Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/II.3.3.3.1:II.3.3.3.1 Externe validiteit: scenario’s versus realistische plaatsen delict
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/II.3.3.3.1
II.3.3.3.1 Externe validiteit: scenario’s versus realistische plaatsen delict
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS451968:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
D. Carmel, E. Dayan, A. Naveh, O. Raveh & G. Ben-Shakhar, ‘Estimating the Validity of the Guilty Knowledge Test From Simulated Experiments: The External Validity of Mock Crime Studies’, Journal of Experimental Psychology: Applied 2003, 4, p. 261-269.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Carmel en collega’s wijzen op een extern validiteitsprobleem bij het afnemen van mock-crime GKT’s.1 Op een belangrijke manier wijken deze nagespeeldescenario’s (die tijdens wetenschappelijk onderzoek naar de GKT worden gebruikt) af van realistische plaatsen delict. In het laboratorium worden namelijk opvallende details voor de plaats delict geselecteerd en op een prominente plek geplaatst. Daarnaast worden de proefpersonen vaak geïnstrueerd goed op te letten en krijgen zij vooraf instructies (omdat deelname aan wetenschappelijk onderzoek moet zijn gebaseerd op informed consent) over het experiment. In hun onderzoek probeerde Carmel en collega’s dit probleem te ondervangen door een deel van de proefpersonen alleen de instructie mee te geven dat ze een CD-ROM uit een kamer moesten stelen. Daarnaast werden sommige proefpersonen direct na het nagespeelde strafbare feit onderzocht op daderkennis en anderen één week later.
Bij de analyse van de huidgeleiding (skin conductance responses) werden significante verschillen gevonden tussen de detectieratio in de standaard experimentele set-up en de meer realistische variant. In de standaard set-up – waar proefpersonen duidelijke instructies kregen – werd 71,4 procent (direct) en 80 procent (na één week) van de proefpersonen correct geclassificeerd. Bij de realistische set-up werd op beide momenten slechts 52,4 procent van de deelnemers correct als schuldige geclassificeerd. Overigens werd bij deze fysiologische maat (huidgeleiding) geen verschil gevonden tussen de directe en verlate afname van de GKT. Volgens de onderzoekers schort het aan de vertaalbaarheid van de GKT van laboratorium naar het gebruik in de praktijk. Bij de meer realistische set-up van het experiment bleven de detectieratio achter.