Einde inhoudsopgave
RvdW 2020/752
Witwassen geldbedrag, art. 420bis lid 1 onder b Sr. Vordering tot herroeping VI a.b.i. art. 15i (oud) Sr t.z.v. verdachte die o.g.v. Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende straffen en voorwaardelijke sancties naar Nederland is overgebracht om zijn in Verenigd Koninkrijk opgelegde gevangenisstraf uit te zitten. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 02-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:982
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
2 juni 2020
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
19/01250
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:982, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 02‑06‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:552, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑04‑2020
Essentie
Witwassen geldbedrag, art. 420bis lid 1 onder b Sr. Vordering tot herroeping VI a.b.i. art. 15i (oud) Sr t.z.v. verdachte die o.g.v. Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende straffen en voorwaardelijke sancties naar Nederland is overgebracht om zijn in Verenigd Koninkrijk opgelegde gevangenisstraf uit te zitten. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01250
Datum 2 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 maart 2019, nummer 23/001219-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte], ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.