Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/9.2.2
9.2.2 De Belgische Wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949771:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Schuermans en Van Schoubrouck 2015, p. 154-155 (over de artikelen 74, 75 en 78 Controlewet Verzekeringen met een overeenkomstige regeling); Vansweevelt en Weyts 2016, p. 241-242; Fostier, Lodewijckx en Hamels, Tijdschrift voor Verzekeringen september 2020, p. 235-262.
Art. 102 Toezichtswet is complexer gestructureerd dan het op het eerste gezicht lijkt op grond van deze volzin met de voor mijn onderzoek relevante essentie van dit wetsartikel. Op grond van dit wetsartikel is de voorafgaande toestemming van de NBB vereist voor (1) de strategische beslissingen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming; (2) fusies waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is betrokken, evenals splitsingen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen; (3) de overdracht van alle of een deel van de activiteiten, met inbegrip van de volledige of de gedeeltelijke overdracht van een portefeuille, waardoor de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten worden overgedragen. Strikt genomen zullen portefeuilleoverdrachten, juridische fusies en juridische splitsingen in beginsel ook kwalificeren als strategische beslissingen zoals bedoeld onder 1 van art. 102 Toezichtswet. Ik veronderstel dat deze handelingen voor de duidelijkheid apart worden genoemd. De definitie die in art. 15 (onder nummer 77) van de Toezichtswet wordt gegeven van “strategische beslissingen” is zeer ruim: “een beslissing die een zeker belang heeft en daardoor een globalere impact kan hebben op de onderneming, in de mate dat zij gevolgen heeft voor verschillende functies van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en die betrekking heeft op elke investering, desinvestering, deelneming of strategische samenwerkingsrelatie van de onderneming, met name een beslissing tot aankoop of oprichting van een andere onderneming, tot oprichting van een joint venture, tot vestiging in een andere lidstaat of derde land, tot het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst, tot het inbrengen of het kopen van een bedrijfstak, tot het aangaan van een fusie of een splitsing. (…)”. Zie over het vereiste van toestemming van de NBB voor een “strategische beslissing” van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming Fostier, Lodewijckx en Hamels, Tijdschrift voor Verzekeringen september 2020, p. 248-250.
Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking), PbEU 2009, L 335.
Parl.St. Kamer, Doc 54, 1584/001, p. 107, gepubliceerd op de website https://www.dekamer.be.Zo ook Fostier, Lodewijckx en Hamels, Tijdschrift voor Verzekeringen september 2020, p. 249.
DNB Toelichting 2019, p. 11. Zie hoofdstuk 6.2 van dit proefschrift.
Algemeen samenwerkingsprotocol tussen de Nationale Bank van België en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten met het oog op de coördinatie van het toezicht op de instellingen die onder hun respectievelijk toezicht vallen, https://www.nbb.be/doc/cp/nl/vi/accord_collaboration/accord/pdf/nbb_fsma_2013_03_14.pdf, artikel 3.
Afdeling 3.5.1A Wft, opgenomen in het Deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen van de Wft, regelt de portefeuilleoverdracht. Deze afdeling bevat géén verplichting van DNB om de AFM over aanvragen van instemming met een portefeuilleoverdracht, of de beslissingen daarover, te informeren. Hoofdstuk 1.3 van het Algemeen deel van de Wft regelt de samenwerking tussen toezichthouders. Afdeling 1.3.1 daarvan, met de titel: Samenwerking toezichthouders nationaal, bevat ook géén verplichting van DNB om de AFM over aanvragen van instemming met een portefeuilleoverdracht, of de beslissingen daarover, te informeren. In het in die afdeling opgenomen art. 1:47b Wft is wél bepaald dat DNB de AFM in de daar omschreven gevallen in de gelegenheid moet stellen advies uit te brengen alvorens zij een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in art. 3:95 Wft verleent. Van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in art. 3:95 Wft is bij een portefeuilleoverdracht geen sprake. Zie hoofdstuk 6.3 van dit proefschrift voor een toelichting op art. 3:95 Wft. Ook het samenwerkingsconvenant tussen de AFM en DNB bevat géén verplichting van DNB om de AFM over aanvragen van instemming met een portefeuilleoverdracht, of de beslissingen daarover, te informeren. Een nieuwe versie van dit convenant is gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant van 13 juli 2023, nr. 19513. Overigens is in art. 1.1.1 van dit convenant wel bepaald dat de toezichthouders elkaar actief informeren over ontwikkelingen bij onder toezicht staande instellingen, die voor de ander relevant zijn.
