Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.8.3:9.8.3 Kerndoelen en examenprogramma’s
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.8.3
9.8.3 Kerndoelen en examenprogramma’s
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977432:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
M. van Bemmel, ‘Cultuuronderwijs is onmisbaar voor integratie’, NRC 1 oktober 2002; vgl. Olgers 2000-2001 en Y. van Eekelen, ‘Kunst en cultuur zijn ook sociaal bindmiddel’, Uitleg 2001, 25, p. 10-17.
J. van den Broek, ‘Leraren: kijk verder dan het klaslokaal’, Didactief 2015, 6, p. 9.
P.J. Conover & D.D. Searing, ‘Democracy, citizenship and the study of sozialization’, in: Budge & McKay (eds.) 1994, p. 36.
Vis 1995, p. 6-7.
Peschar e.a. (red.) 2010.
G. ten Dam e.a., ‘Burgerschapscompetenties: de ontwikkeling van een meetinstrument’, PS 2011, p. 313-333.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voortgang inrichting kerndoelen en examenprogramma’s nodig: kennis en burgerschapsvaardigheden
Eind jaren negentig focussen de burgerschapsdoelen zich op het bijbrengen van democratische kennis en het leren over gedeelde basiswaarden, inzicht en communicatievaardigheden. Thans zijn de doelen in de Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht (2021) vastgelegd, en in de kerndoelen en (eindtermen in) examenprogramma’s van ondermeer de vakken Nederlands, geschiedenis, aardrijkskunde, (bedrijfs)economie en maatschappijleer. De programma’s van de keuzevakken maatschappijkunde (vmbo) en maatschappijwetenschappen (vwo/havo) zijn ook meer burgerschapsvormend.1
Kerndoelen in het primair en voortgezet onderwijs alsmede de eindtermen in examenprogramma’s als deugdelijkheidseisen kunnen gerealiseerd worden op basis van een door de school breed onderschreven, gedeeld en werkbaar burgerschapsconcept.2 Op basis hiervan kunnen de burgerschapscompetenties (civil competences), zoals geletterdheid (civic literacy) en politieke betrokkenheid aangebracht worden.3 In het verbindend democratisch burgerschapsconcept is het verwerven van democratische kwalificaties als burgerzin, sociale en politieke betrokkenheid, en participatie passend.
Vis ziet in de cognitieve vorming ‘meer gewenste effecten’ dan in de andere componenten als vaardigheden en houdingen.4 Dat valt goed te verklaren door de meetbare doorwerking van de cognitieve vorming. Naast de civic literacy is niettemin ook vorming in citizenship, alhoewel het ingewikkeld is om dit te oefenen, te toetsen en te praktiseren, van levensbelang voor het participeren als een verbindend democratisch burger.5 Burgerschapsvorming vraagt hierop toegesneden werkvormen en een, zoals door Ten Dam e.a. ontwikkeld, metrisch toetsingskader.6