Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.6.1.1
6.6.1.1 Waardering tegen actuele waarde
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS345532:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Een voorbeeld ter verduidelijking waarbij bedacht dient te worden dat om redenen van eenvoud de latente belastingen buiten beschouwing zijn gelaten evenals de verhouding van het activum tot crediteuren en eigen/vreemd vermogen: Een machine wordt op 31 december 1994 aangekocht voor f 500 000 af te schrijven in 10 jaar met een restwaarde van nihil. Jaarlijkse afschrijving f 50 000 zodat de boekwaarde per 31 december 1996 f 400 000 bedraagt. Per 31 december bedraagt de nieuwprijs f 600 000. Jaarlijkse afschrijving nu f 60 000; waarde per 31 december 1996 f 600 000 minus 2 x f 60 000 = f 480 000. Afschrijving in 1996 f 50 000. Aan de herwaarderingsreserve wordt toegevoegd f 480 000 minus f 400 000 = f 80 000. Zie in dit verband ook J. Dijksma, Inleiding tot de bedrijfseconomische winst- en vermogensbepalingsvraagstukken, Wolters Noordhoff Groningen, 1985, blz. 88 waarin hij schrijft: 'Indien bij duurzame productiemiddelen bij stijgende/dalende prijzen wordt geherwaardeerd op basis van de werkelijke voorraad werkeenheden behoren er geen inhaalafschrijvingen te worden toegepast.' Methodologisch is deze methode minder juist aangezien na tien jaar de ondernemer in beginsel niet meer in staat is om een nieuwe machine te kopen. Het saldo van de afschrijvingen bedraagt immers f 500 000 en vermeerderd met de herwaarderingsreserve van f 80 000 (totaal f 580 000) is dit onvoldoende om een nieuwe machine van f 600 000 te kopen.
In de visie van J. Dijksma, Inleiding tot de bedrijfseconomische winst- en vermogensbepalingsvraagstukken, Wolters Noordhoff Groningen, 1985 bedraagt de toevoeging aan de herwaarderingsreserve f 600 000 minus f 500 000 = f 100 000. De afschrijving over het jaar 1996 bedraagt alsdan f 450 000 (boekwaarde per 31 december 1995) + herwaardering ad f 100 000 minus boekwaarde per 31 december 1996 ad f 480 000 = f 60 000 normale afschrijving en f 10 000 inhaalafschrijving.
T.a.p., blz. 297.
De boekwaarde per 31 december 1992 (na toepassing normale afschrijving).
In het voorbeeld van Hoogendoorn is de f 80 000 het saldo van de herwaarderingsreserve.
Ten eerste: Het 'Besluit waardering activa' is niet van toepassing op de waardering van onroerende zaken door een volgens de Wet Toezicht Kredietwezen ingeschreven kredietinstelling. Ten tweede: Voor wat betreft de overige ondernemingen moet allereerst een onderscheid gemaakt worden tussen activa die dienen tot gebruik of verbruik in de bedrijfsuitoefening en die waarbij dat niet het geval is. In dit laatste geval spreekt men over de zogenaamde zelfstandige vruchtdragers die gewaardeerd worden tegen de opbrengstwaarde.
Bij de resterende materiële vaste activa moet vervolgens steeds de vraag beantwoord worden of vervanging door een goed met dezelfde economische betekenis kan plaatsvinden of niet. Indien dit wel het geval is dan dient waardering tegen vervangingswaarde12 te geschieden. Indien dit niet het geval is (en de bedrijfsuitoefening wordt niet voortgezet) dan vindt waardering tegen liquidatiewaarde (=directe opbrengstwaarde) plaats. Wordt desalniettemin de bedrijfsuitoefening nog tijdelijk voortgezet, dan dient waardering op bedrijfswaarde te geschieden.
Hoogendoorn3 probeert deze — op het eerste gezicht wellicht cryptische redenering — te onderbouwen aan de hand van een voorbeeld waar het om de waardering van een machine gaat:
Casus
Bali BV besluit in 1992, nadat zij kennis heeft genomen van de beschikbaarheid van een verbeterde machine, dat het verstandiger is vanwege de turbulente technologische ontwikkelingen de productie van product A te beëindigen. De bestaande machine zal dan ook niet worden vervangen. Wel zal de machine nog enige jaren in het productieproces worden gebruikt. Dit betekent dat bij toepassing van het actuele waardestelsel moet worden overgegaan naar waardering tegen bedrijfswaarde. Deze bedrijfswaarde wordt per 31 december 1992 gecalculeerd op f 240 000 waarbij naast de afschrijving een waardevermindering in aanmerking moet worden genomen van f 120 000 ( f 360 0004 — f 240 000). Van deze waardevermindering kan f 80 000 ten laste van de herwaarderingsreserve machines worden geboekt5, het restant dient ten laste van de winst- en verliesrekening te worden gebracht.
Uit het voorgaande volgt dat waardering op bedrijfswaarde pas aan de orde komt indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Het actief mag geen zelfstandige vruchtdrager zijn.
Vervanging van het actief vindt niet plaats.
De bedrijfsuitoefening waarvoor het actief wordt gebruikt wordt niet meteen beëindigd maar pas op termijn.