Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.6.2.1
5.6.2.1 Vernieuwbouw impliceert verbouwing
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291386:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 11 lid 5, onderdeel b Wet OB.
W.P. Otto, ‘Slopen of vervaardigen’, BtwBrief 2008/2 en Redactie V-N, aantekening bij HR 7 maart 2003, nr. 37.525, V-N 2003/15.23.
HR 7 maart 2003, nr. 37.525, BNB 2003/193, m.nt. Van Zadelhoff.
In gelijke zin: Van Zadelhoff, noot bij HR 7 maart 2003, nr. 37.525, BNB 2003/193.
De Europese Commissie heeft die term blijkens het rapport ter terechtzitting in de zaak Komen gebruikt in het door haar aan het Hof van Justitie voorgestelde antwoord op de prejudiciële vraag: “Artikel 13, B, sub g, van de Zesde btw-richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat van btw is vrijgesteld de levering van een gebouw waaraan voorafgaand aan de levering door de verkoper verbouwingswerkzaamheden zijn verricht ten dienste van het creëren van een nieuw gebouw (vernieuwbouw), wanneer de werkzaamheden die reeds waren verricht op het moment van levering op zichzelf onvoldoende waren om van het gebouw reeds een substantieel ander gebouw te maken.” In de Nederlandse literatuur werd die term al eerder gebruikt (zie bijv. W.A.P. Nieuwenhuizen, ‘Van Dijk’s Boekhuis – een achterhaalde of vergeten klassieker?’, NTFR 2008/647, p. 1, M.D.J. van der Wulp, ‘Interne levering: volledige aftrek+bestemmingswijziging’, BtwBrief 2009/19, p. 5 en A.F. Fruijtier en M.D.J. van der Wulp, ‘Slopen: niets is wat het lijkt?’, WFR 2010/383).
HR 3 oktober 2008, nr. 41.510, BNB 2009/25, m.nt. Van Zadelhoff.
HR 10 juni 2011, nr. 08/02791, BNB 2012/142, m.nt. De Wit.
Lidstaten hebben op grond van art. 12 lid 2, tweede alinea Btw-richtlijn de mogelijkheid om het criterium voor nieuwe gebouwen toe te passen op de verbouwing van gebouwen. In Nederland is sinds 11 juli 1997 expliciet opgenomen dat een oud gebouw weer als nieuw wordt aangemerkt indien door een verbouwing een vervaardigd goed is voortgebracht.1 Hoewel uit de parlementaire geschiedenis duidelijk is af te leiden dat een oud gebouw alleen weer nieuw kan worden door een verbouwing, bestond in Nederland ook na 11 juli 1997 de neiging om over de verbouwingseis heen te stappen en uitsluitend te toetsen of sprake is van de vervaardiging van een gebouw.2 Hierdoor is tot en met de Hoge Raad geprocedeerd over de vraag of een gedeeltelijk gesloopt gebouw kwalificeert als een vervaardigd gebouw. De Hoge Raad heeft die vraag terecht ontkennend beantwoord, omdat het enkel verrichten van sloopwerkzaamheden niet aan te merken is als een verbouwing.3 Het (gedeeltelijk) slopen van een gebouw bestaat immers uit louter destructieve handelingen, terwijl een verbouwing (ook) constructieve handelingen impliceert.4 Dat voor het door een verbouwing creëren van een nieuw gebouw de term ‘vernieuwbouw’5 wordt gebruikt is dan ook passend, aangezien hierin ligt besloten dat het weer nieuw worden van een gebouw plaatsvindt door verbouwingswerkzaamheden.
In de zaak Don Bosco haalt de Hoge Raad een oude koe uit de sloot door aan het Hof van Justitie de prejudiciële vraag voor te leggen of een gebouw dat ten tijde van de levering gedeeltelijk is gesloopt met het oog op vervanging van dat gebouw door nieuwbouw als de levering van een nieuw gebouw kwalificeert.6 In deze prejudiciële vraag ontbreekt de notie dat vernieuwbouw een verbouwing impliceert. Het Hof heeft de vraag van de Hoge Raad niet beantwoord, omdat naar zijn oordeel geen sprake was van de levering van een gebouw (zie paragraaf 5.7.2). In de zaak Komen heeft de Hoge Raad deze vraag nogmaals aan het Hof van Justitie voorgelegd. Opvallend – want in tegenspraak met zijn eerdere beslissing – is dat de Hoge Raad in de vraag vermeldt dat voor de levering van een gebouw door de verkoper verbouwingswerkzaamheden zijn verricht ten dienst van het creëren van een nieuw gebouw, aangezien uit de betreffende werkzaamheden (ten minste) uit enkele sloopwerkzaamheden bestonden.7 In het Komen-arrest heeft het Hof van Justitie duidelijk gemaakt wat de Hoge Raad eigenlijk al wist: de levering van een gedeeltelijk gesloopt gebouw waarbij de eigenlijke constructiewerkzaamheden pas na de levering volledig door de koper worden uitgevoerd, is geen levering van een nieuw gebouw. Kortom, vernieuwbouw veronderstelt dat aan het gebouw constructieve werkzaamheden zijn verricht.