Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/5.4.3.2
5.4.3.2 Wetssystematisch perspectief
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS305213:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Zie reeds par. 4.4 en 4.5.
Lubach 2005, p. 163 e.v.
Inclusief de ‘bijzondere’ personen waarvoor hij inwisselbaar is. Zie nader par. 3.5.2.
Voor art. 6:181 geldt bovendien dat deze aansprakelijkheid niet is gekoppeld aan een ‘fout’ van een ander, maar (te) kort gezegd aan een bepaalde toestand van de zaak. Hierom is binnen art. 6:181 zelf – de schadeveroorzakende zaak zélf is immers niet aansprakelijk – steeds sprake van één aansprakelijke persoon.
Vgl. HR 14 juli 2017, NJ 2017/467, m.nt. Spier (JMV/Zurich), r.o. 3.3.3 sub c, alwaar wordt aangegeven dat naar huidig recht de benadeelde in beginsel de betrokken ondergeschikte ook persoonlijk kan aanspreken tot vergoeding van door hem veroorzaakte schade.
In de literatuur komt zodoende met zekere regelmaat de vraag voorbij, of het niet wenselijk is de persoonlijke aansprakelijkheid van de ondergeschikte maar ‘gewoon’ af te schaffen of drastisch te reduceren. Zie Klaassen 2003, p. 21-48; Hartlief 2016, p. 48-53.
In deze zin ook Keijzer en Oldenhuis 2011, p. 101.
Ook wetssystematisch heeft art. 6:181 meer gemeen met art. 6:170 dan met art. 6:171. Op het terrein van de aansprakelijkheid voor zaken staat de gebruikersaansprakelijkheid ex art. 6:181 ‘voorop’ in relatie tot de bezittersaansprakelijkheid ex art. 6:173, 174 en 179. De aansprakelijkheid van de bezitter heeft een ‘vangnet- functie’. Pas wanneer geen bedrijfsmatige gebruiker ex art. 6:181 valt aan te wijzen, komt de bezitter als aansprakelijke in beeld.1 Met betrekking tot art. 6:170 en 171 valt een vergelijkbare verhouding te herkennen. Op het gebied van de aansprakelijkheid voor personen kwalificeert art. 6:170 als het primaat, waarvan art. 6:171 het complement vormt.2 Pas wanneer van ‘ondergeschiktheid’ in de zin van art. 6:170 geen sprake is, komt de toepassing van art. 6:171 in beeld. Wetssystematisch zijn derhalve zowel art. 6:181 als 170 vormgegeven als ‘hoofdregel’, ten opzichte waarvan de aansprakelijkheid van de bezitter ex art. 6:173, 174 en 179 respectievelijk die van de opdrachtgever ex art. 6:171 als ‘vangnet’ of ‘aanvulling’ zijn te beschouwen.
Een ander wetssystematisch aspect is dat art. 6:171 een cumulatieve aansprakelijkheid (en draagplicht) van de zelfstandige hulppersoon (ex art. 6:162) én diens opdrachtgever (ex art. 6:171) met zich brengt. Voorts betekent de toepassing van art. 6:171 niet dat alleen de opdrachtgever op kwalitatieve grondslag is aan te spreken voor bij de opgedragen werkzaamheden gemaakte ‘fouten’: de zelfstandige hulppersoon zélf kan daarvoor ook op kwalitatieve grondslag aansprakelijk zijn. Art. 6:181 volgt een ander spoor, aangezien deze bepaling in geval van schade door de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken geen cumulatieve aansprakelijkheid van de bezitter3 én bedrijfsmatige gebruiker meebrengt, maar een exclusieve aansprakelijkheid van laatstgenoemde.4 Bezien we in dit opzicht het systeem van art. 6:170, dan veronderstelt dit een cumulatieve aansprakelijkheid van de ondergeschikte (ex art. 6:162) én diens opdrachtgever (art. ex 6:170).5 In de praktijk worden in geval van schade door een ondergeschikte de pijlen echter eerst en vooral gericht op diens opdrachtgever. Bovendien zal ingevolge art. 6:170 lid 3 de draagplicht in het algemeen ook steeds op deze opdrachtgever rusten.6 Tot slot geldt dat voor de art. 6:170-hulppersoon zélf, anders dan voor de art. 6:171-hulppersoon, geen kwalitatieve aansprakelijkheid voor fouten van anderen kan gelden. Kortom, waar op het terrein van art. 6:171 in uitgangspunt náást de opdrachtgever ook de hulppersoon zelf aansprakelijk/draagplichtig is, is op het gebied van art. 6:181 en 170 de facto steeds alleen de gebruiker/opdrachtgever aansprakelijk/draagplichtig. Zo beschouwd tonen art. 6:181 en 170 ook in hun ‘exclusiviteit’ gelijkenis.7