Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/8.5
8.5 Bevoegdheden en bekostiging (artikel 23 lid 5 en 6 Gw)
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976969:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zo behaalde H.L. Pateer na zijn HBS-diploma op 27 september 1915 MO-Staatsinrichting, alvorens in dienst te treden bij de Bataafsche Petroleum Maatschappij en naar Nederlands-Indië te vertrekken, zie: P.H.E.M. de Meijer, Het Zeeuws-Vlaamse geslacht Pateer. Een genealogie, Dordrecht: ICG Printing 1991, p. 117.
J.A. Bornewasser, Vijftig jaar Katholieke Leergangen 1912-1962, 's-Hertogenbosch: Katholieke Leergangen 1962, p. XI en 28. Moller wil naast een leergang voor R.K. opvoedkunde en zielkunde een tweede R.K. cursus voor middelbare akten openen, eerst en vooral voor Nederlands, Frans, Duits en Engels, geschiedenis, aardrijkskunde en staathuishoudkunde en de statistiek; zie voor de opleiding MO-Staatsinrichting: p. 22, 29, 92, 130, 237.
Vos & Van der Linden 2004, p. IX, XII, 33-35, 251 (1962: 42 procent van docenten in het vhmo bezit een MO-akte); vgl. J. Verseput, Gedenkboek ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van de Vereniging van Leraren bij het Chr. VHMO, Groningen: Wolters 1956.
M. Mathijssen, Katholiek middelbaar onderwijs en intellectuele emancipatie, Assen: Van Gorcum 1958, p. 208; A.J.M. Alkemade, Vrouwen XIX; geschiedenis van negentien religieuze congregaties 1800-1850, ’s-Hertogenbosch: Malmberg 1966, A.M. Lauret, Per imperatief mandaat. Bijdrage tot de geschiedenis van onderwijs en opvoeding door katholieken in Nederland, in het bijzonder door de Tilburgse Zusters van Liefde, Tilburg: SZHC, 1967, p. 114, 339 (MO-B-akten), Van der Heijden Rogier 2002, p. 236, 242. Regina Coeli leidt tot 1937 op voor MO-A Frans en Hoogbergen 1991, p. 238-239.
Het onderdeel volkenkunde van de opleiding MO-Aardrijkskunde is bij de R.K. Leergangen gegeven door een priester vanwege de vereiste kennis van seksuologische zaken voor de ethnologie (Vos & Van der Linden 2004, p. 23-25; Bornewasser 1962, p. 129).
J. van Vugt, Broeders in de katholieke beweging. De werkzaamheden van vijf Nederlandse onderwijscongregaties van broeders en fraters, 1840-1970, Nijmegen: KDC-Scripta 1994, p. 147, Angelicus F.I.C., Van begijnen en schoolmeesters tot leraren basisonderwijs, Nijmegen: KDC/CBKO 1988 en ‘50 jaar Maristenapostolaat in Nederland’, H. Kruistocht 1961, 4, p. 4, 18.
Zie: Mathijssen 1958, p. 85-87, 100, 210 en M. Smulders, Midden tussen de mensen. Een eeuw Nederlandse provincie van de Priesters van het H. Hart 1911-2011, Nijmegen: Valkhof 2016, p. 157-159.
Ibid., p. 198; vgl. J.H.J.M. Witlox, De staatkundige emancipatie van Nederlands katholieken 1848-1870, Bussum: Paul Brand 1969.
A. van Heijst e.a, Ex caritate. Kloosterleven, apostolaat en nieuwe spirit van actieve vrouwelijke religieuzen in Nederland in de 19e en 20e eeuw, Hilversum: Verloren 2010, p. 63 e.v. 121 (‘De zusters Ursulinen van de Romeinse Unie bezitten (allen) MO-akten’).
Als voorbeeld behaalt in 1912 de latere hbs-directeur van het St. Bernardinuscollege Heerlen, pater Damascenus Rombouts O.F.M. (1878-1946) MO-Staatsinrichting en in 1916 MO-Staathuishoudkunde en de statistiek.
Mathijssen 1958, p. 139 e.v.; anders: Aalbers 1933.
Duyverman 1936, p. 137-140; H. Amsing & M. van Essen, ‘Negentiende-eeuwse inspecteurs als pleitbezorger voor beter meisjesonderwijs. Twee blauwdrukken en hun historische context’, in: P. Boekholt e.a. (red.), Tweehonderd jaar onderwijs c.a., Assen: Van Gorcum 2002, p. 303. Als voorbeeld: in 1876 hebben op de tien mmsen 50 van de 64 leraressen een MO-akte, waaronder wiskunde en plant- en dierkunde dat in de MO-wet met De beginselen der delfstof-, aard-, plant- en dierkunde is vastgelegd (artikel 70 2e alinea onder d juncto 76 MO) en Vos & Van der Linden 2004, p. 33-34.
