Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/4.11.3
4.11.3 De titulaire quasi-bestuurder
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631700:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 23 november 2001, JOR 2002/4 m.nt. Blanco Fernández, NJ 2002/95 m.nt. Maeijer (Mefigro/Wind q.q.). Zie ook Schutte-Veenstra (2017) en (in kritische zin) Van Nuland (2021), nr. 4.2.4.2.1.
Vgl. r.o. 4.18 van Rb Midden-Nederland 19 februari 2014, JOR 2014/124 m.nt. Schreurs en Van Driel (Nipparts/gedaagde). Vgl. ook Gerecht in Eerste Aanleg Curaçao 17 oktober 2016, ECLI:NL:OGEAC:2016:101 (Speedy Security/Gwendly): “Het gerecht stelt voorop dat de in art. 7A:1615d BW neergelegde verplichting van een werknemer om in het algemeen al datgene te doen en na te laten, wat een goed werknemer in gelijke omstandigheden behoort te doen en na te laten, volgens vaste rechtspraak meebrengt dat hij in beginsel tegenover zijn werkgever is gehouden tot discretie en loyaliteit.”
Voor degene die enkel op grond van een overeenkomst een belangrijk of relevant deel van de bestuurstaken uitoefent (de titulaire bestuurder genoemd), zal het antwoord op de vraag afhangen van de inhoud van de overeenkomst en (dus ook) de mate waarin de bestuurstaak door de titulaire bestuurder wordt uitgeoefend en welke taken hij wordt geacht uit te voeren.1 De titulaire bestuurder werkt en functioneert onder verantwoordelijkheid van het formele bestuur. Dat formele bestuur is en blijft volledig verantwoordelijk voor de nakoming van de verplichtingen die de wet en de statuten op het formele bestuur leggen, ook al zou (nagenoeg) de gehele bestuurstaak contractueel zijn uitbesteed. Wordt niet aan de administratie- en jaarrekeningplicht voldaan en de rechtspersoon failliet verklaard, dan dient de vraag zich aan of de titulaire bestuurder als quasi-bestuurder moet worden aangemerkt, in welke geval de bewijsvermoedens ook aan hem kunnen worden tegengeworpen.
Het antwoord op de vraag naar op de titulaire quasi-bestuurder rustende verplichtingen zal (mede) afhangen van zijn takenpakket. Als hij wel leiding geeft aan de organisatie, aankopen kan doen en verantwoordelijk is voor het personeelsbeleid, maar het formele bestuur verantwoordelijk blijft voor de financiële administratie, is er geen reden aan te nemen dat de administratie- en jaarrekeningplicht mede op hem rust. Er kan verder alleen sprake zijn van een verplichting in dit verband, als ook de bevoegdheid is gegeven om de taken inzake de administratie en de jaarrekening uit te voeren.
Wat op hem rustende verplichtingen betreft kan nog worden opgemerkt dat de titulaire bestuurder die tevens werknemer van de rechtspersoon is, in strijd handelt met zijn verplichting tot goed werknemerschap als bedoeld in artikel 7:611 BW en artikel 7A:1615d BWC indien hij zijn geheimhoudingsplicht schendt of zich een corporate opportunity toeëigent.2
In de regel zal met de titulaire quasi-bestuurder een (maandelijkse) vergoeding zijn overeengekomen. Er is geen reden om aan te nemen dat hij daarop géén aanspraak zou kunnen maken in het geval dat hij zijn bevoegdheden overschrijdt, en zich meer bestuursmacht toeëigent dan is overeengekomen. Bij een formele bestuurder wordt de beloning in beginsel ook niet ter discussie gesteld wanneer hij zijn bevoegdheden overschrijdt.