Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/15.1.1
15.1.1 Inleiding
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS304022:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Besprekingen zijn onder meer te vinden bij Cahen 2004, p. 25–31; Beversluis 2009, p. 63–122; Asser/Bartels, van Mierlo & Ploeger 2013, para. 49–50; Asser/Sieburgh 2018, para. 543–549, die zich allen echter grotendeels beperken tot een omschrijving van de technische vereisten die uit artikel 6:251 BW voortvloeien. In oudere literatuur zijn wel beschouwingen te vinden over art. 1354 OBW, dat de voorganger is van art. 6:251 BW; zie bijvoorbeeld Philips 1882; Dullemond 1920; Meijers 1920; Maeijer 1966; Pitlo 1968; Rijtma 1969. Art. 1354 OBW was echter anders van opzet dan het huidige art. 6:251 BW; zie randnummer 671.
663. Eén van de manieren waarop er in het Nederlandse recht voor wordt gezorgd dat subjectieve rechten worden aangevuld, is door een recht te bestempelen als ‘kwalitatief recht’. Kwalitatieve rechten komen automatisch toe aan degene die rechthebbende is van een specifiek goed. De wet telijke regeling die dat bepaalt, is te vinden in art. 6:251 BW. Dit artikel bepaalt in lid 1: “staat een uit een overeenkomst voortvloeiende [sic], voor overgang vatbaar recht in een zodanig verband met een aan de schuldeiser toebehorend goed, dat hij bij dat recht slechts belang heeft, zolang hij het goed behoudt, dan gaat dat recht over op degene die dat goed onder bij zondere titel verkrijgt”.
664. In dit hoofdstuk bespreek ik de werking van kwalitatieve rechten. Over kwalitatieve rechten is relatief weinig geschreven.1 De terminologie die bij het beschrijven van kwalitatieve rechten wordt gehanteerd, is niet heel vast. Om duidelijk te maken welke termen ik gebruik en waarom, behandel ik hieronder eerst een paar vraagstukken die met art. 6:251 BW te maken hebben. Ook plaats ik de regeling voor kwalitatieve rechten tegenover andere mechanismen die er (in ieder geval in terminologische zin) op lijken. Daarna ga ik verder met het reguliere deel van de bespreking.