijheid onderwezen te worden: het recht op levensbeschouwelijk onderwijs is hieruit afleidbaar.12 Ook artikel 14 EU-Handvest bevat het recht op onderwijs.13
Recht op burgerschapsvorming
Het recht op onderwijs impliceert in de verdragsbepalingen14 het recht van kinderen op burgerschapsvorming. Dat ligt ook besloten in artikel 2 Protocol 1 eerste volzin EVRM (‘Niemand zal het recht op onderwijs worden ontzegd’). Het is een eenieder verbindende verdragsbepaling die met voorrang op de nationale wetgeving toepasselijk is binnen de Nederlandse rechtsorde (artikel 93 en 94 Gw).15 Het recht op een gelijke toegang tot het funderend onderwijs wordt beschermd, evenals het recht op onderwijs. Hieraan is de verplichting om kinderen te onderwijzen toegevoegd. Hiermee zijn de legitimaties van burgerschapsvorming, door normatieve democratietheorieën, de pedagogische opdracht en (inter)nationale rechtsbeginselen en -normen, besproken.