Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/I.3.4.7:I.3.4.7 Voorkomen van misbruik, vervalsing en verkeerde beïnvloedingen
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/I.3.4.7
I.3.4.7 Voorkomen van misbruik, vervalsing en verkeerde beïnvloedingen
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS624143:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ‘functies’ ‘Verhinderung von Missbräuchen’, ‘Schutz vor der Gefahr der Erbschleicherei’ en ‘Schutz vor Verfälschung des Erblasserwillens’ kunnen het Drittbestimmungsverbot evenmin rechtvaardigen.1 Weliswaar kan erflater na zijn dood de gedelegeerde zelf niet meer controleren, hij kan evenwel bij het verlenen van de Drittbestimmung precies aangeven hoe ver de bevoegdheid reikt. Wenst erflater dat de gedelegeerde zichzelf niet als begunstigde aanwijst, dan kan hij deze mogelijkheid bij de Drittbestimmung uitsluiten. Een erflater die dit niet doet, heeft kennelijk geen bezwaar tegen een zelfbegunstiging van de derde.2
Dat de derde zijn boekje toch te buiten kan gaan door de grenzen van zijn bevoegdheid te negeren, is (zoals ik in paragraaf 1.2.2.2 en 1.3.4.1 reeds opmerkte) geen argument waarmee het Drittbestimmungsverbot kan worden verdedigd. Dit misbruikrisico bestaat immers ook bij rechtshandelingen tijdens leven, waarvoor in beginsel geen absolute beperkingen voor de vertegenwoordiger gelden. Bovendien zou controle op de gedelegeerde kunnen worden uitgeoefend door de Testamentvollstrecker.
Zou het doel van § 2065 BGB toch gelegen zijn in het voorkomen van misbruik, vervalsing of verkeerde beïnvloedingen van de derde, dan heeft de wetgever dit doel niet consequent nagestreefd. Hij heeft Drittbestimmung bij das Vermächtnis namelijk wel toegestaan. Terwijl de kans op misbruik, vervalsing of verkeerde beïnvloedingen ook hier bestaat en de gedelegeerde, indien hij tot de afgebakende kring van personen behoort waaruit de keuze gemaakt dient te worden, zichzelf desondanks tot begunstigde kan benoemen.3