Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.3.5:5.3.5 Voor het verhoor relevante kenmerken van getuigen
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.3.5
5.3.5 Voor het verhoor relevante kenmerken van getuigen
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er is een aantal mechanismen verband houdende met de persoonlijkheid van de getuige dat een negatief effect kan hebben op de kwaliteit van de afgelegde verklaring, te weten acquiescence, compliance en suggestibility. Acquiescence gaat over de neiging van mensen om vragen bevestigend te beantwoorden. De meeste mensen vinden het vervelend om bij herhaling ‘nee’ tegen een ander te moeten zeggen en zullen op een zeker moment geneigd zijn om wel bevestigend te antwoorden. In dit verband is relevant dat toehoorders mensen die ‘coöperatief’ zijn, sympathieker en geloofwaardiger blijken te vinden dan mensen die vaak ontkennend antwoorden.1 Compliance betreft het instemmen met aangedragen informatie, omdat mensen zich daartoe in het licht van de sociale context verplicht voelen, terwijl ze weten dat de informatie niet klopt. Het kan gaan om het instemmen met suggesties van de zijde van de verhoorder of om gevoeligheid voor groepsdruk en een neiging tot het conformeren aan de groep. Suggestibility (suggestibiliteit) gaat over het accepteren van informatie als zijnde correct in de veronderstelling dat de persoon die de informatie aandraagt het wel bij het juiste eind zal hebben.2 Het optreden van een dergelijk mechanisme kan in combinatie met het suggereren van onjuiste informatie door de verhoorder een funeste uitwerking hebben op de kwaliteit van de verklaring.
Er zijn instrumenten ontwikkeld waarmee suggestibiliteit en compliance kunnen worden gemeten. Een daarvan is de Gudjonsson suggestibility scale waarmee individuele verschillen in suggestibiliteit worden gemeten aan de hand van een gestructureerd interview. De gang van zaken is als volgt. De testpersoon wordt eerst een verhaal voorgelezen, waarna hij wordt uitgenodigd om het hele verhaal na te vertellen. Hiermee wordt het geheugen getest en de neiging van de testpersoon om details aan te vullen Enige tijd later worden er twintig vragen gesteld waaronder vijftien vragen die suggestief van aard zijn doordat zij ofwel uitnodigen tot een bevestigend onjuist antwoord ofwel twee alternatieven bevatten die beide onjuist zijn. Aan de hand van de antwoorden kan worden gekeken hoe vaak de testpersoon meegaat in de suggestie. Na beantwoording wordt het aantal foute antwoorden gerapporteerd aan de testpersoon en moet deze opnieuw alle vragen beantwoorden. Door de oorspronkelijke antwoorden te vergelijken met de antwoorden uit de tweede ronde wordt de gevoeligheid voor negatieve feedback gemeten. Dit alles resulteert in een bepaalde score op een schaal van normscores. Een hoge score op de suggestibiliteitsschaal heeft een signaalfunctie en geeft inzicht in de mate van suggestibiliteit van de testpersoon, maar kan vanzelfsprekend geen bewijs opleveren voor de waarheidsgetrouwheid van eerder afgelegde verklaringen. Met de Gudjonsson compliance scale wordt de neiging tot compliance gemeten. Dit geschiedt aan de hand van een zelfrapportagevragenlijst.3 Er bestaat een onderlinge samenhang tussen suggestibiliteit en compliance. Het gebruik van deze instrumenten van deze instrumenten in de forensische context wordt echter betwist.4
De mate van suggestibiliteit is onder meer afhankelijk van het geheugen van de persoon die wordt gehoord. Suggestie zal eerder onderkend worden door personen die een goede herinnering hebben aan de gebeurtenis waarover zij worden ondervraagd.5 Ook de persoonlijkheid van de gehoorde persoon en diens verwachtingen is van invloed. Zo blijkt dat personen die hun geheugen wantrouwen eerder openstaan voor door de verhoorder aangedragen alternatieven of andersoortige onjuiste informatie.6 Ook de aanwezigheid van bepaalde psychiatrische stoornissen kan van invloed zijn op de suggestibiliteit.7 Tot slot zijn de omstandigheden waaronder wordt gehoord van invloed. Angst en vermoeidheid maken mensen meer vatbaar voor suggestie.8