Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/8.8:8.8 Afsluiting
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/8.8
8.8 Afsluiting
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947900:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Evenals het algemene en het vrije kiesrecht, valt ook het uitgangspunt van gelijk kiesrecht uiteen in meerdere aspecten, die een verschillende mate van bescherming genieten. Het gelijkheidsbegrip in artikel 4 Gw heeft slechts een beperkte reikwijdte. Gelijkheid heeft hier betrekking op het principe van ‘one man, one vote’ en betekent daarnaast dat sprake moet zijn van (enigszins) gelijkwaardige stemmen. De samenhang met het gelijkheidsbeginsel is niet eenduidig te karakteriseren, zoals blijkt uit de uiteenlopende rechterlijke oordelen omtrent het ‘vrouwenstandpunt’ van de SGP. Het begrip kansengelijkheid, dat wel een rol speelt in de jurisprudentie van het EHRM over artikel 3 Protocol 1 EVRM, speelt in artikel 4 Gw in het geheel geen rol.
Het Hof biedt de sterkste bescherming in het geval van discriminatie bij de toekenning van kiesgerechtigdheid. Het uitsluiten van bevolkingsgroepen kan in de regel op afstraffing rekenen. Ook kwam het beginsel van ‘one man, one vote’ aan de orde, een op zichzelf vastomlijnd principe, dat echter niet in de weg staat aan alternatieve stemvormen als de volmachtstem en de briefstem, mits deze methoden met voldoende waarborgen zijn omkleed. Op andere gebieden is de door het EHRM geboden bescherming zwakker. Zo kwam het beginsel van gelijkwaardige stemmen voorbij, op welk gebied een toets aan artikel 3 Protocol 1 EVRM weinig soelaas biedt. De margin of appreciation van lidstaten staat vaak in de weg aan een oordeel over de verschillen in stemgewicht die een districtsindeling met zich brengt. Wel is het Hof in staat om de ondergrens te bewaken. Wanneer een gebied in het geheel niet in een districtsindeling is opgenomen, is duidelijk sprake van strijd met het beginsel van gelijk kiesrecht. Ook waar het de kansengelijkheid betreft, wordt de beperkende werking van de margin of appreciation op de toets van het EHRM zichtbaar. Het waarborgen van de kansengelijkheid van kandidaten vereist een neutrale opstelling van de overheid ten opzichte van de kandidaten, zodat zij over de jure gelijke mogelijkheden beschikken in de strijd om de kiezersgunst. Over de facto gelijkheid tussen kandidaten, alsmede over de invloed van eventuele verschillen op de verkiezingsuitslag, kan het Hof zich lastig uitlaten. De positieve verplichtingen van lidstaten onder artikel 3 Protocol 1 EVRM strekken zich tot het bewerkstelligen van een gelijk speelveld niet uit. Zo wordt duidelijk dat het waarborgen van het gelijke kiesrecht, in het bijzonder de gelijkwaardigheid van stemmen en de invulling van het begrip ‘kansengelijkheid’, in grote mate een verantwoordelijkheid van de lidstaten is. Een toets aan artikel 3 Protocol 1 EVRM biedt maar in een beperkt aantal gevallen uitkomst.