Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.7.5:5.7.5 Toerekening van betalingen
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.7.5
5.7.5 Toerekening van betalingen
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS497567:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 5.4 heb ik onderzocht wanneer toerekening van het verrichten en ontvangen van een prestatie mogelijk is. Daartoe heb ik enkele vormen van vertegenwoordiging geanalyseerd waarbij toerekening plaatsvindt van handelen dat wordt verricht door een tussenpersoon in naam of voor rekening van een achterman.
Het patroon dat kan worden ontwaard, is als volgt. De tussenpersoon (T) heeft een bevoegdheid (soms zelfs de verplichting) om in naam of voor rekening van de achterman (P) te handelen met een derde (D). Deze bevoegdheid vloeit voort uit de rechtsverhouding PT of uit de wet. T maakt gebruik van die bevoegdheid en handelt met D. T’s handelen op grond van de door P verleende bevoegdheid heeft rechtsgevolgen voor P en D. Alleen als T heeft gehandeld in naam van P valt hij ertussen uit, in andere gevallen niet. Ook in gevallen waarin T geen bevoegdheid heeft verkregen van P om in naam of voor diens rekening te handelen, maar waarin D afgaat op een aan P toerekenbare schijn van bevoegdheid, heeft T’s handelen rechtsgevolgen voor P en D.
Toerekening in het kader van vertegenwoordiging wordt gerechtvaardigd door de combinatie van de bevoegdheid van de tussenpersoon jegens de achterman om een rechtshandeling te verrichten en het feit dat de tussenpersoon handelt op grond van deze bevoegdheid. Als de bevoegdheid van de tussenpersoon ontbreekt, kan toerekening plaatsvinden aan de achterman als de derde is afgegaan op een schijn van bevoegdheid die aan de achterman kan worden toegerekend.
Ik meen daarom dat in het kader van artikel 6:203 toerekening kan plaatsvinden als zich het patroon voordoet dat in de besproken regelingen van vertegenwoordiging kan worden ontwaard. Als de tussenpersoon op grond van een bevoegdheid in naam of voor rekening van een achterman heeft gehandeld, kan toerekening van dit handelen plaatsvinden aan de achterman. Opmerking verdient hier dat voor het toerekenen van een prestatie een onderscheid moet worden gemaakt tussen de toerekening van het verrichten van de prestatie en de toerekening van de ontvangst van de prestatie. De tussenpersoon kan zowel prestaties verrichten als prestaties ontvangen.
Ik meen dat het wenselijk is om toerekening op grond van bevoegdheid om in naam van of voor rekening van een ander te handelen niet te beperken tot gevallen waarin een opdracht is gegeven. Ook de wet kan bevoegdheid geven om voor rekening van een ander te handelen. Te denken valt aan gevallen waarin een derde-beslagene betaalt op grond van een wettelijke verplichting (hetgeen nog verder gaat dan een bevoegdheid) aan de deurwaarder. Ook kan worden gedacht aan andere gevallen van executie, zoals betalingen na een executie van een pand- of hypotheekobject.
Als de bevoegdheid van de tussenpersoon ontbreekt om in naam van of voor rekening van de achterman te handelen, kan toerekening plaatsvinden als degene met wie de tussenpersoon heeft gehandeld er gerechtvaardigd op heeft vertrouwd dat de vermeende achterman aan de tussenpersoon een bevoegdheid heeft verleend. Dit vertrouwen moet toerekenbaar zijn aan de vermeende achterman.