Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/2.2.3:2.2.3 Wet Arob
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/2.2.3
2.2.3 Wet Arob
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685340:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wet Arob, Stb. 1975, 284.
Barkhuysen & Van Emmerik 2022, p. 109.
EHRM 23 oktober 1985, NJ 1986/102 (Benthem). Zie uitgebreid Bok 2010, p. 354-357 en Barkhuysen & Van Emmerik 2022.
Stb. 1987, 317.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1976 werd de opvolger van de Wet BAB, de Wet Administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Wet Arob), ingevoerd.1 Die wet stelde voor het eerst een rechtmatigheidsberoep open bij de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State. Dit beroep stond niet alleen open tegen beschikkingen van de centrale overheid, maar ook van lagere overheden. Sprake was van aanvullende rechtsbescherming: alleen indien tegen een beschikking geen beroep bij een bijzondere bestuursrechter of administratief beroep openstond, kon de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State worden benaderd.
Afgezien daarvan stond Kroonberoep open tegen honderden besluiten op grond van circa 135 wetten. Die wetten zagen onder andere op de terreinen van het ruimtelijk bestuursrecht, waterstaatsrecht en onderwijsrecht.2 Toen het EHRM in het Benthem-arrest3 oordeelde dat dit Kroonberoep niet voldeed aan de door artikel 6 EVRM gestelde eisen van onafhankelijke rechtspraak, is de Tijdelijke wet Kroongeschillen4 tot stand gekomen. Die wet maakte rechtspraak door de Afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State mogelijk, voorheen de adviseur van de Kroon. Binnen de Raad van State waren toen twee rechtsprekende instanties: de Afdeling geschillen onder de Tijdelijke wet Kroongeschillen en de Afdeling Rechtspraak onder de Wet Arob.