Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.8:5.8 Praktische toepassing beoordelingskader
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.8
5.8 Praktische toepassing beoordelingskader
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS412616:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de beantwoording van de vraag of het beginsel van eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen wordt geschonden, spelen enerzijds criteria een rol aan de hand waarvan de gerechtvaardigdheid van verwachtingen op het voortbestaan van een regel kan worden beoordeeld. Anderzijds zijn er criteria aan de hand waarvan kan worden bepaald of, en zo ja, vanaf welk moment een wetswijziging voorzienbaar is. Vanaf het moment waarop een wetswijziging volledig voorzienbaar is geworden, kunnen objectief beschouwd geen nieuwe verwachtingen meer ontstaan. Eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen is vanaf dat moment daarom niet meer aan de orde.
Het schematisch overzicht dat ik in par 5.1 heb opgenomen geeft een overzicht van de relevante criteria. Hierna beschrijf ik stapsgewijs op welke wijze aan de verschillende criteria zou moeten worden getoetst.
1. Criterium van de schade
Het criterium van de schade vereist dat wordt vastgesteld of de wetswijziging inclusief het beoogde overgangsregime leidt tot schade. Indien deze vraag ontkennend moet worden beantwoord, is er volgens het beginsel van eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen geen aanleiding tot een versoepeling van het overgangsregime. Een ander overgangsregime kan wel gewenst zijn op grond van een van de andere beginselen van behoorlijk overgangsbeleid.
2. Criterium van stimulerings- en ontmoedigingsmaatregelen, het criterium van verwachtingen ontleend aan de rechtsregel en het criterium van de onduidelijke rechtstoestand
Deze criteria geven aan of eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen op haar plaats is, omdat een rechtsregel heeft aangezet tot het nemen van een bepaalde beslissing of omdat de rechtsregel verwachtingen heeft gewekt door een tijdsaanduiding, zijn principe of zijn veranderlijkheid. Als sprake is van een evidente omissie is de verwachting dat de oude situatie gehandhaafd blijft niet gerechtvaardigd.
3. Misbruik of oneigenlijk gebruik van wetgeving
Misbruik en oneigenlijk gebruik kunnen de beschermenswaardigheid van gerechtvaardigde verwachtingen aantasten. Indien uit stap 1 en 2 volgt dat er gerechtvaardigde verwachtingen op het voortbestaan van de oude regel bestaan, nemen deze verwachtingen in beschermenswaardigheid af indien belastingplichtigen handelingen verrichten die kunnen worden gekwalificeerd als misbruik of oneigenlijk gebruik van wetgeving.
4. Criterium van de voorzienbaarheid van wetswijzigingen
Aan de hand van verschillende in par. 5.6 beschreven gebeurtenissen en ontwikkelingen kan worden beoordeeld in hoeverre een wetswijziging op een bepaald moment voorzienbaar was. Daarbij maak ik onderscheid al naar gelang de hoedanigheid van de belastingplichtige. Als een wetswijziging slechts particulieren treft, dient de voorzienbaarheidsfactor voor particulieren tot uitgangspunt te worden genomen; als een wetwijziging slechts ondernemers of rechtspersonen treft, geldt de voorzienbaarheidsfactor voor deze categorie. Indien beide categorieën worden getroffen, kan een middenweg worden gevolgd.
In welke mate een wetswijziging voorzienbaar wordt, heb ik aangegeven door middel van een voorzienbaarheidsfactor. De gekozen factoren vloeien voort uit mijn persoonlijke inschatting die op haar beurt is onderbouwd met literatuur, regelgeving en rechtspraak. De bedoeling is dat zij een positie op een schaal van 0-5 aangeven en op die wijze een rol kunnen spelen bij het maken van afwegingen.
Voorbeeld
Aan de hand van de wijziging van de landbouwvrijstelling per 1 januari 2001 (Bijlage A) geef ik hierna aan hoe het beginsel van eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen dient te worden toegepast. Ik beperk mij hierbij tot de aanpassing van de regels aangaande de bestemmingswijzigingswinst.
criterium van de schade: de wetswijziging leidt tot schade;
criterium van stimulerings- en ontmoedigingsmaatregelen: er is sprake van een stimuleringsmaatregel waarbij de tegemoetkoming pas bij afronding van de activiteit wordt toegekend (hoogste risicogroep);
criterium van verwachtingen ontleend aan de rechtsregel: veranderlijkheidsfactor van veranderingen in het inkomensbegrip is 0;
criterium van de onduidelijke rechtstoestand: er is geen sprake van een evidente omissie;
gelet op mijn definities is in casu sprake van oneigenlijk gebruik ten gevolge waarvan de beschermenswaardigheid van gerechtvaardigde verwachtingen afneemt.
criterium van voorzienbaarheid van wetswijzigingen: het advies van de werkgroep van 25 juni 1999 levert een voorzienbaarheidsfactor van 1 op, de indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer op 27 juni 2000 leidt tot een voorzienbaarheidsfactor van 4.
De wetgever dient aan de hand van de resultaten een afweging te maken. Op grond van punt a, b, c en d zou een begunstigende overgangsmaatregel voor op 27 juni 2000 bestaande toestanden op zijn plaats zijn geweest. Gelet op punt e en f is het evenwel ook verdedigbaar een dergelijke overgangsmaatregel achterwege te laten.