Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/6.2.1.1
6.2.1.1 Methodologische verantwoording
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661376:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Voor een totaalbeeld heb ik de beschikbare arresten via www.rechtspraak.nl geraadpleegd en de aangehaalde (standaard)arresten bij algemene voorlichting en inlichtingen bekeken in naslagwerken zoals in de Cursus Belastingrecht, Encyclopedie de Vakstudie, NDFR (laatstelijk 27 oktober 2021) en Douma 2021, par. 6.2.
Onder richtinggevend versta ik hier dat latere rechtspraak erop voortbouwt en/of naar verwijst en in dat opzicht dus koersbepalend is (en overigens ook in de literatuur als zodanig wordt opgevat (zie paragraaf 4.3.2)).
1) HR 26 september 1979, nr. 19 250, BNB 1979/311, 2) HR 9 maart 1988, nr. 24199, BNB 1988/148, 3) HR 3 januari 1990, nr. 26 325, BNB 1990/148, 4) HR 14 juni 2000, nr. 35275, BNB 2000/330, 5) HR 16 mei 2008, nr. 42151, BNB 2008/200, 6) HR 24 september 2010, nr. 08/03539, BNB 2010/314, 7) HR 24 september 2010, nr. 08/03543, BNB 2010/315, 8) HR 29 januari 2021, nr. 20/01427, BNB 2021/76, 9) HR 5 november 2021, nr. 20/03173, BNB 2022/10 en in het kader van disclaimers 10) HR 7 december 2001, nr. 36517, BNB 2002/45 en later 11) HR 11 november 2007, nr. 43084, BNB 2008/21.
BNB 2010/314 en BNB 2010/315 zijn in grote lijnen vergelijkbaar en de Hoge Raad beslist in BNB 2010/315 conform BNB 2010/314, dus ik heb enkel BNB 2010/314 geselecteerd. In BNB 2008/21 beslist de Hoge Raad conform BNB 2002/45, dus ik heb enkel BNB 2002/45 geselecteerd.
Het arrest in BNB 2008/200 is niet geselecteerd vanwege het type informatie (Handleiding loonbelasting, dat later overigens als beleid is aangemerkt, zie besluit van 20 februari 2009, nr. CPP2009/78M, V-N 2009/13.23) en de doelgroep (inhoudingsplichtigen); zie afbakening in paragraaf 1.5.
Dit betreft BNB 1990/148, die door de Hoge Raad is verwezen maar waarin geen verwijzingsuitspraak is gedaan c.q. gepubliceerd (navraag bij de griffie van de Hoge Raad en het verwijzingshof heeft geen resultaat opgeleverd). Overigens heeft BNB 1990/148 met BNB 2021/76 gemeen dat het gaat om een combinatie van algemene voorlichting en inlichtingen, dus die problematiek is met dat laatste arrest gedekt.
Zie Damen 2018, p. 32, die ‘stories’ bespreekt. Over tekortkomingen in voorlichting zie paragraaf 2.6.1 en 4.3.
Bij de selectie van de casusposities ben ik als volgt te werk gegaan. Als vertrekpunt heb ik alle sinds BNB 1979/311 gepubliceerde arresten van de Hoge Raad inzake algemene voorlichting en inlichtingen genomen (paragraaf 4.3.2).1 Vervolgens heb ik dat toegespitst op de belangrijkste, richtinggevende arresten (standaardarresten).2 Dat leverde elf relevante arresten op die in beginsel voor een casuspositie in aanmerking komen.3 Na eliminatie van ‘doublures’ – arresten die nagenoeg gelijk zijn aan een andere – vielen twee arresten af.4 Een ander arrest viel af omdat deze minder relevant is in het kader van voorlichting aan de burger en dus voor dit onderzoek.5 Tot slot viel een volgend arrest af omdat de uitkomst van de zaak na verwijzing onbekend is, waardoor de precieze uitwerking vanuit het juridisch perspectief ontbreekt en een adequate analyse niet mogelijk is.6 Het voorgaande betekent dat zeven arresten resteren als adequate basis voor de casusposities (BNB 1979/311, BNB 1988/148, BNB 2000/330, BNB 2002/45, BNB 2010/314, BNB 2021/76 en BNB 2022/10). De zeven arresten beslaan de volledige tijdsperiode van de beschikbare arresten tot op heden (tussen 1979 en 2021). Bovendien bevatten zij een ruime variatie in het type voorlichting (bijvoorbeeld toelichting, Website, telefonisch, combinaties), evenals de wijze van informatieverstrekking (zowel gesproken als geschreven), hun karakter (bijvoorbeeld algemeen en individueel gericht) en in de aard van de tekortkomingen (van verschrijving tot onjuiste rechtsopvatting).
De hierna te bespreken voorbeelden zijn niet representatief voor alle voorlichting die de Belastingdienst in zijn algemeenheid verstrekt. De focus ligt immers op probleemgevallen (paragraaf 1.5.4). Wel geven de casusposities een goed beeld van ‘wat er zoal mis kan gaan’ als de burger afgaat op voorlichting.7 Sterker nog, door de casusposities te baseren op de belangrijkste arresten zijn deze representatief voor de problematiek en rechtspraak en ter zake. De casusposities hebben dan ook niet slechts een illustratief karakter, maar zij leveren betekenisvolle, representatieve informatie op.
Ik behandel de casusposities in chronologische volgorde.