Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/8.2
8.2 ‘One man, one vote’
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947781:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
CDL-AD(2002)23 van de Venice Commission (30 oktober 2002), Code of Good Practice in Electoral Matters, p. 6.
CDL-AD(2008)013 van de Venice Commission (16 juni 2008), Report on dual voting for persons belonging to national minorities, par. 10.
CDL-AD(2008)013 van de Venice Commission (16 juni 2008), Report on dual voting for persons belonging to national minorities, par. 59-64.
Zie ook CDL-AD(2002)23 van de Venice Commission (30 oktober 2002), Code of Good Practice in Electoral Matters, p. 15.
Kamerstukken II 1976/77, 13872, nr. 3, p. 26; Kamerstukken II 1975/76, 13872, nr. 6, p. 29; Kamerstukken II 1976/77, nr. 7, p. 22. Overigens bepaalt art. 46 lid 1 Statuut: ‘Iedere kiezer brengt slechts één stem uit.’ Naar de letter verzet deze bepaling zich tegen stelsels waarin alle kiezers meerdere stemmen mogen uitbrengen: Nap 2004. Het is echter aannemelijk dat ook deze bepaling slechts beoogt te voorkomen dat sommige kiezers meer stemmen mogen uitbrengen dan andere: Elzinga, Kummeling & Schipper-Spanninga 2012, p. 29.
Onder dat laatste geval kan bijvoorbeeld worden begrepen het voorhanden hebben van volmachtbewijzen waarop de volmachtgever niet de naam van de volmachtgever heeft ingevuld. Zie de zaak-Van Rey: HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1135. Van Rey was stemcoördinator van de Roermondse VVD en had kiezers die bij volmacht wilden stemmen verzocht om alleen hun eigen gegevens in te vullen op hun stempas. Van Rey zou er vervolgens zorg voor dragen dat de volmachtbewijzen onder zijn kennissen werden verdeeld, die vervolgens hun eigen gegevens konden invullen.
Gelijk kiesrecht in de zin van artikel 3 Protocol 1 EVRM betekent allereerst dat alle kiezers in principe één stem mogen uitbrengen. Wanneer kiesstelsels kiezers meerdere stemmen toebedelen – het Duitse stelsel is daarvan een voorbeeld – geldt opnieuw dat alle kiezers even veel stemmen moeten kunnen uitbrengen.1 Het EHRM heeft zich tot nog toe niet gebogen over klachten inzake een schending van het ‘one man, one vote’-principe. Dat is niet verwonderlijk, nu kiesstelsels die bepaalde kiezers meer stemmen laten uitbrengen dan andere, hoogst zeldzaam zijn. Het beginsel staat hoogstens ter discussie in landen die met een doorbreking van het principe de vertegenwoordiging van nationale minderheden willen bevorderen door deze minderheden naast een ‘algemene’ stem ook een stem op een specifieke vertegenwoordiger van de betreffende minderheid te laten uitbrengen.2 Volgens de Venice Commission is deze (in de praktijk zeer uitzonderlijke) benadering niet per definitie in strijd met artikel 3 Protocol 1 EVRM. Wel is zij slechts gerechtvaardigd als er geen andere, minder vergaande wegen openstaan om de participatie van minderheden te bevorderen: doorbreking van het ‘one man, one vote’-principe is een allerlaatste redmiddel. Ook is de maatregel alleen toegestaan op tijdelijke basis, totdat minderheden beter geïntegreerd zijn in het politieke systeem en maatregelen genomen kunnen worden die het ‘one man, one vote’-principe niet aantasten.3
Naast een doelbewuste doorbreking van het principe kan ook sprake zijn van maatregelen die het principe niet beogen te beperken, maar dit in de praktijk mogelijkerwijs wel doen. Dit risico ligt op de loer bij het toestaan van alternatieve stemvormen als de volmachtstem en de briefstem. Ook in dit kader heeft het EHRM zich (vooralsnog) niet gebogen over de verenigbaarheid met het beginsel van ‘one man, one vote’. Paragraaf 14.2 en 14.3, waarin de Nederlandse regeling omtrent de genoemde alternatieve stemvormen centraal staat, gaan nader op dit vraagstuk in.
Artikel 4 Gw waarborgt het gelijke kiesrecht door voor te schrijven dat iedere Nederlander ‘gelijkelijk recht [heeft om] de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen’. Uit de grondwetsgeschiedenis blijkt dat daarmee eerst en vooral werd beoogd om het beginsel van ‘one man, one vote’ te waarborgen. Gelijk kiesrecht houdt dus allereerst in dat alle kiezers over hetzelfde aantal stemmen moeten beschikken, waarbij in Nederland geldt dat iedere kiezer één stem krijgt.4 Het eerdergenoemde voorbeeld van Duitsland laat zien dat ook kiesstelsels mogelijk zijn waarin alle kiezers meerdere stemmen mogen uitbrengen. Ook deze constructie is, mits inderdaad alle kiezers twee stemmen mogen uitbrengen, in overeenstemming met het vereiste van gelijk kiesrecht in de zin van artikel 4 Gw. In antwoord op Kamervragen over de betekenis van het woord ‘gelijkelijk’ in artikel 4 Gw stelde de regering dat de formulering van het artikel in principe niet in de weg staat aan het toekennen van meervoudig stemrecht, zo lang dit recht maar aan alle kiezers zou toekomen.5
De in Nederland toegestane alternatieve stemvormen (volmachtstem en briefstem) zetten het beginsel onder druk, waarover zoals gezegd meer in hoofdstuk 14. Voor nu verdienen slechts enkele strafbepalingen opmerking, die beogen te voorkomen dat één kiezer meer dan één stem uitbrengt. Zo stelt artikel Z 1 Kw het vervalsen van stembiljetten, stempassen, kiezerspassen, volmachtbewijzen en briefstemmen strafbaar. Artikel Z 2 Kw sanctioneert vervolgens het gebruiken, doen gebruiken of voorhanden hebben van diezelfde documenten. Artikel Z 3 Kw heeft betrekking op het wederrechtelijk gebruiken of doen gebruiken van op zichzelf deugdelijke documenten.6 In het Wetboek van Strafrecht kan worden gewezen op artikel 128 Sr, dat het zich opzettelijk voor een ander uitgeven bij deelname aan de verkiezingen strafbaar stelt.