Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/2.4.3.3
2.4.3.3 Zeggenschap
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS371126:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de VS Bainbridge 2008, p. 201 e.v. en Bebchuk 2005.
Van der Elst/Aslan 2009, p. 13 e.v. en Maatman/G. Raaijmakers 2006, p. 258. Na 2008 is in Nederland weer enige consideratie voor versterking van de positie van het bestuur. Zie bijvoorbeeld de aanbeveling van de Commissie Frijns om een afkoelingsperiode van 180 dagen in te voeren in geval van “geschil over het te voeren beleid”. Deze regel is in de thans geldende versie van de Code opgenomen (principe IV.4. en II.1.9) en door de rechter toegepast (OK 6 september 2013, JOR 2013/272 m.nt. Josephus Jitta (Cryo-Save).
Deze wijzigingen komen voort uit de Wet van 9 juli 2004 tot aanpassing van de structuurregeling, zie Stb. 2004/370 (Kamerstukken II, 2001/02, 28 179).
Ook denkbaar is dat de grootaandeelhouder stil blijft zitten, zie voor een scenario-analyse Black/Coffee 1997, p. 2047-2048.
Idem Eumedion 2013 – Position Action plan EU company law. Eumedion is al jaren pleitbezorger van verduidelijking omdat de huidige onduidelijke regels in de weg staan aan betekenisvolle en effectieve engagement met besturen van beursvennootschappen. Idem Eumedion 2013 – Position Action plan EU company law. Eumedion is al jaren pleitbezorger van verduidelijking omdat de huidige onduidelijke regels in de weg staan aan betekenisvolle en effectieve engagement met besturen van beursvennootschappen.
Zie over de betekenis van aandeelhoudersvoorstellen als corporate governance-instrument Sziraki/Renneboog/Szilagyi 2010, p. 738-777 en Brownstein/Kirman 2004, p. 26-78.
Zie voor voorbeelden onder meer Black/Coffee 1997, p. 2041-2046.
Vgl. reeds Easterbrook/Fischel 1996, p. 66-67 (met verwijzing naar politiek-economische literatuur) en p. 70.
Volgens diezelfde logica zal het initiatief tot samenwerking uitgaan van de aandeelhouder met het grootste belang; hij heeft immers het meest te winnen, zie nader Black/Coffee 1997, p. 2048 en p. 2063 e.v.
Zie over deze free ride Bainbridge 2008, p. 13; Easterbrook/Fischel 1996, p. 70 en Black 1992, p. 871.
Aan het begin van het nieuwe millennium stond wereldwijd1 de idee centraal dat de invloed van aandeelhouders binnen de vennootschap vergroot moest worden.2 In Nederland heeft dit onder meer geleid tot de uitbreiding van de rechten van aandeelhouders van structuurvennootschappen en tot invoering van verschillende nieuwe aandeelhoudersrechten, waaronder het goedkeuringsrecht van art. 2:107a BW en het agenderingsrecht van art. 2:114a BW.3
Aandeelhouderssamenwerking
Aandeelhouderssamenwerking zorgt ervoor dat er in de afwezigheid van een controlerende grootaandeelhouder4, toch controle kan worden uitgeoefend op het bestuur. Dit gebeurt dan door een groep samenwerkende aandeelhouders, wier individuele belangen te klein zijn om invloed te kunnen doen gelden.5 Zo kan aandeelhouderssamenwerking er voor zorgen dat bepaalde aandeelhoudersrechten kunnen worden uitgeoefend, zoals het recht om een vergadering bijeen te roepen, onderwerpen op de agenda te plaatsen6 of bestuurders te ontslaan (zie eerder § 2.2.2.2)7.
Aandeelhouderssamenwerking zorgt er tegelijk voor dat aandeelhoudersrechten effectiever benut worden. Het collective action-probleem (§ 2.4.2.2) wordt overwonnen: de kosten van de actie worden nu verdeeld over een collectief.8 Zo lang de opbrengst voor de coalitiepartners groter is dan de kosten die zij ervoor maken, hebben zij een prikkel om in actie te komen.9 Daar komt nog bij dat hoe meer aandeelhouders samenwerken, hoe lager de kosten per aandeelhouder zullen zijn (vgl. § 2.2.3). De overige aandeelhouders profiteren evenredig10, maar zo lang de gedeelde kosten de baten overschrijden, zal er toch voldoende reden zijn om niet passief te blijven.