Beginsel en begrip van verdeling
Einde inhoudsopgave
Beginsel en begrip van verdeling (AN nr. 168) 2018/5.1:5.1 Inleiding
Beginsel en begrip van verdeling (AN nr. 168) 2018/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.H. Sikkema, datum 01-06-2018
- Datum
01-06-2018
- Auteur
mr. T.H. Sikkema
- JCDI
JCDI:ADS345548:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk is erop gericht om te komen tot de vaststelling van het grondbeginsel van verdeling. Onder het grondbeginsel van verdeling versta ik het principe dat ten grondslag ligt aan de verdeling en dat het effect van de verkrijging krachtens verdeling in zijn essentie beschrijft. Dit beginsel zal bij de behandeling daarvan in dit onderzoek in de regel worden aangeduid als de maatstaf voor verdeling.
In het kader van dit onderzoek zal een analyse worden gemaakt van de vereisten die overeenkomstig de eerste volzin van het wettelijke verdelingsbegrip bepalen of een rechtshandeling als verdeling moet worden aangemerkt. In het bijzonder zal worden stilgestaan bij het in de eerste volzin opgenomen verkrijgingsbegrip. Met het verkrijgingsbegrip doel ik op het voor verkrijging krachtens verdeling door de wet vereiste rechtsgevolg, namelijk het door een of meer deelgenoten verkrijgen van een of meer goederen van de gemeenschap met uitsluiting van de overige deelgenoten.
Pas nadat het grondbeginsel van verdeling is vastgesteld, kan nader worden ingegaan op de inhoud en reikwijdte van het voor verkrijging krachtens verdeling beoogde rechtsgevolg en de voor verdeling vereiste medewerking.
Ter voorkoming van terminologisch misverstand merk ik nog op dat in deze studie tot uitgangspunt wordt genomen dat de rechtshandeling van verdeling de causa voor de levering ter uitvoering van de verdeling vormt en niet tevens de levering ter uitvoering van de verdeling omvat.1 Voor een verantwoording van deze terminologische afbakening verwijs ik naar paragraaf 4.3.