In dit art. 106 Toezichtswet staat dan vervolgens: “Onverminderd de artikelen 17 en 18 van de Wet Verzekeringen is, zodra de goedkeuring van de Bank in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd is, elke gehele of gedeeltelijke overdracht van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit deze verrichtingen tegenwerpbaar aan derden, met name aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden, met inbegrip van iedere derde die een recht van voorkoop heeft of de begunstigde is van een goedkeuringsclausule ten aanzien van een actief dat het voorwerp uitmaakt van een dergelijke overdracht, ongeacht of dit recht of deze clausule is vastgelegd in een overeenkomst, in statuten of in de wet.” De artikelen 17 en 18 van de Verzekeringswet bespreek ik hierna. De publicatie in het Belgisch Staatsblad is dus noodzakelijk om de portefeuilleoverdracht aan genoemde betrokkenen te kunnen ‘tegenwerpen’.Het zinsdeel met betrekking tot derden die een recht van voorkoop hebben of de begunstigde zijn van een goedkeuringsclausule, is sinds 1 januari 2023 toegevoegd aan art. 106 Toezichtswet. Dit artikel werd toen gewijzigd door de “Wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen.” Ik veronderstel dat dit zinsdeel in het geval van de volledige of de gedeeltelijke overdracht van uitsluitend een portefeuille van verzekeringsovereenkomsten niet relevant is. Ten aanzien van deze verzekeringsovereenkomsten zal immers van een recht van voorkoop of een goedkeuringsclausule geen sprake zijn.
Zie bijvoorbeeld de mededeling van de NBB van 20 december 2021: “Nationale Bank van België. Toestemming voor de overdracht van rechten en verplichtingen door een verzekeringsonderneming naar Belgisch recht. Overeenkomstig artikel 102 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, heeft het Directiecomité van de Nationale Bank van België toestemming verleend, tijdens zijn zittingen van 23 november 2021 en 14 december 2021, voor de overdracht van de verzekeringsactiviteiten van de verzekeringsonderneming Integrale NV, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is 11/101 Place Saint Jacques te 4000 Luik, in het bijzonder al de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit al de levensverzekeringsovereenkomsten behorende tot de takken 21 en 23 en de medeverzekeringsovereenkomsten en de herverzekeringsovereenkomsten betreffende deze takken, evenals van de activa die ter dekking van die verplichtingen worden aangehouden met uitzondering van de activa waarnaar specifiek wordt verwezen in de contractuele documentatie met betrekking tot deze overdracht, aan de verzekeringsonderneming Monument Assurance Belgium NV, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is Koloniënstraat 11 te 1000 Brussel. De overdracht heeft uitwerking op 15 december 2021. Overeenkomstig artikel 106, eerste lid van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekeringsondernemingen maakt voorliggende publicatie deze overdracht van de rechten en verplichtingen tegenstelbaar aan derden, met name aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden, onverminderd de artikelen 17 en 18 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen of, in voorkomend geval, de gelijkwaardige bepalingen van buitenlands recht die op deze overeenkomsten van toepassing zijn.”
In de mededeling van de NBB van 7 oktober 2020 stond de tekst “Overeenkomstig artikel 106, eerste lid van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen maakt voorliggende publicatie deze overdracht tegenstelbaar aan derden, met name aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden, onverminderd de mogelijkheid de overeenkomst op te zeggen volgens de in artikel 18 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen voorgeschreven wijzen.” In de meeste andere mededelingen staat aan het slot: “Overeenkomstig artikel 17 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen maakt voorliggende publicatie deze overdracht, wat betreft risico’s of verbintenissen gelegen in België, tegenstelbaar aan de verzekeringnemers, de verzekerden, de begunstigden en alle derden die belang hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomsten.” Sinds de in voetnoot 29 vermelde wijziging van art. 106 Toezichtswet (per 1 januari 2023) wordt in sommige van de mededelingen aan het slot een uitgebreidere tekst gebruikt met daarin ook het nieuwe zinsdeel van art. 106 Toezichtswet.
Zie hoofdstuk 6.7.4.1. van dit onderzoek.
Zie bijvoorbeeld de mededeling van de NBB van 4 maart 2021.
Zie bijvoorbeeld de mededeling van de NBB van 20 november 2019.