Zie de Jaarboekjes V.H.M.O en vwo-havo van 1966-1974 (Groningen: WoltersN).
De akten zijn in het KB van 1864 met de letter K aangeduid. Ook bij ambtenaren is MO-Staatsinrichting voor de carrière gewild, zie: W. Derksen, Tussen loopbaan en carrière. Het burgemeestersambt in Nederland, ’s-Gravenhage: Vuga 1980, p. 147.
Bartels 1963, p. 158. Percentages zijn via de aan OCW ingezonden staten van lessenverdeling te ontlenen.
Bevoegde MO-leraren en bekostigingsvoorwaarden (artikel 23 lid 5 en 6 Gw)
Aanvankelijk zijn er - zoals in par. 8.4.2 beschreven - aan de kandidaten geen vooropleidingseisen gesteld, waardoor het eenieder vrijstaat de MO-studie te beginnen met een privaat-docent of vanaf 1912 aan een particulier instituut.1 Het aantal kandidaten neemt sterk toe, waardoor het middelbaar onderwijs naast de academici voor de bekostiging over voldoende bevoegde leraren komt te beschikken. Met name de naoorlogse groei van het vhmo vraagt bevoegde leraren, waaronder voor de staats- en handelswetenschappen op de hbs.
R.K. Leergangen 1912
Het bezit van een MO-akte voorziet in een grote nationale behoefte. Dat zet de latere RKSP-parlementariër Moller in 1912 aan tot de stichting van de R.K. Leergangen, gevolgd door meer (bijzondere) opleidingsinstituten voor middelbare akten.2 Deze hebben hun grote nut in de twintigste eeuw bewezen: tussen 1912 en 1987 bezit de helft van de vhmo-leraren een dergelijke akte.3 Het bezit biedt de mogelijkheid tot opwaartse sociale mobiliteit van de leraren.
Aktenbezit van religieuzen waaronder staats- en handelswetenschappen
De verwachte groei van het katholieke vhmo doet ook de behoefte aan bevoegde docenten bij de religieuzen in sterke mate gevoelen.4 Zo zijn in de Tilburgse Congregatie der Zusters van Liefde van 1916 tot 1921 de MO-akten Nederlands, Geschiedenis, -Natuurkunde (K III) en -Pedagogiek behaald.5 Het aktenbezit leidt aantoonbaar tot betere examenresultaten.6 Naast de broeder- en zustercongregaties besturen priesterorden en -congregaties, en de bisdommen eigen klein-seminaries en vhmo-scholen.7 Voor rijksbekostiging dienen de Jezuïetencolleges in Nijmegen, Amsterdam, Den Haag, Delft en Haren en het bisdom Roermond voor de drie Bisschoppelijke Colleges bevoegde priesterleraren benoemen: academici en MO-leraren.8 De orden en congregaties zijn niet alleen voor hun vhmo-scholen, maar ook voor (buiten) gewone lagere scholen, kleuter(opleidings)scholen (Klos) en kweekscholen verantwoordelijk.9 Het MO-aktebezit is in tweeërlei opzicht emancipatoir te duiden: voor de religieuzen en voor het R.K volksdeel.10 Niet slechts voor het R.K. volksdeel is het bezit van MO-akten vereist.11 Ook in het P.C. en bijzonder neutraal onderwijs doet zich het gemis aan voldoende bevoegde docenten gevoelen.
Middelbare akten en carrièreperspectief
Veel is geschreven over het emancipatorische karakter van de MO-akten12 die dé mogelijkheid gaven zich te bekwamen tot leraar (vh)mo. Het bezit heeft onderwijzers aangezet een carrièrestap naar het vhmo te zetten.13 De volledige MO-aktestudie vergt veel studiezin, veelal in de avonduren en weekends. Het instellen van de aparte akten MO-Staatsinrichting, Staatshuishoudkunde en de statistiek, Geschiedenis en Aardrijkskunde onderving dit probleem deels (artikel 76 MO).14 Er was voor leraren ruim voldoende plaats op de vhmo-scholen, behalve in het interbellum en tijdens de bezettingsjaren. Na de tweede wereldoorlog bleek in 1949 12% van de vhmo-leraren onbevoegd, welks percentage vanaf 1957 groeide door de naoorlogse geboortegolf. In 1962 was (nog) 25,6 % van de lessen onbevoegd.15