Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/11.3.2
11.3.2 De directe invloed van nationaal recht op de uitleg en toepassing van de open normen (B)
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS496033:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Micklitz 2007, p. 86. Het Duitse recht beschouwt het effectcriterium uit de Richtlijn misleidende reclame als een 'de minimis threshold' . Dit zou ertoe kunnen leiden de criteria bij de hoofdnorm een constitutieve ml wordt toegekend, ook bij de toetsing aan de lijst.
De Franse neiging om de referentieconsument soms concreet op te vatten (Franck 2000, p. 93 en 97-98, met verwijzing naar Trib. Com. Nanterre 4 juni 1999, REDC 1999/4, p. 417) heeft de rechter niet laten varen: JProx Lorient 27 augustus 2009, nr. 91-08-000276.
JProx Lorient 27 augustus 2009, nr. 91-08-000276.
CA Parijs 14 mei 2009, nr. 09/03660, D 2009, p. 1475, bevestigd in Cass. Com. 13 juli 2010, nr. 09-15304 en 09-66970, Bull. civ. 2010 IV, nr. 127; CA Parijs 26 november 2009 (Darty/UFC Que choisir).
Cass. Civ. 1' 15 november 2010, nr. 09-11161 en www.senat.fr/amendements/2010-2011/21/Amdt_229.html.
'This instrument may not only help to empower interest groups, bul it can allo facilitate concrete rulemaking on the basis of vague private law standards such as Bood faith' and 'unfair' ferms or 'unfair' commercial practices': Van Boom en Loos 2008, p. 11. Dit blijkt duidelijk uit de invulling van de professionele toewijding door de CA.
De wetgever zelf kan (dringend) verzoeken om strengere gedragscodes. Vgl. de brief van staatssecretaris Heemskerk van 22 januari 2010 aan de Tweede Kamer inzake de Gedragscode sms-dienstverlening.
Verkade 2009, nr. 65.
Shears 2007, p. 795. Uit art. 11 lid 1tweede deel onder b richtlijn blijkt dat een lidstaat mag bepalen of tegen de houder van een oneerlijke gedragscode kan worden opgetreden. Zie over de ingewikkelde situatie in Nederland: Verkade 2009, nr. 65.
Bragg 2008, p. 342.
Grassie 2006, p. 111 noemt de strikte uitleg van het begrip in Mars UK Ltd/Burgess [2004] EWHC 1912 (Ch).
Verkade 2009, nr. 7.
Kamerstukken II 2006/07, 30 928, nr. 6, p. 6; Kamerstukken II 2006/07, 30 928, nr. 8, p. 17 e.v. De omzettingswetgever wijst op de gelijkenis tussen de agressieve handelspraktijk en het leerstuk van de bedreiging (art. 3:44 lid 2 BW).
Van Boom 2008a, p. 9-10.
Twigg-Flesner e.a. 2005; De Vrey 2006; Cannarsa 2008. Dankzij deze bijdragen kunnen mogelijke 'valkuilen' tijdig worden erkend.
Ktr. Zaandam 2 april 2009, LJN BI1561.
Zie Collins 2010, p. 99; Giordano Ciancio 2008, p. 15 e.v.
SER 2004, p. 38, Steijger 2007, p. 129; Verkade 2009, nr. 26.
Griffiths 2007, p. 198.
Van een dergelijk document bleek bij de Richtlijn OB echter weinig invloed uit te gaan.
Bryan Roy Lewin/Purity Soft Drinks Ltd [2004] EWHC 3119, waarover Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 11 (par. 2.81 aldaar).
Burleigh/Van Den Berghs and Jurgens Ltd [1987] BTLC 337, waarover Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 11 (par. 2.76 aldaar).
OFT/Purely Creative, no. 67.
691. Deze paragraaf bespreekt de in nationale rechtsbronnen in brede zin (inclusief soft law) beschikbare handvatten bij de uitleg van de norm door de rechter en toezichthouder. De wijze waarop handelspraktijken voorafgaand aan de richtlijn werden beoordeeld naar nationaal recht biedt de toetsende instantie houvast. Te denken valt ten eerste aan de nationale wetgeving en rechtspraak met betrekking tot de misleidingsnorm uit de Richtlijn misleidende reclame. In dit kader zijn bijvoorbeeld van invloed het nationale consumentenbeeld, de gevolgde toetsingssystematiek1 en het abstracte of concrete karakter van de misleidingstoets.2
Waar de nationale rechter veel beoordelingsvrijheid genoot bij de invulling van de misleidingsnorm uit de Richtlijn 84/450/EEG inzake de misleidende reclame, blijft hij die vrijheid benutten. De vraag of de gekozen interpretatie van de norm in lijn is met het beoogde harmonisatieniveau, is voorshands niet te beantwoorden op grond van de richtlijn en de beschikbare EU-rechtspraak. Behalve door de misleidingsnorm uit de Richtlijn misleidende reclame worden de uitleg en toepassing van de richtlijnnormen ook ingekleurd door:
nationale verbodsbepalingen inzake handelspraktijken in de zin van de richtlijn:
in een Franse zaak werd een koppelverkooppraktijk in lijn met art. L.122-1 C.conso. in een individuele zaak in strijd geacht met de hoofdnorm van de Richtlijn OHP.3 In diverse zaken met betrekking tot koppelverkoop wordt echter juist nadrukkelijk afstand genomen van het voormalig verbod.4 De Cour de cassation en sinds kort de wet benadrukken dat dergelijke praktijken, net als andere voormalig verboden praktijken, aan de hoofdnorm dienen te worden getoetst;5
nationale gedrags- en beroepscodes:
op het nationale niveau vastgestelde gedragscodes spelen bij de invulling van de normen, en met name de professionele toewijding, een belangrijke concretiserende ro1.6 Gedragscodes kunnen en mogen strengere regels (dat is het geval bij de NRC) bevatten dan die door de richtlijn worden gesteld.7 Minder bescherming bieden dan vereist is niet toegestaan,8 maar tegen normovertredingen in gedragscodes zal niet zomaar (kunnen) worden opgetreden.9 Gedragscodes belemmeren de harmonisatie wanneer afwijkende standaarden doorwerken in de uitleg van de richtlijnnormen. De vaststelling van wat een afwijkende standaard is, vereist echter duidelijkheid vanuit Luxemburg of Brussel.