Voorzieningenrechter Rb. Rotterdam 12 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5587, JOR 2019/256, m.nt. S.M.C. Nuijten, PJ 2019/114 (Optas).
Zie voor een verdere bespreking van de juridische aspecten van een verzoek aan DNB om het instemmingsbesluit te verstrekken hoofdstuk 6.6.5.
De Belgische regeling van de portefeuilleoverdracht (en andere bijzondere verrichtingen) is opgenomen in artikel 102 tot en met 106 Toezichtswet.1
Art. 102 Toezichtswet: toetsingscriteria NBB staan in de wet
Op grond van art. 102 Toezichtswet is de voorafgaande toestemming van de NBB vereist voor portefeuilleoverdrachten, juridische fusies waarbij verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn betrokken, evenals voor juridische splitsingen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.2
De NBB mag volgens art. 102 Toezichtswet haar toestemming enkel weigeren (1) om redenen die verband houden met het vermogen van de onderneming om te voldoen aan de bepalingen die door of krachtens de Toezichtswet of de maatregelen tot uitvoering van de Solvency II richtlijn3 zijn opgelegd, (2) om redenen die verband houden met een gezond en voorzichtig beleid van de onderneming, of (3) indien de beslissing de stabiliteit van het financiële stelsel ernstig zou kunnen aantasten. Het gaat hier om een limitatieve opsomming van de weigeringsgronden.4 In het wetsartikel staat (sinds 1 juni 2019) expliciet dat deze criteria in het geval van een portefeuilleoverdracht zowel beoordeeld worden voor de overdragende onderneming als voor de overnemende onderneming, voor zover die ondernemingen onder het toezicht staan van de NBB.
De Nederlandse Wft bevat géén overeenkomstige bepaling. Afdeling 3.5.1A Wft, waarin de portefeuilleoverdracht wordt geregeld, bevat geen bepaling waarin wordt opgesomd op welke gronden DNB de instemming met een portefeuilleoverdracht mag weigeren. In het in deze afdeling opgenomen art. 3:118 lid 1 Wft is vermeld dat DNB slechts instemt met een overdracht aan een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland, indien deze levensverzekeraar of schadeverzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste en er bij DNB geen bedenkingen bestaan tegen de overdracht. In de Wft is dus uitsluitend het criterium van het voldoen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste expliciet vermeld. Het Nederlandse artikel vermeldt geen nadere weigeringsgronden, of zo men wil, toetsingscriteria. Volgens de toelichting van DNB op deze regeling komt de beoordeling van DNB erop neer, dat DNB onderzoekt of de overdragende en de verkrijgende verzekeraar na de overdracht aan alle wettelijke eisen kunnen voldoen, waaronder de solvabiliteitsvereisten, eisen aan een beheerste bedrijfsvoering en eisen aan de governance van de verzekeraar.5 Deze beschrijving lijkt op de beschrijving van het eerste door de NBB gehanteerde criterium. Ik veronderstel dat DNB tevens toetst aan het tweede en derde criterium vermeld in art. 102 van de Belgische Toezichtswet. Of anders gezegd, waarschijnlijk houdt de door DNB omschreven toetsing van de aanvraag van instemming met een portefeuilleoverdracht een toetsing in aan alle in art. 102 Toezichtswet vermelde criteria. DNB zal niet tot het oordeel komen dat de overdragende en verkrijgende verzekeraar na de overdracht aan alle wettelijke eisen kunnen blijven voldoen, als er na de overdracht geen sprake is van een gezond en voorzichtig beleid van de onderneming, of de beslissing de stabiliteit van het financiële stelsel ernstig zou kunnen aantasten. DNB is immers, net als de NBB, de toezichthouder die verantwoordelijk is voor het prudentieel toezicht. Prudentieel toezicht is gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en de stabiliteit van het financiële stelsel.6
Om een aantal redenen gaat mijn voorkeur uit naar de aanpak van de Belgische wetgever om de toetsingscriteria van de toezichthouder voor een dergelijk besluit wél in de wet te vermelden. In hoofdstuk 10.4 zal ik dit bij mijn aanbevelingen nader uitwerken.
