Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/1.1.1
1.1.1 Het belang van fiscale geheimhouding
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285410:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk: Adriani & Van Hoorn 1954, blz. 263, Van Soest 1966, blz. 9 en Feteris 2007, blz. 1.
Douma e.a. 2019 (v/h De Blieck), blz. 100. Vergelijk: de Staatssecretaris van Financiën die eveneens stelt dat de fiscale geheimhoudingsplicht een belangrijke bouwsteen in ons fiscale stelsel is (brief Staatssecretaris van Financiën van 16 mei 2012 (notitie over inlichtingenrecht van parlement en fiscale geheimhoudingsplicht), Kamerstukken II 2011/12, 33 003, nr. 83).
Hertoghs 1986, blz. 45 e.v.
‘Keeping it Safe’ (OECD 2012), blz. 16. Vergelijk: “De belangrijkste voorwaarde voor de uitwisseling van inlichtingen is de garantie van de ontvangende staat dat de gegevens worden geheimgehouden” (Schenk-Geers 2007, blz. 446).
R.E.C.M. Niessen, Internationale uitwisseling van fiscale gegevens en andere bijstandsvormen, TFB 2016/2-1. In het rapport over de verkenning van de Kaderwet gegevensuitwisseling wordt betoogd dat de fiscale geheimhoudingsplicht behouden dient te blijven (brief Minister van Veiligheid en Justitie van 19 december 2014, Kamerstukken II 2014/15, 32 761, nr. 79, blz. 4 en blz. 7 en het als bijlage opgenomen rapport Kennis delen geeft kracht (Werkgroep Kaderwet 2014).
Par. 11 OESO-commentaar (met ingang van 17 juli 2012) op art. 26 OESO-modelverdrag 1992. Zie uitgebreider: Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, art. 26 OESO-modelverdrag 1992, aantekening 3.1.3 (online, geraadpleegd op 12 juli 2018). Vergelijk: de opschorting van gegevensuitwisseling met Bulgarije (brief Staatssecretaris van Financiën van 18 december 2019, Kamerstukken II 2019/20, 32 761, nr. 156 en brief Staatssecretaris van Financiën van 20 februari 2020, Kamerstukken II 2019/20, 31 066, nr. 606).
N. Diepvens en F. Debelva, The Evolution of the Exchange of Information in Direct Tax Matters: The Taxpayer’s Rights under Pressure, EC Tax Review 2015/4, blz. 216.
Dat is overigens breder dan alleen art. 67 AWR, want ook op het gebied van databeveiliging, datavernietiging, sanctiebepalingen en privacywetgeving wordt hieraan invulling gegeven. Zie ook: I.J. Mosquera Valderrama, Exchange of Information and the Rule of Law: Confidentiality and safeguards for the automatic processing of data in a world of big data, https://globtaxgov.weblog.leidenuniv.nl/2020/12/01/exchange-of-information-and-the-rule-of-law-confidentiality-and-safeguards-for-the-automatic-processing-of-data-in-a-world-of-big-data/ (online, geraadpleegd op 7 december 2020). Vergelijk: art. 55 Verordening (EU) 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (Pb EU 2010, L 268), art. 7.1 Wet fiscale arbitrage of het (strengere) art. 22 WABB-verdrag.
Dit onderzoek levert daarmee tevens een bijdrage aan het onderzoeksprogramma ‘Grenzen aan fiscale soevereiniteit’ (https://www.universiteitleiden.nl/onderzoek/onderzoeksprojecten/rechtsgeleerdheid/grenzen-van-fiscale-soevereiniteit (online, geraadpleegd op 10 december 2020)).
Het Belastingstatuut (1991) werd ingetrokken bij besluit Staatssecretaris van Financiën van 12 september 1994, nr. AFZ94/4398M.
Art. 3.1.7 Europese code voor de belastingplichtige (EC 2016).
Anders: Reuters 12 april 2016, Privacy, what privacy? Many Nordic tax records are a phone call away, https://www.reuters.com/article/us-panama-tax-nordics/privacy-what-privacy-many-nordic-tax-records-are-a-phone-call-away-idUSKCN0X91QE?es_p=8321828 (online, geraadpleegd op 12 januari 2019).
Het formele belastingrecht moet waarborgen dat het materiële belastingrecht behoorlijk wordt nageleefd.1 De geheimhoudingsplicht, als onderdeel van dat formele recht, is volgens Douma e.a. een essentiële bouwsteen van ons belastingrecht.2 Hertoghs kwam tot de conclusie dat het ambtelijk belang samenvalt met het private belang en dat dit gezamenlijk belang uiteindelijk een geordende, althans uitvoerbare belastingheffing dient.3 Ook in internationaal verband wordt door bijvoorbeeld de OESO in het rapport ‘Keeping it Safe’ opgemerkt dat geheimhouding “a key concern for tax administrations” is.4 Niessen stelt dat voor de verwerving van gegevens door de fiscus als internationaal breed gedragen principe geldt dat de fiscus is gebonden aan een strenge geheimhoudingsplicht.5 In het commentaar op art. 26 van het OESO-modelverdrag wordt daarom opgemerkt dat bijstand kan worden opgeschort als de verzoekende staat zich niet aan zijn geheimhoudingsverplichting houdt.6 Diepvens en Debelva beschrijven de verandering van de geheimhoudingsbepaling van art. 26 van het OESO-modelverdrag uit 1963 van “an absolute duty of confidentiality” naar “a relative duty of secrecy, indicating that information should only be treated as secret in the same manner as information obtained under the domestic laws of the requesting state” in de huidige verdragsbepaling.7 Bij internationale fiscale gegevensuitwisseling wordt het veelal feitelijk aan de desbetreffende staten overgelaten om concreet invulling te gegeven aan het algemene uitgangspunt van geheimhouding.8 Nederland heeft dit vastgelegd in art. 16 en art. 28 WIB. Deze studie heeft daarmee direct internationale relevantie.9 Het belang van geheimhouding wordt eveneens uitgedragen in onder meer het Belastingstatuut (1991),10 de Europese code voor de belastingplichtige (EC 2016)11 en de ‘Observatory on the Protection of Taxpayers’ Rights’ (IBFD 2020).12 Voor dit onderzoek wordt dan ook als uitgangspunt genomen dat er een bepaalde fiscale geheimhoudingsplicht moet zijn. In dit onderzoek geef ik een antwoord op de vraag hoe deze fiscale geheimhoudingsbepaling er zou moeten uitzien.