Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/9.2.4:9.2.4 De in het kader van mijn onderzoek opvallendste elementen van het Belgische recht
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/9.2.4
9.2.4 De in het kader van mijn onderzoek opvallendste elementen van het Belgische recht
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949888:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vorenstaande analyse van de Toezichtswet en de Verzekeringswet brengt mij tot de stelling dat het Belgische recht op het gebied van portefeuilleoverdrachten op belangrijke punten in relatie tot de rechten van polishouders eigenlijk vooruitstrevender is dan de Nederlandse regeling. In hoofdstuk 9.2.2 en 9.2.3. heb ik steeds beschreven hoe deze punten dan verschillen van het Nederlands recht. Om niet in herhaling te vervallen, laat ik dat hieronder achterwege. Ik vermeld deze punten in de volgorde waarin ik deze onderwerpen hiervoor heb besproken.
1. De Belgische wet bevat een limitatieve opsomming van de toetsingscriteria op grond waarvan de NBB (de Belgische prudentiële toezichthouder) kan weigeren om in te stemmen met een portefeuilleoverdracht, een juridische fusie of juridische splitsing van verzekeraars. Daarmee is duidelijk in welke ‘breedte’ aspecten door de prudentiële toezichthouder in de toetsing betrokken worden. De Belgische aanpak is naar mijn mening niet alleen in het belang van verzekeraars, maar ook in het belang van de polishouders.
2. In België is wettelijk geborgd dat geen portefeuilleoverdracht kan plaatsvinden zonder dat de NBB de FSMA (de Belgische gedragstoezichthouder) daarvan in kennis heeft gesteld. De NBB heeft een wettelijke verplichting om de FSMA in kennis te stellen van de aanvragen tot goedkeuring van portefeuilleoverdrachten en van haar beslissingen daarover. De verzekeraar is verplicht om de verzekeringnemer na de portefeuilleoverdracht daarover een individuele kennisgeving te sturen. Hij is ook wettelijk verplicht de FSMA daarvan een afschrift te sturen. De FSMA is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de bepalingen omtrent kennisgeving en opzegging. In België is dus geborgd dat de gedragstoezichthouder op de hoogte is van iedere portefeuilleoverdracht. Dat geeft de FSMA de gelegenheid zich daarin te verdiepen. Ook het afschrift van de kennisgeving aan verzekeringnemers kan aanleiding zijn voor de FSMA om met de verzekeraar in overleg te treden.
3. De NBB heeft een “eigen” wettelijke verplichting om bekend te maken dat zij toestemming heeft gegeven voor een portefeuilleoverdracht, een juridische fusie van verzekeraars of een juridische splitsing van verzekeraars. De NBB moet namelijk in het Belgisch Staatsblad en op haar website een uittreksel publiceren van elke beslissing tot goedkeuring daarvan.
4. Het is in België vereist dat de verzekeraar na de portefeuilleoverdracht een individuele kennisgeving verstuurt aan de verzekeringnemers. Hetzelfde geldt in het geval van een juridische fusie of juridische splitsing van verzekeraars. Aan het versturen van deze kennisgevingen aan verzekeringnemers wordt in België veel belang gehecht.
5. In België hebben zowel verzekeringnemers van schadeverzekeringen als van levensverzekeringen het recht om de verzekeringsovereenkomst na een portefeuilleoverdracht, een juridische fusie van verzekeraars en een juridische splitsing van verzekeraars op te zeggen. Verzekeringnemers kunnen de verzekeringsovereenkomst gedurende drie maanden na de publicatie in het Belgisch Staatsblad opzeggen. De opzegging wordt een maand na de opzegging van kracht. Het opzegrecht van verzekeringnemers geldt niet indien de verkrijgende verzekeraar deel uitmaakt van eenzelfde geconsolideerd geheel als de overdragende verzekeraar. Gelet op de nadelen die voor de verzekeringnemer verbonden zijn aan het afkopen van een levensverzekering zou ik niet willen stellen dat het Belgisch recht op dit punt vooruitstrevender is dan het Nederlands recht dat in de Wft bij levensverzekeringen een verzetrecht regelt. Wel komt hierdoor de vraag op of een Nederlandse verzekeraar ook een verplichting zou moeten hebben bij een portefeuilleoverdracht mee te werken aan een afkoop van een lijfrenteverzekering.
In hoofdstuk 10.4 doe ik aanbevelingen om de rechtspositie van een Nederlandse polishouder die betrokken is bij een portefeuilleoverdracht, juridische fusie of juridische splitsing te verbeteren. Deze onderwerpen uit het Belgisch recht zal ik daarin verwerken.