Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.2:7.3.2 De certificaathouders
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.2
7.3.2 De certificaathouders
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS595334:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus de OK expliciet in OK 28 september 1989 en 10 mei 1990, NJ 1990/175 (Twijnstra Gudde).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een uitkoper kan op grond van de algemene uitkoopregeling in art. 2:92a/201a BW geen vordering tot uitkoop instellen jegens certificaathouders. Zij behoren immers niet tot de gezamenlijke andere aandeelhouders.1 Hij kan in dat geval op grond van art. 2:92a/201a BW alleen de overdracht van de gecertificeerde aandelen vorderen (hierna sub a).
Voor de bijzondere uitkoopregeling in art. 2:359c BW ligt dit anders. De certificaathouders worden ingevolge art. 2:359a lid 2 BW voor deze regeling gelijk gesteld met aandeelhouders (§ 6.2.3). Deze gelijkstelling heeft tot gevolg dat een vordering op grond van art. 2:359c BW ook betrekking kan hebben op certificaten. Dit heeft logischerwijs ook consequenties voor de vraag wie gedagvaard dient te worden (zie hierna sub b).
7.3.2.a De algemene uitkoopregeling (art. 2:92a/201a BW)7.3.2.b De bijzondere uitkoopregeling (art. 2:359c BW)7.3.2.c De positie van het administratiekantoor en de certificaathouders7.3.2.d De houders van buitenlandse instrumenten zoals depositary receipts