Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.10.4
5.10.4 Het toetsingskader van de burgerlijke rechter
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949510:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 juni 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5125.
Zoontjens 1989, p. 118, Veugelers 1999, p. 2 en President Rechtbank Almelo 16 augustus 1988, ECLI:NL:RBALM:1988:AH2371, KG 1988, 365.
Rechtbank Haarlem 17 september 1991, rolnr. KG 1297/1991 (Zie Jurisprudentie onderwijswetten, afl. 1992/1, p. 7-9).
President Rechtbank Arnhem 3 september 1998, ECLI:NL:RBARN:1998:AH7675, KG 1998, 281.
Rechtbank Arnhem 14 juni 2001, ECLI:NL:RBARN:2001:AB2173, Rechtbank Arnhem 9 maart 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP8106, Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 augustus 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:5496, Rechtbank Noord-Holland 3 augustus 2017, ECLI:NL:RBNHO:6600 en Rechtbank Amsterdam 22 juni 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:3879.
Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2013:6261.
Rechtbank Den Haag 9 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9429.
Rechtbank Arnhem 14 juni 2001, ECLI:NL:RBARN:2001:AB2173, Rechtbank Roermond 5 september 2005, ECLI:NL:RBROE:2005:AU1994, Rechtbank Breda 22 september 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BT2355, Rechtbank Arnhem 9 maart 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP8106, Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2013:6261, Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 augustus 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:5496, Gerechtshof Den Haag 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3064, Rechtbank Noord-Holland 3 augustus 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:6600.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 juni 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5125.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 augustus 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:5496.
Rechtbank Noord-Holland 3 augustus 2017, ECLI:NL:RBNHO:6600.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 juni 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5125.
Rechtbank Midden-Nederland 11 januari 2019, ECLI:NLRBMNE:2019:69.
Nu de bestuursrechter niet bevoegd is om te oordelen over een besluit inzake de vaststelling van de uitslag van het schooladvies en het school- en centraal examen, is de burgerlijke rechter bevoegd om als ‘restrechter’ hierover te oordelen.1 De burgerlijke rechter verleent dan aanvullende rechtsbescherming omdat geen andere rechtsgang openstaat. In deze paragraaf wordt aan de hand van jurisprudentie uiteengezet welk toetsingskader de burgerlijke rechter hanteert bij beoordelingsbeslissingen en welke uitgangspunten hierachter schuilgaan. Dit toetsingskader is van belang omdat hieruit blijkt in hoeverre de examinator autonomie heeft bij het vaststellen van de uitslag van het examen. Nadat het gebruikelijke toetsingskader van de burgerlijke rechter is behandeld, wordt een aantal zaken behandeld waarin de rechter zich een ruimer toetsingskader aanmeet. In deze zaken treedt de betreffende rechter in de beoordeling van een examinator.
In 1988 gaf de burgerlijke rechter in kort geding een aanzet voor een toetsingskader van beslissingen inzake het kennen of kunnen van een leerling.2 In casu verzocht een leerling om de herbeoordeling van zijn examen zodat hij alsnog kon slagen. De rechter beveelt het examen te laten herbeoordelen, maar overweegt met betrekking tot zijn toetsingskader het volgende:
“Een interventie van de rechter in k.g. in dit soort zaken, dient met de grootste terughoudendheid te geschieden. Slechts in bijzondere gevallen kan daarvoor aanleiding zijn en de interventie kan alleen dan succes hebben, indien aannemelijk is, dat de aangevochten beoordeling apert en in belangrijke mate onjuist is geweest, dusdanig, dat deze als duidelijk onzorgvuldig moet worden bestempeld.”
