Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/3.4:3.4 Het doel van art. 2:11 BW: aansprakelijkheid van natuurlijk persoon-bestuurder
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/3.4
3.4 Het doel van art. 2:11 BW: aansprakelijkheid van natuurlijk persoon-bestuurder
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS297597:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Van Schilfgaarde 1986, p. 88.
Vgl. Van Schilfgaarde en Winter 2009, par. 49; Slagter 1996, p. 99; Asser/Maijer, Van Solinge en Nieuwe Weme, 2-II*, 2009, nr. 476.
Van der Heijden en Van der Grinten 1992, nr. 61.2.
Rechtbank Amsterdam 16 februari 2000, JOR 2000, 121 (Advideo Benelux), r.o. 5.4. Uit de uitspraak wordt overigens niet duidelijk wat bedoeld wordt met de aangevoerde “beperkte reikwijdte”.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tenzij de betreffende statuten anders bepalen, kan het tweedegraads bestuur bestuurstaken met betrekking tot de (indirect) bestuurde rechtspersoon delegeren aan anderen. Evenzeer geldt dat het tweedegraads bestuur – tenzij de betreffende statuten anders bepalen – bestuurstaken met betrekking tot de eerstegraads rechtspersoon-bestuurder kan delegeren. Het tweedegraads bestuur blijft echter verantwoordelijk, niet alleen ten opzichte van de rechtspersoon-bestuurder, maar tevens ten opzichte van de (indirect) bestuurde rechtspersoon. Art. 2:11 BW sluit bij die verantwoordelijkheid aan.1 Dat artikel maakt het namelijk mogelijk dat tweedegraads bestuurders aansprakelijk worden gesteld.
Het doel van art. 2:11 BW is dat met inachtneming van het feit dat een rechtspersoon kan optreden als bestuurder van een andere rechtspersoon uiteindelijk ten minste één natuurlijk persoon aangewezen kan worden die bestuursverantwoordelijkheid draagt. Art. 2:11 BW is bedoeld om te voorkomen dat een natuurlijk persoon aan bestuurdersaansprakelijkheid kan ontkomen door tussenschakeling van een of meerdere (door hem gecontroleerde) rechtspersoon- bestuurder(s).2 In het Handboek voor de NV en de BV wordt in dit kader opgemerkt dat het redelijk is dat de bestuurdersaansprakelijkheid van natuurlijke personen niet kan worden ontgaan door tussenschakeling van een rechtspersoon en dat de oplossing dat bestuurders van de rechtspersoon-bestuurder aansprakelijk zijn, het eenvoudigst is.3
In de jurisprudentie wordt vaak het doel van art. 2:11 BW uitdrukkelijk vermeld.
Zo merkt de Rechtbank Amsterdam in een uitspraak van 16 februari 2000 op dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat met art. 2:11 BW beoogd wordt te voorkomen dat natuurlijke personen zich aan de aansprakelijkheid kunnen onttrekken door een rechtspersoon tot bestuurder te doen benoemen. Daarmee verdraagt zich niet – aldus de rechtbank – de door één van de bij die zaak betrokken partijen bepleite beperkte reikwijdte van die bepaling.4