Grenzen aan testeervrijheid
Einde inhoudsopgave
Grenzen aan testeervrijheid (AN nr. 178) 2023/7.1.5:7.1.5 Verkrijgingen die in mindering komen
Grenzen aan testeervrijheid (AN nr. 178) 2023/7.1.5
7.1.5 Verkrijgingen die in mindering komen
Documentgegevens:
mr. drs. M.R. Beuker, datum 10-10-2022
- Datum
10-10-2022
- Auteur
mr. drs. M.R. Beuker
- JCDI
JCDI:ADS685818:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
P.F. Veltman, ‘Boedelafwikkelingsaspecten en andere wettelijke rechten’, Tijdschrift Nieuw Erfrecht 2003, afl. 3, p. 39-43.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Somgerechtigden kunnen ook aanspraken hebben in de nalatenschap van de erflater. Zij kunnen erven op grond van het intestaaterfrecht of een testamentaire making, maar hebben ook vaak recht op een legitieme portie. Denkbaar is ook dat ze een uitkering verkrijgen op grond van een sommenverzekering. Dergelijke verkrijgingen zullen in beginsel leiden tot vermindering van de som ineens. Indien de wettelijke verdeling van toepassing is, verkrijgt het kind vooralsnog slechts een niet-opeisbare vordering en zal de behoefte aan een som ineens niet kleiner zijn.
De langstlevende kan overgaan tot uitkering van (een deel van) de vordering die een kind mogelijk toekomt op grond van de wettelijke verdeling. Art. 4:35 BW vormt op deze manier een onderhandelingsinstrument voor het kind om een deel van zijn vordering te ontvangen. Hetzelfde geldt voor uitkering van een niet-opeisbare legitieme portie. Een daadwerkelijk verkregen legitieme portie komt in mindering op de verzorgingsbehoefte van het kind.1
Eigen vermogen van het kind telt echter niet mee bij de bepaling van de behoefte van het kind. Dat is anders indien de erflater bij leven een speciale voorziening heeft getroffen voor de studie van zijn kind. Zo’n voorziening vermindert de behoefte aan een som ineens.
Ingevolge lid 3 van art. 4:35 BW komt eveneens in mindering op de som ineens hetgeen een kind had kunnen verkrijgen krachtens erfrecht of sommenverzekering die door het overlijden van de erflater tot uitkering komt. Dergelijke bedragen zullen geen invloed hebben op de behoefte aan een som ineens, maar gezien het handelen van het kind is het toch gerechtvaardigd om dergelijke bedragen in mindering te brengen.
Mogelijke erfrechtelijke verkrijgingen zullen alleen in mindering mogen komen indien de verkrijging van het kind daadwerkelijk zou kunnen worden ingezet voor de bestrijding van kosten voor verzorging, opvoeding, levensonderhoud en studie. Een verkrijging die onder testamentair bewind is gesteld, zal bijvoorbeeld in veel gevallen niet in mindering kunnen worden gebracht op de som ineens.