Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/9.2.2.3
9.2.2.3 Executie
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186519:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 5.3.2.2 en 5.5.4.
Zie par. 5.5.4.3.
Wittig 2001, Bloû & Zugelder 2011, Mayer 2007, p. 255, Uhlenbruck/Streit/Lüer InsO § 264, rn. 27-30 en MüKoInsO/Drukarczyk InsO § 264, rn. 12. De relevantie van die executiebevoegdheid is echter beperkt omdat naar Duits recht tijdens een Insolvenzverfahren de Insolvenzverwalter ook de goederen mag executeren waar een zekerheidsrecht op rust dat een ‘Absonderungsrecht’ geeft. Zie § 165 en 166 InsO, MüKoInsO/Ganter Vorbemerkungen vor §§ 49 bis 52, rn. 33, Uhlenbruck/Knof InsO § 41, rn. 9 en MüKoInsO/Bitter § 41, rn. 14.
Zie Spinath 2005, p. 43. Vgl. ook Van Grevenstein 1992, p. 125.
Zo ook Haak 2012, p. 532 en Wessels 2013, p. 71.
Zie par. 5.3.4.3 en 6.5.2.
Dit is anders als de juniorvordering aan de senior is verpand. Zie HR 18 december 2015,JOR 2016/105 (ABN AMRO/Marell).
Zie bijvoorbeeld over inning van een meervoudig verpande vordering art. 3:246 lid 1 BW, MvT, Parl. Gesch. BW Boek 3, p. 747, over de vordering tot afgifte van een meervoudig verpande zaak art. 3:237 lid 3 BW, TM, Parl. Gesch. BW Boek 3, p. 771 en over parate executie door een lager gerangschikte pandhouder art. 3:248 lid 3 BW, TM, Parl. Gesch. BW Boek 3, p. 777. Zie ook par. 5.2.3.3.
Zie Abendroth 2014b, Beekhoven van den Boezem 2015, Abendroth 2015 en Krzemiński 2016.
Zie nader par. 9.2.2.6.
603. Een goederenrechtelijk zekerheidsrecht verleent de zekerheidsgerechtigde het recht van parate executie.1 Die bevoegdheid oefent de zekerheidsgerechtigde uit jegens de schuldenaar. Daarmee speelt het recht van parate executie in een andere relatie dan een eigenlijke achterstelling. Een eigenlijke achterstelling beïnvloedt de verhouding tussen de schuldeiser en zijn schuldenaar niet, laat staan dat een eigenlijke achterstelling beïnvloedt wanneer de schuldenaar in verzuim raakt.2 Daarom belemmert een eigenlijke achterstelling evenmin het recht van parate executie van een zekerheidsgerechtigde. Dit sluit aan bij de mogelijkheden van beslag en executie voor een eigenlijk achtergestelde vordering zonder zekerheidsrechten.3 Verder staat ook naar Duits recht de verlaagde rang van een vordering op zichzelf niet in de weg aan uitwinning van zekerheidsrechten die voor die vordering zijn gevestigd.4
Spinath heeft gesuggereerd dat de senior de zekerheidsrechten mag uitwinnen omdat op die manier de achterstelling tot zijn recht komt.5 Dat is mijns inziens niet juist.6 De zekerheidsrechten zijn immers als afhankelijke rechten verbonden aan de juniorvordering en de eigenlijke achterstelling verleent de senior geen rechten op de juniorvordering.7 De senior kan dus de zekerheden die voor de juniorvordering zijn gevestigd niet uitwinnen.8
604. Als er zowel voor de juniorvordering als voor andere vorderingen een zekerheidsrecht is gevestigd kunnen meerdere zekerheidsgerechtigden bevoegd zijn om over te gaan tot executie.9 Hun bevoegdheden kunnen onderling verschillen afhankelijk van de rang van hun zekerheidsrecht. Daarbij gaat het niet om de rang van het verhaalsrecht van de vorderingen waarvoor de zekerheidsrechten zijn gevestigd, maar om de rang van de zekerheidsrechten als beperkt recht.10 De rang van de beperkte rechten vloeit voort uit het goederenrechtelijke karakter van de zekerheidsrechten en het nemo-plusbeginsel. Daarom bepaalt de volgorde waarin de pandrechten zijn gevestigd die rang.
Als bijvoorbeeld de pandhouder met het oudste pandrecht de rang van zijn verhaalsrecht heeft verlaagd met een eigenlijke achterstelling, dan verandert dat niet de rang van zijn pandrecht als beperkt recht. Die eigenlijke achterstelling heeft dus ook bij meerdere pandrechten geen gevolgen voor de executiebevoegdheid.11
605. Hoewel een eigenlijke achterstelling de executiebevoegdheid van de junior niet raakt kan een achterstelling wel ertoe leiden dat de junior onrechtmatig handelt of wanpresteert door zijn executiebevoegdheid uit te oefenen.12 Bovendien kan de junior de executiebevoegdheid niet uitoefenen voor zover hij daarvan misbruik maakt.
Het enkele feit dat door een eigenlijke achterstelling de executie-opbrengst veelal aan de seniorschuldeisers toekomt is echter onvoldoende om aan te nemen dat de junior misbruik van recht maakt of onrechtmatig handelt als hij de goederen waarop het zekerheidsrecht rust executeert. Het recht van parate executie dient om verhaal te nemen op de goederen van de schuldenaar en dat is precies wat er gebeurt bij executie, ook als de executie-opbrengst bij andere schuldeisers terechtkomt. Daardoor gaan de vorderingen van de schuldeisers bij wie de executie-opbrengst terechtkomt teniet.