692. In het verlengde van bovenstaande is denkbaar dat ook invloed zal uitgaan van:
nationale regels en rechtspraak met betrekking tot een niet uit het Europees recht afkomstige misleidingsnorm:
deze regels zijn veelal buiten werking gesteld maar kunnen invloed hebben op de uitleg van de normen: te denken valt aan de lijst uit s. 2 van de Engelse TDA 1968, die aspecten bevat die niet op de lijst uit art. 6 lid 1 richtlijn voorkomen: de naam van de fabrikant en de geschiedenis 'including previous ownership or use';10
rechtspraak inzake niet uit de richtlijn afkomstige gelijkluidende normen waaraan handelspraktijken, die slechts de economische belangen van concurrenten schaden of betrekking hebben op transacties tussen handelaren, worden getoetst:
de omgang met de misleidingsnorm uit Richtlijn 2006/114/EG inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame zal de toepassing van de norm uit de Richtlijn OHP kunnen beïnvloeden.
Er zal ook invloed kunnen uitgaan van de manier waarop naar nationaal recht vergelijkende reclame wordt aangepakt en in het bijzonder de verwarringsnorm, die voorkomt in art. 6 lid 2 onder a richtlijn, wordt uitgelegd.11 Deze richtlijn beoogt geen maximum harmonisatie en de nationale rechter mag de handelaren dus in theorie een verdergaande bescherming bieden tegen misleidende en vergelijkende reclame;12
de nationale regels en rechtspraak met betrekking tot wat thans, naar Europees recht, als een 'agressieve' praktijk wordt aangemerkt:
bij deze nieuwe norm wordt aansluiting gezocht bij die rechtspraktijk die voor haar introductie het door haar gedekte gebied besloeg. Van betekenis zijn de leerstukken van de `abus de faiblesse' in Frankrijk (art. L.122-8 C.conso.) en `harassmene , `undue influence' en `choess' in Engeland. Naar Nederlands recht zullen de wilsgebreken 'misbruik van omstandigheden' en `bedreiging13 de invulling van de agressiesubnonn kunnen kleuren;
niet uit de richtlijn afkomstige criteria of gezichtspunten bij een norm waaraan praktijken worden getoetst, die niet dient ter omzetting van de richtlijrmorm maar hier wel mee samenloopt:
art. 3 lid 2 richtlijn vergt niet dat regels met betrekking tot de geldigheid, opstelling en rechtsgevolgen van contracten worden aangepast. Deze regels zullen blijven bestaan en tot kruisbestuivingen leiden.14 Ten tijde van de omzetting zijn de parallellen en verschillen tussen wilsgebreken en subnormen in alle drie de lidstaten uitgebreid besproken.15 Gelijkschakeling geschiedt ook al in de rechtspraak.16 Daarnaast zal de rechtspraak inzake de goede trouw (Engeland),17 de Voyauté' (Frankrijk) of redelijkheid en billijkheid (Nederland) de uitleg van de professionele toewijding kunnen kleuren.18 Andersom kan de aandacht in Engeland ook juist sterk op de 'current market practice' worden gericht zoals dat in de common law-rechtspraak inzake de 'standard of care' het geval is.19
De nationale rechter kan tot slot ook worden beïnvloed door de omzettingswetgeving en -documentatie, een nationaal Guidance-document (Engeland)20 en de doctrine, waarin de normen op uiteenlopende wijzen worden uitgelegd (par. 11.2).
693. De wijzen van uitleg en toepassing van de richtlijnnormen lopen tussen, maar ook binnen de lidstaten uiteen. Van een eenduidige uitleg en toepassing van de misleidingsnorm uit de Richtlijn misleidende reclame op nationaal niveau was voorafgaand aan de Richtlijn OHP bijvoorbeeld geen sprake. Dit zal mogelijk ook zo blijven.
In Bryan Roy Lewin/Purity Soft Drinks Ltd21 verwachtte de Engelse rechter van de `reasonable consumer' dat hij de tekst op een verpakking geheel zou lezen terwijl deze consument in de Burleigh/Van Den Berghs en Jurgens Ltd-zaak werd misleid door een enkele blik op de verpakking.22 Met betrekking tot de gemiddelde consument uit de CPR 2008 geeft de High Court de voorkeur aan een 'pas en meet'-benadering waarin het niveau van oplettendheid niet vaststaat.23 Van de eerste uitspraak van de High Court zal waarschijnlijk een zekere precedentwerking uitgaan. Deze uitleg biedt slechts tot op zekere hoogte houvast: de consumentmaatstaf en het besluitcriterium worden niet eenduidig gedefinieerd.
Dat de invloed van de nationale rechtsbronnen geen consistente toepassing van de norm tot gevolg heeft, komt door een gebrek aan waarborgen voor een eenvormige aanpak op nationaal niveau (hoogste rechtspraak, overleg tussen rechters en toezichthouders, guidance etc.).