Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.3.c:7.3.3.c Decertificering gedurende of na de procedure
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.3.c
7.3.3.c Decertificering gedurende of na de procedure
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS602311:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de onder hiervoor (sub a) besproken zaak OK 19 april 1990, NJ 1990/546 (Thomassen) gaat het om de situatie waarin een certificaathouder zijn certificaten gedurende de procedure omwisselt voor aandelen en volgens de OK vervolgens alsnog gedagvaard moet worden. Zoals gezegd, acht ik deze beslissing van de OK juist. Anders Van den Ingh (1991), p. 220, echter zonder motivering.
Toch is deze situatie niet geheel ondenkbaar, zie OK 19 april 1990, NJ 1990/546 (Thomassen).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de vordering tot uitkoop ziet op gecertificeerde aandelen, doet dezelfde problematiek zich voor indien een certificaathouder gedurende de procedure of na het toewijzend arrest zijn certificaten omwisselt voor aandelen. Ook dan houdt de oorspronkelijke gedaagde niet langer de aandelen waarop de vordering of het gerechtelijke bevel tot overdracht ziet. Voor beide situaties geldt echter hetzelfde zoals hiervoor beschreven (sub a en b) voor de overdracht van de aandelen.1
Een vordering tot uitkoop op grond van de bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW kan voorts zien op certificaten (§ 6.2.3). In dat geval zijn er complicaties als een gedaagde zijn certificaten gedurende of na afloop van de procedure omwisselt voor aandelen.
Geschiedt de omwisseling voor aanvang van de uitkoopprocedure, dan moet de uitkoper de voormalig certificaathouder dagvaarden als aandeelhouder en de overdracht van zijn aandelen vorderen. Indien de gedaagde gedurende de procedure overgaat tot decertificering, hoeft de uitkoper de voormalige certificaathouder mijns inziens niet opnieuw te dagvaarden. De laatstgenoemde is immers reeds correct opgeroepen en de vordering tot uitkoop ziet nog steeds op de door hem gehouden stukken. De uitkoper kan volstaan met een eiswijziging op grond van art. 130 Rv, in die zin dat de vordering niet langer ziet op de overdracht van de certificaten, maar op de overdracht van de aandelen. Tot slot is het mogelijk dat de gedaagde zijn certificaten pas omwisselt na het eindarrest. Indien de voormalig certificaathouder niet vrijwillig voldoet aan het gerechtelijk bevel tot overdracht, is het de vraag of de uitkoper de overdracht van de aandelen door middel van consignatie kan bewerk-stelligen. Consignatie is een vorm van tenuitvoerlegging van het arrest (§ 10.4.2 sub c). Het arrest houdt echter de gedwongen overdracht van de certificaten in en niet de gedwongen overdracht van aandelen.
De wet biedt hier geen oplossing. De uitkoper kan het probleem ondervangen door in kort geding een verbod tot decertificering te vragen. De OK heeft deze bevoegdheid in de uitkoopprocedure niet, omdat een wettelijke basis hiervoor ontbreekt. Wel kan zij oplossing bieden door de gedaagden niet alleen te veroordelen tot overdracht van de certificaten, maar ook te veroordelen tot de overdracht van de aandelen indien decertificering heeft plaatsgevonden. De uitkoper moet dit dan wel vorderen. De vraag is overigens hoe reëel dit probleem is, omdat een administratiekantoor in de praktijk waarschijnlijk niet tot decertificering overgaat zonder voorafgaand overleg of de instemming van de meerderheidscertificaathouder.2
Deze onduidelijkheid is een extra argument voor de door mij bepleitte afschaffing van de gelijkstelling van bewilligde certificaten met aandelen in art. 2:359a lid 2 BW (§ 6.2.3).