Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/2.4.2
2.4.2 Keuze definitie
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS416287:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Zie haar aantekening bij HR 19 november 2004, nr. 39 840, FED 2005/12 (concl. A-G Overgaauw).
Denissen en Seegers 2003, p. 1666.
Denissen en Seegers 2003, noot 32.
Vakstudie Nieuws Vandaag 25 november 2004.
Popelier 1999a, p. 32.
Zie bijv. ook Thomas 2005, p. 326 en Albert 2005, p. 224 die beiden spreken over inwerkingtreding van een wet vóór de bekendmaking; vgl. Haazen 2001, p. 402-403 die in deze spreekt over de Professor Barabas-methode.
Vandaag de dag is er nog steeds geen eenduidige mening over de inhoud van het begrip ‘terugwerkende kracht’. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat het antwoord op de vraag of het moment van indiening van het wetsvoorstel of het inwerkingtredingsmoment als ijkpunt moet worden genomen nog nooit eenduidig is beantwoord. Dit kan worden verduidelijkt aan de hand van de aanpassing van de landbouwvrijstelling, welke wetswijziging wordt beschreven in bijlage A. Kort recapitulerend gaat het in casu om een wetsvoorstel dat op 27 juni 2000 is ingediend, direct vanaf dat moment is gaan werken, doch eerst op 1 januari 2001 in werking is getreden. Den Hollander stelt met betrekking tot deze wijziging dat geen sprake is van formeel terugwerkende kracht.1 De omstandigheid dat de wet direct vanaf de indiening van het wetsvoorstel – op 27 juni 2000 – is gaan werken, betekent volgens haar dat de wet op dat moment in werking is getreden (ijkpunt = indiening wetsvoorstel). Ook Denis-sen en Seegers zijn deze mening toegedaan.2 Zij betogen dat er wel sprake is van terugwerkende kracht indien louter wordt gekeken naar de datum van 27 juni 2000 ten opzichte van de datum van 1 januari 2001, doch achten die grammaticale interpretatie irrelevant.3 De redactie van Vakstudie Nieuws sprak daarentegen over ‘terugwerkende kracht met onmiddellijke werking’ (ijkpunt = inwerkingtreding).4 De reden dat de redactie van Vakstudie Nieuws sprak over terugwerkende kracht met onmiddellijke werking zal zijn gelegen in het feit dat vanaf de aanvang van de werking rechtsgevolgen worden verbonden, hetgeen in casu leidt tot materieel terugwerkende kracht (zie par. 2.9.3). Ook de wetgever sprak in dezen over terugwerkende kracht. 5
Gelet op het behandelde in onderdeel 2.3.3, moet het uitgangspunt dat het inwerkingtredingsmoment ijkpunt is als juist worden beschouwd. Eerst vanaf het inwerkingtredingsmoment geldt de wet en kan zij worden toegepast. In de periode tussen aankondiging van de nieuwe regel en zijn inwerkingtreding is de regel nog niet tot wet verheven en kan zijn inhoud nog veranderen. De regel bestaat in die periode nog niet. Het is mijns inziens dan ook onjuist om te spreken over onmiddellijke werking van een regel vanaf het moment van aankondiging. Popelier benadrukt dan ook terecht dat sprake is van terugwerkende kracht wanneer een regel rechtsgevolgen verbindt aan rechtsfeiten die dateren van vóór de inwerkingtreding, ongeacht of deze feiten zich voor af na het ontstaan of de bekendmaking van de norm hebben voorgedaan.6 Aangezien op dit punt in de praktijk veel misverstanden bestaan,7 acht ik het noodzakelijk om het gegeven dat het inwerkingtredingsmoment het ijkpunt vormt voor het beantwoorden van de vraag wanneer sprake is van terugwerkende kracht, terug te laten komen in een definitie van dit begrip.
Voorts is van belang om in een definitie van terugwerkende kracht te onderkennen dat terugwerkende kracht niet alleen de rechtsgevolgen van vóór de inwerkingtreding voorgevallen feiten, maar tevens de rechtsgevolgen van vóór de inwerkingtreding bestaande toestanden kan veranderen. Het gaat hierbij zowel om toestanden die op het moment van aanvang van de werking bestonden als om toestanden die na aanvang van de werking van de regel zijn ontstaan. Het onderscheid met onmiddellijke werking is dat ingeval sprake is van onmiddellijke werking de materiële rechtsgevolgen eerst na het moment van inwerkingtreding intreden. Bij terugwerkende kracht treden de materiële rechtsgevolgen reeds vóór het moment van inwerkingtreding in. In beide gevallen vindt de beoordeling evenwel eerst na de inwerkingtreding van de nieuwe wet plaats, waardoor de formalisering van de rechtsgevolgen eerst kan plaatsvinden ná het inwerkingtredingsmoment. Terugwerkende kracht kan derhalve niet als een fictie worden beschouwd omdat na het inwerkingtredingsmoment de nieuwe regel feitelijk wordt toegepast op het verleden.
In het licht van het voorgaande definieer ik terugwerkende kracht als volgt:
Ná het inwerkingtredingsmoment veranderen de materiële rechtsgevolgen die zijn verbonden aan feiten die zich voordeden vóór het inwerkingtredingsmoment of aan toestanden die bestonden op het moment van aanvang van de werking dan wel in de periode tussen aanvang van de werking en het inwerkingtredingsmoment zijn ontstaan.
Schematisch kan terugwerkende kracht als volgt worden weergegeven: