Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.2.1
5.2.1 De doelstellingen van de geheimhoudingsbepalingen (Awb – AWR)
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285219:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Met betrekking tot de harmonisatie vide: MvT, Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, blz. 4-5 en blz. 56. Met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy) en bedrijfs- en fabricagegegevens vide: MvT, Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, blz. 4-5, blz. 57 en blz. 90 alsmede MvA, Kamerstukken II 1990/91, 21 221, nr. 5, blz. 46, par. 2.48. Art. 4:3 Awb biedt een mogelijkheid om het verstrekken van gegevens en inlichtingen bij een aanvraag te beperken.
Vide het voorbeeld inzake een aanvraag waarbij de belanghebbende aangeeft dat de verstrekte gegevens vertrouwelijk zijn; het bestuursorgaan is dan in principe tot geheimhouding verplicht (MvT, Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, blz. 57). Geeft de belanghebbende aan dat géén sprake is van vertrouwelijke gegevens dan kan door het bestuursorgaan een andere afweging worden gemaakt, rekening houdend met de belangen van derden.
Zie o.a.: Konijnenbelt & Van Male 2014, blz. 277, Bröring & De Graaf 2016, blz. 243 (al wordt op blz. 267 het belang van de geheimhouding voor de correcte omgang tussen bestuur en burger genoemd), D.A. Roos, commentaar op art. 2:5 Awb, Module Awb (online, geraadpleegd op 15 november 2018) en J.A.P.N. Antonis, commentaar op art. 2:5 Awb, Lexplicatie Awb (online, geraadpleegd op 15 november 2018).
Art. 1:89 t/m art. 1:93f Wft. Vanwege het ingrijpende karakter van de verplichting vertrouwelijke informatie ter beschikking te stellen aan de toezichthouder en om informatieverstrekking te bevorderen, dient in de Wft gewaarborgd te zijn dat vertrouwelijke informatie vertrouwelijk blijft (MvT, Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 3, blz. 46). Vergelijk: MvT, Kamerstukken II 1991/92, 22 665, nr. 3, blz. 64-65 (geheimhouding in de Wtk 1992).
Vergelijk: de opmerking dat art. 59 ARAR strekt tot bescherming van het algemene en het particuliere belang (MvT, Kamerstukken II 1985/86, 19 495, nr. 3, blz. 8). Het ARAR is met ingang van 1 januari 2020 ingetrokken.
Naast het oogmerk van het bevorderen van eenheid van wetgeving (harmonisatie) kan uit de parlementaire geschiedenis van art. 2:5 Awb – in samenhang met art. 4:3 Awb – worden afgeleid dat de geheimhouding slechts is bedoeld om de persoonlijke levenssfeer en bedrijfs- en fabricagegegevens te beschermen.1 Anders dan de AWR, waar het expliciete doel van de geheimhouding is om zowel de belangen van de belastingplichtige als de belangen van de fiscus te beschermen, lijkt het doel van de algemene geheimhoudingsbepaling van art. 2:5 Awb uitsluitend gericht op het beschermen van de belangen van burgers en bedrijven, maar niet de belangen van het bestuursorgaan. Dit beeld wordt versterkt doordat burgers en bedrijven zelf grote invloed hebben op de beantwoording van de vraag of sprake is van gegevens met een vertrouwelijk karakter.2 Ook in de (beperkt) geraadpleegde literatuur zijn geen andersluidende aanknopingspunten gevonden.3 In zoverre komt de motivering van de doelstellingen van de – van de Awb afwijkende – geheimhoudingsbepalingen in de AWR en de Wft met elkaar overeen.4 Deze laatste twee bepalingen beogen immers mede het belang van het bestuursorgaan te beschermen.5 Dit neemt niet weg dat het belang van geheimhouding voor bestuursorganen in andere wetsartikelen wel uitdrukkelijk is geregeld.6