Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/5.3.3.3.d:5.3.3.3.d Uitstel van betaling betrekking hebbend op 17% ondernemingsvermogen
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/5.3.3.3.d
5.3.3.3.d Uitstel van betaling betrekking hebbend op 17% ondernemingsvermogen
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS345492:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De termijn van tien jaren vangt aan op de dag na het einde van het kalenderjaar waarin de verkrijging heeft plaatsgevonden (art. 6a, tweede lid, Uitv.reg. IW 1990).
Zo ook Zwemmer (2000), paragraaf 3.
Zie ook Werkgroep modernisering successiewetgeving (2000), paragraaf 4.8.1.
In paragraaf 6.2.2.2.a worden aanbevelingen gedaan ten aanzien van de hoogte van de in rekening te brengen invorderingsrente.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot nu toe is nog niet specifiek aandacht besteed aan de faciliteiten die uitstel van betaling bieden. Hiertoe moet een onderscheid worden gemaakt tussen art. 25, twaalfde lid en art. 25, dertiende lid, IW 1990. De eerste is hier aan de orde. Deze faciliteit geldt voor verkrijgers van ondernemingsvermogen en is van toepassing op de resterende 17% aan ondernemingsvermogen. Het uitstel wordt op verzoek verleend voor een periode van tien jaren1 en is rentedragend. Naar mijn mening geldt voor deze faciliteit dat sprake is van een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de verschillende behandeling van verkrijgers van ondernemingsvermogen en verkrijgers van niet-ondernemingsvermogen.2 Hiermee doel ik in algemene zin op het verlenen van uitstel van betaling ter zake van de verkrijging van ondernemingsvermogen en dus niet specifiek op het hiervoor genoemde percentage van 17. Het verlenen van een invorderingsfaciliteit, mits op verzoek, om liquiditeitsproblemen te voorkomen, is naar mijn mening een juist middel. Zeker nu invorderingsrente verschuldigd is gedurende de periode van het uitstel. Dat remt onbedoeld gebruik af.3, 4De belastingplichtige verkeert dan wel in een betere positie dan een verkrijger van ander vermogen waarvoor geen uitstel wordt verleend, maar deze keuze acht ik proportioneel.