De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.5.3.6:4.5.3.6 De betekenis van de afspraken tussen de Bureaus voor de benadeelde
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.5.3.6
4.5.3.6 De betekenis van de afspraken tussen de Bureaus voor de benadeelde
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS398368:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Reeds meermalen is er op gewezen dat de in de paragrafen 4.53.2 tot en met 4.53.5 besproken 'regels' berusten op afspraken tussen de Bureaus en dat deze afspraken de benadeelde niet kunnen binden. De rechter heeft een zelfstandige verantwoordelijkheid om vast te stellen of de aansprakelijke bezoekende automobilist in het bezit was van een ten tijde van het ongeval in het land van het ongeval geldige groene kaart. Welke uitgangspunten zal de rechter daarbij in aanmerking moeten nemen?
In de eerste plaats zal als uitgangspunt hebben te gelden dat de groene kaart een (semi-)officieel document is, dat in beginsel aan formele en inhoudelijke eisen zal moeten voldoen om geldig te zijn. De 'toezegging' van de Bureaus dat zij ook zullen instaan voor valse en ongeoorloofd gewijzigde groene kaarten moet als een uitzondering op dit uitgangspunt worden gezien en in overeenstemming daarmee zal een beroep van de benadeelde daarop met terughoudendheid moeten worden gehonoreerd. Het ligt in de rede dat de rechter, gevraagd te oordelen of een groene kaart geldig is, in beginsel de 'regels' van de Bureaus zal volgen. Als de Bureaus aansprakelijkheid voor dergelijke valse of ongeoorloofd gewijzigde kaarten aanvaarden, kan de benadeelde daarop een beroep doen. Buiten de door de Bureaus 'aanvaarde' vervalsingen zou ik menen dat de balans tussen bescherming van de belangen van de benadeelde en die van de verzekeraar c.q. de Bureaus, bij valse of ongeoorloofd gewijzigde groene kaarten die in de relatie tussen de Bureaus niet worden gegarandeerd, zou moeten doorslaan naar de bescherming van de verzekeraar, c.q. het garanderend Bureau. Dat geldt temeer als de benadeelde zich tot andere instanties, zoals het waarborgfonds, kan wenden als hij geen aanspraak op schadevergoeding door het Bureau heeft.
Ook zal de rechter rekening hebben te houden met de normale bewijsregels ten aanzien van het bestaan van een geldige groene kaart: wie stelt, heeft bij betwisting (ook betwisting bij gebrek aan wetenschap bij het 'regelend' Bureau) te bewijzen. Het is de benadeelde die bij het ongeval - in het algemeen - de mogelijkheid heeft om de relevante gegevens te noteren en als hij dat nalaat, moet dat - in beginsel voor zijn rekening komen.
In beginsel, want vanzelfsprekend zijn er situaties denkbaar waarin van de benadeelde niet mag worden verwacht dat hij de relevante gegevens noteert. Met name in geval van letsel zal men zich kunnen indenken dat zulks wel eens achterwege blijft.
Op de vraag welke gevolgen voor de regresrelaties tussen de betrokken Bureaus voortvloeien uit een rechterlijke beslissing die geen rekening houdt met de interpretaties van de Council of Bureaux, zal in paragraaf 6.2.4.7 worden ingegaan.