Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/2.5.4.4
2.5.4.4 Andere participaties
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186477:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/304, Kelterman & Baggerman 2018 e. v. en Wolf 2013, par. 3.7.
Zie daarover de toepasselijke voorwaarden en Van Eck, Lutz & Krol 2015, p. 93.
Zie over stemrechtloze aandelen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/307 en Wolf 2013, over participatiebewijzen Eisma 1991 en Blanco Fernández & Schwarz 1992, over winstbewijzen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/325 en Kelterman & Baggerman 2018. Zie over de participatiereserve van Flora Holland de statuten van Flora Holland, te raadplegen op www.royalfloraholland.com/media/390527/Statuten.pdf en verder: Hof ’s- Gravenhage 3 juni 2014, JOR 2014/221 (Rabobank/Timmer q.q.) en Rb. Amsterdam 4 maart 2015, JOR 2016/38 (Kuijper q.q./Rabobank). Overigens is FloraHolland geen kapitaalvennootschap maar een coöperatie. Zie ook Vermaire 2015 en Boeve 2015.
Zie Eisma 1991, p. 30 en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/325 en vgl. Blanco Fernández & Schwarz 1992.
Zie art. 2:23b BW en Nethe 2013, nr. 41.
Zie de vorige paragraaf.
Anders Blanco Fernández & Schwarz 1992, p. 287. Deze opvatting staat op gespannen voet met hun opvatting dat er geen corresponderende schuld aan de zijde van de vennootschap bestaat, zie Blanco Fernández & Schwarz 1992, p. 292.
63. Naast gewone aandelen bestaan er vele andere instrumenten waarmee kan worden deelgenomen in het kapitaal van een vennootschap.1 Daaronder vallen stemrechtloze aandelen, winstbewijzen en andere participatiebewijzen zoals de Rabo-participaties2 en een ‘participatiereserve’ zoals die van Koninklijke Coöperatieve Bloemenveiling FloraHolland U.A.3 Dergelijke instrumenten zijn doorgaans een combinatie van deelname in het eigen vermogen en een overeenkomst met de vennootschap. Uit de overeenkomst kunnen vorderingen op de vennootschap voortvloeien, zoals een vordering tot betaling van rente. Die vorderingen zijn alleen achtergesteld als dat uit de participatievoorwaarden volgt. Dan gaat het om een contractuele achterstelling.4
Naast de contractuele aanspraken kan de houder van een dergelijk instrument aanspraken ontlenen aan zijn deelname in het eigen vermogen. Hij heeft daarom recht op een deel van het liquidatieoverschot, voor zover de statuten dat bepalen.5 Die aanspraak op het liquidatieoverschot heeft dezelfde aard als de aanspraak van aandeelhouders op het liquidatieoverschot.6 Het is geen vorderingsrecht.7 Daarom is het geen achtergestelde vordering.
Uit dergelijke participaties vloeien dus contractueel achtergestelde vorderingen voort en achtergestelde aanspraken die geen vorderingen zijn. Er vloeien geen wettelijk achtergestelde vorderingen uit voort.