Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/423
Toepassing art. 1, tweede lid Sr na vervallen afzonderlijke strafbaarstelling opzettelijke belediging van de echtgenoot van de koning (art. 112 (oud) Sr).
HR 02-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:509
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 april 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
21/05342
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:509, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:12, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑05‑2023
- Wetingang
Essentie
Toepassing art. 1, tweede lid Sr na vervallen afzonderlijke strafbaarstelling opzettelijke belediging van de echtgenoot van de koning (art. 112 (oud) Sr). Cassatiemiddel klaagt terecht dat het hof heeft verzuimd het meer gunstige strafmaximum van art. 266 Sr in samenhang met art. 267 Sr toe te passen, maar dat leidt bij gebrek aan belang niet tot cassatie.
Samenvatting
Als na het begaan van het feit de delictsomschrijving in voor de verdachte gunstige zin is gewijzigd, waaronder begrepen veranderingen in de bestanddelen en het vervallen van strafbaarstellingen, is art. 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.