De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/9.10.1.b:9.10.1.b Aansprakelijkheid op grond van de 403-verklaring
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/9.10.1.b
9.10.1.b Aansprakelijkheid op grond van de 403-verklaring
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250435:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 5.3. Zie in vergelijkbare zin § 9.7.2.b en § 9.9.1.b met betrekking tot een fusie en een zuivere splitsing van de 403-maatschappij waarbij haar vermogen onder algemene titel overgaat op een of meer verkrijgende rechtspersonen.
Hof Amsterdam (OK) 7 juni 2016, JIN 2016/196, m.nt. Schepel (Erjeebee/Coltex), r.o. 3.6.2.
Van der Kraan 2012, p. 162.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De afsplitsing van vermogen van de 403-maatschappij heeft geen gevolgen voor de aansprakelijkheid van de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring. De moedermaatschappij blijft aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit een rechtshandeling die de 403-maatschappij (heeft) verricht. Daaronder vallen ook de schulden die voortvloeien uit een rechtsverhouding waarbij de verkrijgende rechtspersoon door de afsplitsing de positie van de 403-maatschappij heeft ingenomen. Ik heb er eerder al op gewezen dat de aansprakelijkheid van de moedermaatschappij is gerelateerd aan het moment waarop de 403-maatschappij de rechtshandeling heeft verricht waaruit een schuld voortvloeit.1 Als de desbetreffende rechtshandeling onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt, is de moedermaatschappij aansprakelijk voor alle schulden die daaruit voortvloeien. Indien de 403-maatschappij in het verleden bijvoorbeeld een huurovereenkomst met een verhuurder heeft gesloten en de verkrijgende rechtspersoon door de afsplitsing de huurder wordt, blijft de moedermaatschappij aansprakelijk voor de bestaande en toekomstige huurschulden die uit deze overeenkomst voortvloeien. Voor de volledigheid merk ik nog op dat de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring vanzelfsprekend niet aansprakelijk is voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de verkrijgende rechtspersoon zelf (heeft) verricht.
Ik wijs erop dat het Hof Amsterdam in haar Erjeebee/Coltex–uitspraak heeft geoordeeld dat een afsplitsing van vermogen van een 403-maatschappij niet tot gevolg heeft dat de 403-verklaring van de moedermaatschappij is ingetrokken.2 Daarvoor is een aparte handeling van de moedermaatschappij vereist. Aangezien ook de groepsband tussen de moeder- en de 403-maatschappij bij de afsplitsing blijft bestaan, kan de 403-maatschappij gebruik blijven maken van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime – mits ook aan de andere voorwaarden hiervoor is voldaan.3