Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/V.5.3.2:V.5.3.2 Secundaire status
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/V.5.3.2
V.5.3.2 Secundaire status
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460214:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit standpunt wordt met verdere verwijzingen nader belicht in par. II.5.4.2, par. II.7.3, par. III.7.3.3 en par. IV.3.3.
Sterker nog: er zijn situaties denkbaar waarin de leidinggevende wél maar de rechtspersoon niét kan worden aangemerkt als overtreder.
Zie voor de kanttekeningen die ik plaats bij de gedragseffecten van aansprakelijkheidsregels: par. IV.3.4.4 en par. IV.3.4.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In zowel het strafrechtelijke, bestuursrechtelijke als het privaatrechtelijke discours zijn er auteurs die betogen dat het daderschap van de leidinggevende een secundaire, afgeleide of ondergeschikte status heeft. Zij zien de rechtspersoon als de ‘primaire dader’ van een bedrijfsmatige overtreding, en menen dat het daderschap van leidinggevenden hiervan wordt afgeleid. Sommigen van die auteurs verbinden hieraan de conclusie dat leidinggevenden pas onder bijkomende omstandigheden aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de overtreding.1
Zoals ik hierboven in par. V.3.5.3 heb toegelicht, berust de secundaire status van het daderschap van leidinggevenden op een misverstand. In alle drie de bestudeerde rechtsgebieden wordt de persoonlijke aansprakelijkheid voor milieuovertredingen gebaseerd op de eigen verplichtingen en eigen gedragingen van de aangesproken leidinggevende. Het daderschap van de leidinggevende is niet afgeleid van het daderschap van de rechtspersoon en heeft een zelfstandig en rechtstreeks karakter.2 Juridisch gezien is de aansprakelijkheid van de leidinggevende daarom ook niet ondergeschikt maar nevengeschikt aan die van de rechtspersoon. Daarom kan dit argument niet de toepassing van een afwijkend, restrictief aansprakelijkheidsregime rechtvaardigen.
Ook al kunnen leidinggevenden worden aangesproken als ‘primaire dader’, dan zullen sommigen zich mogelijk toch nog afvragen waarom de milieuaansprakelijkheid niet toch beperkt kan blijven tot de rechtspersoon. Zoals ik ook heb toegelicht in de inleiding, bestaan er diverse redenen waarom het wenselijk is dat naast of in plaats van bedrijven natuurlijke personen binnen het bedrijf aansprakelijk kunnen worden gesteld voor een milieuovertreding. Rechtspersonen kunnen namelijk failliet gaan, van gedaante verwisselen, of zeer complex georganiseerd zijn. Daarom is het ook van belang dat de materieel verantwoordelijke natuurlijke personen achter de rechtspersoon aangesproken kunnen worden op milieuovertredingen waar zij de hand in hebben gehad. Bovendien kan deze hoofdelijke aansprakelijkheid een extra – zij het bescheiden – mogelijkheid geven voor het verhalen van de kosten van de milieuschade. De onrechtmatig aangerichte bedrijfsmatige milieuschade drukt op deze manier minder op de slachtoffers of de overheid die opdraait voor de saneringskosten. De milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden kan mogelijk ook bijdragen aan een effectieve handhaving van het milieurecht. Rechtspersonen schrijven immers niet hun eigen milieubeleid, en handelen feitelijk niet zelf in strijd met de voorschriften. Als het aansprakelijkheidsrecht inderdaad invloed heeft op gedrag van leidinggevenden,3 dan levert de milieuaansprakelijkheid een prikkel voor de naleving van milieuverplichtingen. Maar ook als de gedragseffecten van het milieuaansprakelijkheidsrecht beperkt zijn, dan is de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden toch nog van intrinsiek belang voor het herstel van de rechtsorde. Leidinggevenden zijn persoonlijk drager van milieuverplichtingen, en aan het schenden van een dergelijke rechtsplicht moeten juridische gevolgen kunnen worden verbonden; anders zijn de verplichtingen betekenisloos. Om deze redenen is de milieuaansprakelijkheid van rechtspersonen geen adequaat substituut voor de persoonlijke aansprakelijkheid van leidinggevenden.