Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.2.5.2
5.2.5.2 De verzekerde sommen volgens de Wam: algemeen
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS401828:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Koninklijk Besluit van 4 juni 2007 tot wijziging van het Besluit bedragen aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, Stb. 196.
Kamerstukken II 2006/07, 30 860, nr. 3, p. 4. Of het argument van de concurrentiepositie van touroperators erg sterk is valt te betwijfelen: in een aantal buurlanden geldt reeds onbeperkte dekking. De Nederlandse bus die op België, Luxemburg, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en nog een aantal andere landen rijdt heeft in die landen voor personenschade al onbeperkte dekking.
Koninklijk Besluit van 4 juni 2007 tot wijziging van het Besluit bedragen aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, St!). 196. De merkwaardige bedragen tot 11 juni 2007 zijn het gevolg geweest van de nauwkeurige omrekening van de oorspronkelijke guldensbedragen naar Euro's.
In plaats van het door de 2e Richtlijn nog mogelijk gemaakte bedrag per gebeurtenis voor personen- en zaakschade tezamen, moest op grond van de 5e Richtlijn een afzonderlijk bedrag voor deze beide schadesoorten worden ingevoerd. Voor zaakschade heeft de Nederlandse wetgever gekozen voor het door de Richtlijn voorgeschreven minimum-bedrag van € 1 miljoen per gebeurtenis; voor personenschade heeft de wetgever geopteerd voor € 5 miljoen per gebeurtenis, het door de Richtlijn in het geval van een keuze voor die optie voorgeschreven minimum bedrag.1 Daarbij heeft de wetgever geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid van een overgangstermijn van (maximaal) 5 jaar, als voorzien in de Richtlijn.
De wetgever heeft er dus niet voor gekozen voor personenschade een minimum bedrag van € 1 miljoen per slachtoffer verplicht te stellen. De MvT motiveert het verwerpen van deze optie slechts door te wijzen op de mogelijke problemen rond de verzekerbaarheid van bussen en de daaruit voortvloeiende nadelige gevolgen voor de concurrentiepositie van Nederlandse touroperators.2 Inderdaad brengt een bedrag per slachtoffer - althans in theorie - mee dat de polis een onbeperkte dekking moet bieden. Het aantal slachtoffers is immers niet te voorspellen. In de tweede helft van de jaren '90 van de vorige eeuw is het in toenemende mate moeilijk geworden herverzekering voor ongelimiteerde aansprakelijkheidsdekking te krijgen.
Zonder dergelijke herverzekeringsdekking kan de solvabiliteit van een directe verzekeraar in gevaar komen.
De afzonderlijke verzekerde som die de Wam kende voor voertuigen, ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen, de bestuurder daaronder niet begrepen (bussen), is aanmerkelijk vereenvoudigd en gebracht op € 10 miljoen per gebeurtenis.3
De minimaal te verzekeren som voor bussen werd berekend door het aantal zitplaatsen te vermenigvuldigen met € 136.134. Voor de goede orde: de totale aldus berekende som stond aan de gezamenlijke slachtoffers ter beschikking en niet een per benadeelde gemaximeerd bedrag van € 136.134, zoals wel werd gedacht.