Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/II.4.1
II.4.1 De voorgeschiedenis
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242784:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 3, p. 1-2 (MvT); en Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 6, p. 3 (NV).
Zie bijvoorbeeld HvJ EG 9 maart 1999, NJ 2000, 48 m.nt. Vlas; JOR 1999/117 m.nt. Van Solinge (Centros); en HvJ EG 5 november 2002, NJ 2003, 58 m.nt. Vlas; JOR 2003/4 m.nt. Van Solinge (Überseering).
Zie Verordening betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE) (PbEG 2001, L 294/1).
Timmerman, Ondernemingsrecht 2003, afl. 2, p. 41-42. Ik wijs erop dat Timmerman de wetgever ook al voor de hiervoor genoemde ontwikkelingen op Europees niveau op soortgelijke wijze had geadviseerd, zie Timmerman, RMThemis 1999, afl. 2, p. 49.
Dumoulin 2004, p. 114-115; en De Kluiver 2004, p. 37-38. Zie voorts Advies Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht d.d. 12 september 2003, p. 3 en 5.
Onder anderen Dumoulin, Ondernemingsrecht 2005/91; en Oranje 2008, p. 76.
Dumoulin, Ondernemingsrecht 2005/91.
Oranje 2008, p. 76.
Kamerstukken II 2007/08, 29 752, 5, p. 2. De aankondiging van het wetsvoorstel werd in de Tweede Kamer over het algemeen positief ontvangen. Zo onderschreven Tweede Kamerleden Weekers (VVD), Van der Ham (D66) en Van Vroonhoven-Kok (CDA) de kabinetsopvatting, zie Kamerstukken II 2007/08, 29 752, 7, p. 1-3 (Verslag van een algemeen overleg). Tweede Kamerlid Heerst (PvdA) liet zich eveneens positief uit over de aankondiging van het wetsvoorstel. Hij vroeg zich niettemin af of een wettelijke regeling inzake het monistische bestuursmodel noodzakelijk was, zie Kamerstukken II 2007/08, 29 752, 7, p. 2 (Verslag van een algemeen overleg).
Het ontstaan van de regeling die aan het monistische bestuursmodel een wettelijke basis toekent, hangt samen met verschillende ontwikkelingen die rond de millenniumwisseling op Europees niveau plaatsvonden. Een van die ontwikkelingen betrof de nadere inkleuring van de vestigingsvrijheid van vennootschappen door het Europese Hof van Justitie (hierna: Hof van Justitie).1 Uit een continue stroom van arresten die het Hof van Justitie destijds wees, volgt dat vennootschappen binnen de Europese Unie vrij zijn in de keuze van rechtsvorm.2 Dit betekent dat een vennootschap die zich in Nederland vestigt, kan opteren voor zowel een Nederlandse als een buitenlandse rechtsvorm. Sinds de introductie van de SE op 8 oktober 2004 kan een vennootschap met een statutaire zetel in Nederland daarnaast kiezen voor een Europese rechtsvorm.3
Timmerman voorzag dat bovengenoemde ontwikkelingen concurrentie tussen nationale vennootschapssystemen teweeg zou brengen. Hij raadde de wetgever aan daarop te anticiperen door het Nederlandse recht voor buitenlandse ondernemers aantrekkelijker te maken. Het Nederlandse ondernemingsrecht zou volgens Timmerman aantrekkelijker kunnen worden door de inrichting van bestuur en toezicht in een Nederlandse vennootschap zowel volgens het one tier- als het two tier-systeem toe te staan.4 Ook Dumoulin en De Kluiver adviseerden de wetgever het monistische bestuursmodel nader in Boek 2 BW te regelen.5
De wetgever volgde het in de literatuur geopperde idee op. In 2004 sprak de minister zijn voornemen het monistische bestuursmodel van een wettelijke basis te voorzien voor het eerst uit.6 De literatuur reageerde positief op het plan van de minister.7 Verschillende auteurs hadden reeds gesignaleerd dat in de praktijk behoefte bestond aan een alternatief voor het dualistische bestuursmodel. Zo gaf Dumoulin aan dat bestuurders en commissarissen steeds vaker informeerden naar de voors en tegens van een one tier board.8 Oranje sprak de verwachting uit dat de roep uit de praktijk om een wettelijke regeling inzake het monistische bestuursmodel – mede door de steeds verdergaande internationalisering van het ondernemingsrecht – alsmaar luider zou klinken.9
Bij brief van 12 november 2007 kondigde toenmalig Minister van Justitie Hirsch Ballin de invoering van een regeling voor het opnemen van uitvoerende en toezichthoudende bestuurders in één orgaan aan. Volgens hem zou een wettelijke basis van het monistische bestuursmodel leiden tot een vergroting van de bruikbaarheid van de rechtsvorm van de NV en de BV. Zowel nationaal als internationaal. Het aangekondigde wetsvoorstel paste dan ook in zijn streven naar een aantrekkelijk en concurrerend ondernemingsrecht.10