Een paar jaar later in 1991 oordeelt de rechtbank Haarlem in kort geding over een zaak over een examen Frans eveneens dat de rechter zich terughoudend dient op te stellen:
“Uitgangspunt in een geschil als het onderhavige, waar het gaat om de toetsing van een beslissing, inhoudende een (vakdeskundige) beoordeling van het kennen en/of kunnen van een examenkandidaat moet zijn dat de rechter in kort geding zich uiterst terughoudend dient op te stellen.”3
Interessant in deze zaak is dat de burgerlijke rechter terug lijkt te grijpen op het bestuursrecht, door te oordelen dat beslissingen die een beoordeling van het kennen of kunnen van een leerling inhouden, zeer terughoudend getoetst moeten worden. Destijds was in de Wet AROB reeds geregeld dat geen beroep open stond tegen dergelijke beslissingen.4 Deze uitspraak is daarnaast relevant omdat de rechter het toetsingskader hanteert dat heden ten dage nog veel door de burgerlijke rechter wordt toegepast. De rechter geeft aan dat hij enkel kan interveniëren in de beoordeling van een examen als sprake is van een apert onzorgvuldige beoordeling. Hiervan is volgens de rechter bijvoorbeeld sprake bij evident grove fouten of wanneer de beoordeling op uiterst onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Ook maakt de rechter duidelijk dat de terughoudende toets van de rechter voortkomt uit het feit dat reeds een beoordeling door een vakdeskundige is uitgevoerd.
In een andere kort gedingzaak uit 1999 procedeerde de leerling omdat hij voor natuurkunde het eindcijfer 5.6 had gehaald, in plaats van de voor het slagen benodigde 5.7.5 In deze zaak hanteert de rechter een soortgelijke toetsingsmaatstaf als de rechter in de zaak hiervoor. De rechter overweegt:
“Vooropgesteld moet worden dat de burgerlijke rechter in kort geding bij de toetsing van een (vakdeskundige) beoordeling van het kennen en/of kunnen van een eindexamenkandidaat alleen kan ingrijpen, indien sprake is van een apert onzorgvuldige beoordeling, bijvoorbeeld blijkend uit evident grove fouten, dan wel indien blijkt dat de beoordeling op uiterst onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen, of duidelijk ongelijk is bij gelijke prestaties.”
In hierop volgende (kort geding- en bodem)zaken houdt de burgerlijke rechter de lijn vast dat hij zeer terughoudend dient te toetsen bij een inhoudelijke beoordeling van examenresultaten, aangezien die beoordeling reeds is uitgevoerd door een of meer (vak)deskundigen.6 Het beoordelen van een examenkandidaat is een oordeel dat is voorbehouden aan de desbetreffende vakdocent.7 De rechter dient de beoordelingsvrijheid van de correctoren te respecteren. De wetgever heeft de taak om het examen te beoordelen immers aan hen opgedragen.8 De burgerlijke rechter kan enkel de beoordeling van de vakdocent doorkruisen indien sprake is van een beoordeling die op uiterst of apert onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen.9 Volgens het Hof dient de rechter dan ook marginaal te toetsen.10 Van een apert onzorgvuldige beoordeling is bijvoorbeeld sprake indien de beoordeling duidelijk ongelijk is bij gelijke prestaties of indien de beoordeling evident grote fouten bevat.
Het is aan de leerling om aannemelijk te maken dat de beoordeling van het examen apert onzorgvuldig is uitgevoerd, dan wel dat zijn examen anders is beoordeeld dan het examen van mede-examenkandidaten.11 Een (anonieme) verklaring van een andere docent dan de examinatoren, bleek niet voldoende om te onderbouwen dat de beoordeling apert onzorgvuldig was uitgevoerd.12 In een andere zaak over een centraal eindexamen kwam het Hof tot de conclusie dat er geen ruimte was voor het inschakelen van een deskundige in het geval dat beide correctoren het eens waren over de beoordeling van het antwoord, tenzij die beoordeling inhoudelijk apert onjuist of apert onzorgvuldig is.13 Ook het inschakelen van eigen deskundigen die de leerling ondersteunen in het standpunt dat de beoordeling onjuist is uitgevoerd, kan niet altijd leiden tot de conclusie dat de beoordeling onzorgvuldig of onjuist is uitgevoerd.14 In casu kwamen de door de leerling geraadpleegde deskundigen tot de conclusie dat het antwoord van de leerling juist was, ook al had de leerling niet alle benodigde stappen op papier gezet. De voorzieningenrechter sloot zich echter aan bij de school die stelde dat, doordat de leerling niet alle stappen heeft genoteerd, niet duidelijk was of de leerling inzicht had in haar antwoord. Het is dan ook niet enkel van belang dat het antwoord juist is, de examinator kan ook een specifieke wijze van beantwoording eisen van zijn leerlingen.