Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/6.2.1.3
6.2.1.3 Casuspositie 2: De thuiswerkende notaris (BNB 1988/148)
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661280:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Gebaseerd op HR 9 maart 1988, nr. 24199, BNB 1988/148. De casus is vergelijkbaar met die uit BNB 2000/330 (paragraaf 6.2.1.4) op het punt van de aard van de fout (een fout in een tabel) en het beoordelingskader van de Hoge Raad, maar bij BNB 2000/330 slaagt het beroep op het vertrouwensbeginsel wél.
Zie BNB 1988/148, r.o. 3.
Zie BNB 1988/148, r.o. 4.1-4.3 voor het oordeel van de Hoge Raad.
Den Boer in BNB 1988/148.
Zie Scheltens in 1990/148. Vgl. conclusie van A-G Van Soest in BNB 1988/148, punt 9.10.
Casuspositie
Type voorlichting
Soort communicatie
Aard
Tekortkoming
Beroep op vertrouwensbeginsel
2. De thuiswerkende notaris1
Toelichting aangiftebiljet
Geschreven tekst
Algemeen
Fout: onjuiste verwijzing
Slaagt niet (dispositievereiste)
De situatie
Een notaris heeft een kamer in zijn eigen woning ingericht als werk- en studeerkamer. Volgens de toenmalige regels zijn kosten voor een werk- en studeerkamer onder voorwaarden aftrekbaar. De notaris berekent de aftrekpost met de toelichting bij het aangiftebiljet inkomstenbelasting. De toelichting bevat echter een fout; deze verwijst naar een verkeerde tabel. Dat resulteert bij de notaris in een onjuiste (te hoge) aftrekpost. Bij het opleggen van de aanslag valt de Belastingdienst terug op het wettelijk juiste bedrag. Mag de notaris vertrouwen op de toelichting?
Standpunt Belastingdienst, burger en belastingrechter
Belastingdienst: De inspecteur corrigeert de aftrekpost, legt de aanslag op in lijn met de wet en houdt geen rekening met de toelichting.Burger: De notaris handelt conform de toelichting en voegt de door hem gemaakte berekening bij de aangifte. Hij begrijpt niet waarom de inspecteur terugvalt op de wet, terwijl de Belastingdienst de toelichting meestuurt met het aangiftebiljet en daarin instructies geeft. Belastingplichtigen hebben er volgens de notaris belang bij dat zij af kunnen en mogen gaan op de uitingen (zoals toelichtingen) in de uitvoering. Als dat leidt tot een resultaat in strijd met de wet, moet dat voor rekening van de Belastingdienst blijven. Volgens de notaris hebben belastingplichtigen er geen belang bij dat de fiscus zijn voorlichtende taak ‘onbelemmerd’ kan vervullen als dat belang betekent dat het risico van onjuiste informatie in de toelichting in de regel voor rekening van belastingplichtigen komt.2Belastingrechter: De Hoge Raad oordeelt (net als het Hof) dat de toelichting een onjuiste verwijzing bevat die leidt tot een uitkomst die in strijd is met een juiste wetstoepassing.3 De Hoge Raad past het beoordelingskader voor de toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting toe. Nu de notaris niet aan (ii) het dispositievereiste voldoet (nakoming van wettelijke aangifteplicht, er is geen sprake van voortbouwen), wordt de Belastingdienst niet aan de onjuistheid in de voorlichting gebonden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.
Het juridisch perspectief en het burgerperspectief
Juridisch perspectief: Vanuit dit perspectief kan worden verklaard dat de notaris niet mag vertrouwen op de (onjuiste) toelichting. Toetsing aan het beoordelingskader van de Hoge Raad leidt ertoe dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Er wordt geen uitzondering gemaakt op de hoofdregel van nee, tenzij, want de notaris voldoet niet aan het dispositievereiste. Dat de onjuistheid niet-kenbaar was voor de notaris, maakt dit niet anders. Een strikte wetstoepassing krijgt voorrang, ook al maakt de Belastingdienst een fout.Burgerperspectief: Vanuit dit perspectief is de uitkomst anders. De notaris moet zijn fiscale verplichtingen nakomen en daarbij een aftrekpost berekenen. De Belastingdienst weet dat belastingplichtigen informatie nodig hebben over fiscale wet- en regelgeving om aan hun wettelijke verplichtingen te (kunnen) voldoen en verstrekt in dat kader voorlichting, zoals de onderhavige toelichting met uitleg en instructie. Zowel de notaris als de Belastingdienst weten dat de voorlichting dat (communicatieve) doel heeft; juist daarom wordt deze aangeboden, respectievelijk geraadpleegd (common ground). Voor wat betreft de communicatieve betekenis van de toelichting is duidelijk dat de notaris – gegeven de werking van taal en communicatie – de (enige) juiste interpretatie in de gegeven context heeft gemaakt. Een tabel op pagina 20 is die op pagina 20. De notaris had niet hoeven te onderkennen dat de Belastingdienst eigenlijk een andere tabel bedoelde; er was, gegeven de talige en niet-talige informatie, geen reden voor twijfel. Communicatief bezien heeft de zender – de Belastingdienst – een vergissing gemaakt (vgl. een verspreking). Daarvoor is de zender verantwoordelijk, de ontvanger valt in dit geval geen verwijt te maken. De ontvanger is daardoor op het verkeerde been gezet bij het maken van de berekening. Het is communicatief bezien niet redelijk dat de Belastingdienst zich achteraf eenzijdig terugtrekt uit de verwachting die de toelichting heeft gewekt. Daarmee schendt de Belastingdienst zijn commitment aan de communicatieve betekenis van de inhoud van de uiting en het communicatieve doel van de toelichting. Zo bezien, is te verklaren dat de onverwachts hogere belastingaanslag bij de notaris negatieve emotionele consequenties oproept.
Confrontatie van perspectieven
Dit is een paradigmatisch voorbeeld van een situatie waarin het juridisch perspectief en het burgerperspectief conflicteren. Terwijl het in het burgerperspectief volstrekt helder is dat de zender die een onjuiste uiting doet daarvoor zelf verantwoordelijk is, legt het juridisch perspectief het risico op fouten van de ene gesprekspartner (de Belastingdienst) bij de andere gesprekspartner (de burger). Die risicoverdeling is vanuit het burgerperspectief in de gegeven situatie onbegrijpelijk. Daarbij is in het burgerperspectief overigens, anders dan het juridisch perspectief, niet de belangenafweging aan de orde tussen het vertrouwensbeginsel en het legaliteitsbeginsel.Deze casuspositie legt niet alleen een conflict tussen de perspectieven bloot, maar ook enkele knelpunten in het juridisch perspectief. Zo is het onderliggende arrest in de juridische literatuur bekritiseerd vanwege 1) het stellen van het dispositievereiste en 2) de nodige zorgvuldigheid die van toelichtingen zou moeten worden verwacht van de Belastingdienst.4 De fout leidt ertoe dat de toelichting niet aan de juridische én communicatieve kwaliteitseis van juistheid voldoet (paragraaf 2.5.2, 5.3.2.1). Bovendien is de juridische kwalificatie van toelichtingen als niet bindende voorlichting in plaats van een bindend standpunt ter discussie gesteld (paragraaf 4.6.1.2). Dergelijke informatie beoogt immers geen ‘cursus belastingrecht’ te geven, maar sturing, instructie, en duidelijkheid over hetgeen moet worden ingevuld.5 Tot slot blijkt de motivering van de belastingrechter voor het gebrek aan bescherming van verwachtingen bij de burger voor die burger niet overtuigend, zoals het betoog van de notaris liet zien.