Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/429
Medeplegen poging tot afpersing (art. 317 lid 3 jo. 312 lid 2 onder 2 Sr) en medeplegen opzettelijk iemand wederrechtelijk van vrijheid beroven en beroofd houden (art. 282 lid 1 Sr). 1. Verweer dat oogmerk en/of opzet op medeplegen geweld ontbreekt wegens onvoorziene discriminerende uitlatingen van aangever. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 5 jaren). Kon hof in strafverzwarende zin acht slaan op wat raadsman heeft aangevoerd? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 02-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:513
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 april 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/01054
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:513, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑04‑2024
Essentie
Medeplegen poging tot afpersing (art. 317 lid 3 jo. 312 lid 2 onder 2 Sr) en medeplegen opzettelijk iemand wederrechtelijk van vrijheid beroven en beroofd houden (art. 282 lid 1 Sr). 1. Verweer dat oogmerk en/of opzet op medeplegen geweld ontbreekt wegens onvoorziene discriminerende uitlatingen van aangever. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 5 jaren). Kon hof in strafverzwarende zin acht slaan op wat raadsman heeft aangevoerd? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01054
Datum 2 april 2024
ARREST
op het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.