Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.4.3.9
11.4.3.9 Passieve veredeling
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258440:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ex artikel 5, onderdeel 23, DWU wordt onder Uniegoederen begrepen: goederen behorende tot een van de volgende categorieën:
Artikel 5, onderdeel 37, DWU.
S. Rosenow & B.J. O'Shea, A Handbook on the WTO Customs Valuation Agreement, Cambridge: Cambridge University Press 2010, p. 51 en P. Díaz Gavier & J. Guadalupe Báscones, On Article 8.1(b)(iv) of the Customs Valuation Agreement: When Is the Value of Certain Services Supplied by the Buyer Relevant for Customs Value (i.e., Engineering, Development, Artwork, Design, GTCJ 9(6), p. 262.
Verzoekschrift prejudiciële beslissing 6 juni 2019, nr. C-509/19 (BMW Bayerische Motorenwerke AG tegen Hauptzollamt München).
Verzoekschrift prejudiciële beslissing 6 juni 2019, nr. C-509/19 (BMW Bayerische Motorenwerke AG tegen Hauptzollamt München), p. 8.
Invoerrechten worden geheven over goederen die in het vrije verkeer van het douanegebied van de Europese Unie worden gebracht en zijn bedoeld om de industrie van het land van invoer te beschermen (onderdeel 2.2.3). De waarde die buiten het douanegebied van de Europese Unie wordt toegevoegd worden derhalve belast. In voorkomende gevallen bestaan de ingevoerde goederen geheel of ten dele uit Uniegoederen1 die tijdelijk uit het douanegebied van de Europese Unie zijn uitgevoerd om te gebruiken bij één of meer veredelingen (bewerking, verwerking, vernietiging of herstelling).2 Om de waarde van de Uniegoederen bij terugkeer onbelast te laten, is ten aanzien van toeleveringen in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten vierde, DWU (‘intellectuele toeleveringen’) bepaald dat zij niet in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de douanewaarde indien zij zijn verricht of vervaardigd in de Europese Unie. Het in die gevallen uitsluiten van intellectuele toeleveringen van de douanewaarde, is een bewuste keuze geweest bij het vaststellen van de CVA. Hiermee is namelijk beoogd een gelijk speelveld te creëren qua tarieftoepassing ten opzichte van andere toeleveringen.3 Voor de andere toeleveringen geldt namelijk dat diverse WHO-leden de van oorsprong zijnde materialen bij terugkeer onbelast laten.
Ook de Europese Unie kent met de bijzondere regeling ‘passieve veredeling’ een dergelijk systeem. Uniegoederen die tijdelijk uit het douanegebied van de Europese Unie worden gebracht om te worden gebruikt bij één of meer veredelingshandelingen, worden, wanneer de veredelingsproducten in het vrije verkeer worden gebracht, niet belast. De douaneschuld wordt vastgesteld op basis van de veredelingskosten in het derde land. In beginsel worden derhalve toeleveringen, voor zover zij worden verricht of vervaardigd in de Europese Unie, niet belast met invoerrechten. Een ongelukkige uitzondering op deze regel vormt software indien de software afkomstig is uit de Europese Unie en wordt belichaamd in de ingevoerde goederen. De software kwalificeert dan, indien de software gratis of tegen verminderde prijs ter beschikking wordt gesteld door de koper, als toelevering in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten eerste, DWU (onderdelen 11.4.3.2.1 en 11.4.3.6.4). Voor deze toelevering geldt geen uitzonderingsclausule in de zin dat wanneer de toelevering is verricht of vervaardigd in de Europese Unie, de waarde niet in de douanewaarde begrepen hoeft te worden. Ook kan de waarde niet onbelast blijven met toepassing van de bijzondere regeling passieve veredeling, omdat deze bijzondere regeling alleen toepassing vindt ten aanzien van stoffelijke goederen.
In de lopende zaak BMW Bayerische Motorenwerke AG tegen Hauptzollamt München4 worden standaard softwarecomponenten ter beschikking gesteld door BMW Bayerische Motorenwerke AG aan verschillende fabrikanten uit derde landen, die op de ingevoerde regeleenheden worden geïnstalleerd. De Duitse douaneautoriteiten betogen dat de waarde van de software als toelevering in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten eerste, DWU in aanmerking moet worden genomen voor de vaststelling van de douanewaarde. BMW Bayerische Motorenwerke AG geeft aan dat een en ander simpel opgelost had kunnen worden indien de bijzondere regeling passieve veredeling toepassing had gevonden. De waarde van de software had dan niet in aanmerking genomen hoeven worden. Nu dat niet het geval is betoogd zij dat artikel 71, lid 1, onderdeel b, DWU in het geheel geen toepassing vindt. Het Hof van Justitie heeft van het Finanzgericht München de vraag voorgelegd gekregen of de waarde van de software op grond van artikel 71, lid 1, onderdeel b, DWU in aanmerking genomen moet worden. De verwijzende rechter heeft een voorkeur om de software aan te merken als toelevering in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten vierde, DWU. Op die manier wordt “[…] de door de koper ter beschikking gestelde intellectuele elementen en materialen van oorsprong uit de Unie gelijk behandeld”.5 Zoals ook in onderdeel 11.4.3.6.4 uiteengezet is, lijkt de software in dit geval juist als toelevering in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten eerste, DWU aangemerkt te moeten worden. Dat brengt echter de ongelukkige situatie met zich dat software in een dergelijke situatie anders wordt behandeld dan materialen van oorsprong uit de Europese Unie, omdat de bijzondere regeling passieve verdeling niet toegepast kan worden op onstoffelijke zaken.
De waarborging van de neutraliteit van het douanewaardestelsel noopt er echter toe om een gelijk speelveld tussen stoffelijke en niet-stoffelijke materialen te creëren die in de ingevoerde goederen worden belichaamd (onderdeel 11.4.3.2.1). De oplossing, om de ongelukkige uitkomst te voorkomen, zou wat mij betreft gelegen zijn in de uitbreiding van de bijzondere regeling passieve veredeling tot onstoffelijke zaken die van oorsprong zijn uit de Europese Unie.