Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.2.5:5.5.2.5 Conclusie
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.2.5
5.5.2.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186544:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 5.5.4 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
248. Uit de kwalificatie van de eigenlijke achterstelling volgt dat schuldeisers onderling het verhaalsrecht van een vordering in rang kunnen verlagen zonder dat de schuldenaar daarmee instemt. Dit sluit aan bij andere wettelijk geregelde gevallen, zoals de cessie van een vordering en de rangwisseling tussen hypotheken. Bovendien staan de betrokken belangen niet aan een dergelijke achterstelling in de weg. Die kunnen slechts in bijzondere gevallen in de knel komen en worden in die gevallen voldoende gewaarborgd door de andere algemene leerstukken, waaronder de zorgplicht van een schuldeiser jegens een derdenzekerheidsgever. Daarom moet het mogelijk worden geacht dat twee schuldeisers in een onderlinge overeenkomst de ene vordering eigenlijk achterstellen bij de andere.
De schuldeisers doen daarmee hetzelfde als met een eigenlijke achterstelling waarbij de schuldenaar wel is betrokken. Zij geven de derdenwerkende elementen van het verhaalsrecht van de junior vorm. Daarom heeft die achterstelling dezelfde gevolgen als een achterstelling waarbij de schuldenaar wel betrokken is.1