Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.2.3.2:5.2.3.2 Afwentelen van schade
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.2.3.2
5.2.3.2 Afwentelen van schade
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS418621:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien belastingplichtigen de schade niet kunnen beperken door de overeenkomst te wijzigen of te ontbinden, kunnen zij proberen de ten gevolge van de wetswijziging verschuldigde ‘extra’ belasting af te wentelen op derden. Met betrekking tot de afwenteling van de vennootschapsbelasting concludeert De Mooij na een uitgebreide analyse dat de vennootschapsbelasting wordt afgewenteld, doch dat moeilijk is vast te stellen in welke mate en op wie.1 Lubbers en Vording concluderen na een analyse van de jurisprudentie van het Hof van Justitie EG inzake de afwenteling van indirecte belastingen dat de afwenteling van directe belastingen nog lastiger is te beoordelen.2 Een bijkomende moeilijkheid is dat het vaststellen van de mate van afwenteling in het kader van de keuze voor een bepaald overgangsregime vooraf moet worden ingeschat. Desondanks concluderen zij dat bij de ontwikkeling van fiscaal overgangsbeleid met afwentelingsproblemen rekening moet worden gehouden, maar dat die effecten slechts bij wijze van grove inschatting kunnen worden benaderd.3
Ten aanzien van ondernemers en rechtspersonen kan ik mij in beginsel vinden in de conclusie dat rekening moet worden gehouden met de afwenteling van belasting.4 Voor niet-ondernemers ligt dit naar mijn mening anders. Werknemers kunnen het nadeel van een wetswijziging proberen af te wentelen op de werkgever, door het voeren van loononderhandelingen.5 Geppaart merkt in dit kader evenwel op dat dit in tijden van loonmatiging wellicht niets oplevert.6 Voor overige niet-ondernemers acht ik de mogelijkheden tot afwenteling zonder meer beperkt.
Nu het voor bepaalde belastingplichtigen moeilijk zal zijn om het nadeel af te wentelen en, ingeval afwentelen mogelijk is, het moeilijk meetbaar is in hoeverre het nadeel wordt afgewenteld, acht ik de basis voor het rekening houden met afwenteling te zwak. Alleen in situaties waarin afwenteling voor de hand ligt, zou hier naar mijn mening rekening mee mogen worden gehouden. In een dergelijke situatie dient de wetgever echter wel oog te hebben voor mogelijke neveneffecten. Een willekeurige derde die gevolgen van afwenteling ondervindt, zal hiervoor in beginsel immers niet worden gecompenseerd.