Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.2.4.2.2
8.2.4.2.2 Directe kosten
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291622:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De term ‘(toerekenings)stappen’ ontleen ik aan: H.W.M. van Kesteren, ‘Directe en algemene kosten in de btw’, WFR 2008/6757, p. 320.
HvJ EG 6 april 1995, zaak C-4/94, FED 1995/495, m.nt. Nieuwenhuizen, r.o. 23 en 25 (BLP Group) en HvJ EG 8 juni 2000, zaak C-98/98, BNB 2001/118, m.nt. Van Hilten, r.o. 31 (Midland Bank).
Zie bijv. H.W.M. van Kesteren, ‘Directe en algemene kosten in de btw’, WFR 2008/6757, p. 320, A. van Doesum, H. van Kesteren en G.J. van Norden, ‘Share Disposals and the Right of Deduction of Input VAT’, EC Tax Review 2010/2, p. 65, D.R. Jensen en H. Stensgaard, ‘The Distinction between Direct and General Costs with Regard tot the Deduction of Input VAT – The Acquisition, Holding and Sale of Shares’, World Tax Journal February 2012, p. 5, A.J. van Doesum en H.W.M. van Kesteren, ‘De onlosmakelijke samenhang tussen kosten en belastbare handelingen’, WFR 2012/6960, p. 886, M.D.J. van der Wulp, ‘Rechtstreekse en onmiddellijke samenhang: ‘juridisch’ en economisch element’, BtwBrief 2013/94, p. 4, W.J. Blokland, Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 56, R.N.G. van der Paardt, Subsidies en BTW in de Europese Unie, Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 179, B. Willemsen, ‘Het gambiet van het recht op aftrek van voorbelasting’, TFO 2017/149.1, p. 27, T. Mosmans en R. van der Velde, ‘Abbey National afgestoft: nieuw leven geblazen in het afgebakende gedeelte van een onderneming?’, BtwBrief 2019/74 en M. Merkx en K. Schriek, ‘Aftrek van voorbelasting: hot btw-topic voortdurend in beweging’, BTW-bulletin 2020/11, p. 12.
HvJ EG 6 april 1995, zaak C-4/94, FED 1995/495, m.nt. Nieuwenhuizen, r.o. 28 (BLP) en HvJ EG 29 oktober 2009, zaak C-29/08, BNB 2010/251, m.nt. Swinkels, r.o. 71 (AB SKF).
Ook in de literatuur wordt hiervan uitgegaan (zie bijv. D.R. Jensen en H. Stensgaard, ‘The Distinction between Direct and General Costs with Regard tot the Deduction of Input VAT – The Acquisition, Holding and Sale of Shares’, World Tax Journal February 2012, p. 5, A.J. van Doesum en H.W.M. van Kesteren, ‘De onlosmakelijke samenhang tussen kosten en belastbare handelingen’, WFR 2012/6960, p. 886 en S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 243). In de Nederlandse wetgeving is dit expliciet opgenomen in art. 11 lid 1, onderdeel b Uitv.besch. OB 1968.
Uit de arresten BLP Group en Midland Bank is op te maken dat het Hof bij de beoordeling of recht op btw-aftrek bestaat twee stappen1 neemt.2 De eerste stap houdt in dat het Hof toetst of de kosten waarop btw drukt rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met één of meerdere uitgaande belaste handelingen van de belastingplichtige. Is dat het geval, dan komt de btw op deze kosten volledig voor aftrek in aanmerking. Het gaat hier om kosten die in de literatuur aangeduid worden als ‘directe kosten’.3 Dat het Hof uitsluitend toetst of de kosten toegerekend kunnen worden aan één of meer belaste handelingen valt te verklaren, aangezien op grond van art. 168 Btw-richtlijn uitsluitend getoetst moet worden of sprake is van gebruik voor belaste handelingen. Toch is de beperking van de eerste stap tot directe kosten voor belaste handelingen naar mijn mening niet zuiver. Zoals in paragraaf 8.2.4.2.3 zal blijken, beschouwt het Hof van Justitie kosten die geen directe kosten voor belaste handelingen zijn als algemene kosten. Uit het BLP-arrest en het AB SKF-arrest blijkt echter – conform art. 168 Btw-richtlijn – dat directe kosten voor vrijgestelde handelingen geen algemene kosten zijn.4 Om te voorkomen dat de directe kosten voor vrijgestelde handelingen tussen wal en schip vallen, dient bij de eerste stap getoetst te worden of sprake is van directe kosten voor belaste óf vrijgestelde handelingen.5 Alvorens in te gaan op de vraag hoe vastgesteld moet worden of sprake is van directe kosten voor belaste of vrijgestelde handelingen, dient eerst opgehelderd te worden wat onder het begrip ‘directe kosten’ wordt verstaan.
8.2.4.2.2.1 Wat zijn directe kosten?8.2.4.2.2.2 Hoe moet vastgesteld worden of sprake is van directe kosten?8.2.4.2.2.3 Directe kosten bij verrichten of afnemen vastgoedtransactie