Grenzen aan testeervrijheid
Einde inhoudsopgave
Grenzen aan testeervrijheid (AN nr. 178) 2023/7.1.2:7.1.2 Gerechtigden
Grenzen aan testeervrijheid (AN nr. 178) 2023/7.1.2
7.1.2 Gerechtigden
Documentgegevens:
mr. drs. M.R. Beuker , datum 10-10-2022
- Datum
10-10-2022
- Auteur
mr. drs. M.R. Beuker
- JCDI
JCDI:ADS685815:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De aanspraak op een som ineens komt toe aan kinderen van de erflater. Indien een biologisch kind tijdens leven van de erflater nog niet een juridisch kind was van die erflater, kan door gerechtelijke vaststelling van het ouderschap alsnog, met terugwerkende kracht, een familierechtelijke band tussen de ouder en het kind ontstaan, art. 1:207 BW.
Ook het kind ex art. 1:394 BW kan een beroep doen op de som ineens van art. 4:35 BW. Het gaat dan om het kind dat alleen een moeder heeft en de erflater de verwekker van dat kind is. Ook heeft art. 1:394 BW betrekking op de persoon die als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad. Voor deze personen bestaat bij leven op grond van art. 1:394 BW sowieso al een verplichting om voor het kind te zorgen.