Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/2.5.3
2.5.3 Collectief
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268375:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Rapport van de Commissie Ottow, p. 90.
Art. 91, zevende lid, CRD IV.
Beoordelingscriterium 4.5.
Art. 1.4 van de Beleidsregel Geschiktheid.
Richtsnoer 152.
Hoofdstuk 7 van de Richtsnoeren. In de consultatieversie voor aanpassing van de Richtsnoeren is toegevoegd dat bij de beoordeling van de geschiktheid van het collectief ook getoetst dient te worden of er voldoende kennis en begrip aanwezig is in het collectief ten aanzien van witwas-risico’s en terrorismefinanciering, de wijze waarop deze risico’s van invloed zijn op de instelling en de beheersing van deze risico’s. Zie Consultation Paper on Draft joint ESMA and EBA Guidelines on the assessment of the suitability of members of the management body and key function holders under Directive 2013/36/EU and Directive 2014/65/EU, EBA/GL/ 2020/19-ESMA35-43-2464, Richtsnoer 152 (nieuw).
Zowel de ECB-Gids als de Richtsnoeren noemen de geschiktheid van het collectief als apart, aanvullend criterium.
Zie ook p. 19 van de Beleidsregel Geschiktheid.
Bestuurders en commissarissen dienen niet alleen individueel over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring te beschikken, maar dit geldt ook voor het collectief.1
Zowel de Richtsnoeren2 als de ECB Gids3 werken deze eisen nader uit, op een manier die vergelijkbaar is met de Nederlandse toetsingspraktijk. Net als bij de Nederlandse geschiktheidstoets wordt de kandidaat getoetst tegen de achtergrond van het bestaande collectief.4 Bij de voordracht moet worden toegelicht welke kennis, vaardigheden en ervaring de kandidaat toevoegt aan het collectief, en op welke punten de kandidaat zal moeten leunen op anderen.5 Uiteindelijk gaat het er bij deze toets om dat de groep (het bestuur en de raad van commissarissen) als geheel over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring beschikt om haar taken naar behoren te kunnen vervullen.6
Belangrijk is om voor ogen te houden dat de kwaliteit van het collectief, hoe hoog ook, nooit kan betekenen dat een individuele kandidaat niet meer aan zijn of haar individuele geschiktheidseisen hoeft te voldoen. De eisen gelden cumulatief.7 Wel is het zo dat op zich geschikte bestuurders elkaar wat betreft kennis, vaardigheden of ervaring kunnen aanvullen.8
In Nederland is hiervoor een zogenaamde “geschiktheidsmatrix” ontwikkeld.9 Dit is een tabel waarin alle bestuurders of commissarissen gescoord worden op kennis en ervaring met betrekking tot de verschillende expertisegebieden. Zo wordt inzicht verkregen in het totaal aan kennis en ervaring dat in het collectief aanwezig is. Deze matrix is tijdens de Peer Review in 2015 door EBA als best practice bestempeld. In de nieuwe Richtsnoeren is de matrix als bijlage bijgevoegd, ter facilitering van de collectieve geschiktheidstoets.10 Ook de ECB geeft aan dat bij het onderzoek naar eventuele leemtes in de collectieve geschiktheid gebruik gemaakt kan worden van een geschiktheidsmatrix.
De Richtsnoeren bevatten voorts uitvoerige bepalingen over de gewenste diversiteit in het collectief, op het gebied van onder meer deskundigheid en professionele achtergrond van de leden, leeftijd, geslacht en nationaliteit. Zie hierover nader Hoofdstuk 6.