Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/8.1:8.1 Inleiding
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947734:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk behandelt de invulling van het vereiste van ‘gelijk kiesrecht’ voor vrije en eerlijke verkiezingen. Allereerst ga ik in op het beginsel van ‘one man, one vote’ (paragraaf 8.2) en de gelijkwaardigheid van stemmen (paragraaf 8.3). De uitleg van de term ‘gelijkelijk’ in artikel 4 Gw is door de grondwetgever tot deze aspecten beperkt gebleven. Het belang van gelijk kiesrecht reikt echter verder. In dat kader wijs ik op de samenhang tussen de toekenning van kiesgerechtigdheid en het gelijkheidsbeginsel (paragraaf 8.4), waarna de oordelen van de Hoge Raad en de ABRvS inzake het ‘vrouwenstandpunt’ van de SGP aan de orde komen (paragraaf 8.5). Ook komt aandacht toe aan de beginselen van juridische en feitelijke kansengelijkheid (paragraaf 8.6 en 8.7). Tot slot maak ik enkele afsluitende opmerkingen (paragraaf 8.8).