Art. 105 Toezichtswet: de NBB informeert de FSMA
Op grond van art. 105 Toezichtswet moet de NBB de FSMA in kennis stellen van de aanvragen tot goedkeuring van portefeuilleoverdrachten. De NBB stelt de FSMA ook in kennis van haar beslissingen over de aanvragen. Deze wettelijke verplichtingen gelden niet in het geval van juridische fusies en juridische splitsingen. Overigens is er ook een algemeen samenwerkingsprotocol tussen de NBB en de FSMA op grond waarvan de ene toezichthouder aan de andere toezichthouder uit eigen beweging de informatie mededeelt waarover zij beschikt in het kader van de uitoefening van haar wettelijke opdrachten, indien die informatie haar van “betekenisvol belang” of relevant lijkt voor de uitoefening van de toezichtsbevoegdheden van de andere autoriteit.7 De Nederlandse Wft bevat geen verplichting van DNB om de AFM over aanvragen van instemming met een portefeuilleoverdracht, of de beslissingen daarover, te informeren.8
Art. 106 Toezichtswet: de NBB publiceert een uittreksel van het instemmingsbesluit in het Belgisch Staatsblad en op de website van de NBB
In Nederland rust er op DNB geen verplichting om bekend te maken dat zij een instemmingsbesluit over een portefeuilleoverdracht, een juridische fusie of een juridische splitsing van verzekeraars heeft genomen. Advertenties die in de loop van het proces in de Staatscourant of landelijke dagbladen worden geplaatst, zijn advertenties die worden geplaatst door één van de betrokken verzekeraars. In België heeft de NBB die verplichting wél. De NBB moet op grond van art. 106 Toezichtswet in het Belgisch Staatsblad een uittreksel van elke beslissing tot goedkeuring van een portefeuilleoverdracht, een juridische fusie of een juridische splitsing van verzekeraars publiceren.9 In hetzelfde wetsartikel is bepaald dat bedoelde uittreksels ook ter informatie op de website van de NBB worden gepubliceerd. De mededelingen van de NBB dát zij heeft ingestemd zijn kort en kernachtig.10 In die mededelingen wordt in beginsel11 niet vermeld dat de verzekeringnemer op grond van art. 18 Verzekeringswet het recht heeft de verzekeringsovereenkomst naar aanleiding van de portefeuilleoverdracht, de juridische fusie of de juridische splitsing op te zeggen. De mededelingen van de NBB verschillen met name van elkaar ten aanzien van de omschrijving van de verzekeringsportefeuille. Net zoals in Nederland in de op grond van de Wft te plaatsen advertenties over portefeuilleoverdrachten,12 wordt aan de hand van de specifieke situatie bekeken welke omschrijving adequaat is. Het kan bijvoorbeeld gaan om een omschrijving aan de hand van de historische namen van de overdragende verzekeraar13 of een vermelding van de assurantietussenpersoon die heeft bemiddeld bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomsten.14 Alle mededelingen zijn tweetalig (in het Nederlands en Frans).
Het is uiteraard ook hier de vraag hoe groot de kans is dat een verzekeringnemer de mededeling van de NBB (in het Belgisch Staatsblad of op haar website) daadwerkelijk ziet. Die kans lijkt klein. In België is het echter wettelijk zo geregeld dat de verzekeringnemer ook een individuele kennisgeving toegestuurd moet krijgen dat een portefeuilleoverdracht heeft plaatsgevonden (art. 17 Verzekeringswet juncto art. 34 en 36 Verzekeringswet, zie hierna hoofdstuk 9.2.3.). Door de individuele kennisgeving zijn verzekeringnemers op de hoogte van de portefeuilleoverdracht. De mededelingen in het Belgisch Staatsblad en op de website van de NBB zullen dus naar ik aanneem met name van belang zijn voor andere betrokkenen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om begunstigden van de levensverzekeringen, assurantietussenpersonen en crediteuren van de betrokken verzekeraars. Zij moeten de website van de NBB dan wel regelmatig raadplegen. Overigens vormen de mededelingen van de NBB natuurlijk ook een vangnet voor verzekeringnemers waarvan de verzekeraar niet over het juiste adres beschikt. Verzekeringnemers die “achterlopen” met hun administratie kunnen er dus eventueel voor kiezen, bijvoorbeeld naar aanleiding van een of ander signaal in de markt over een transactie waarbij hun verzekeraar is betrokken, de website van de NBB eens te raadplegen.
De wijze van denken in België over transparantie ten aanzien van het nemen van een dergelijk instemmingsbesluit verschilt dus nogal van de wijze van denken van DNB hierover. Ik breng in herinnering dat DNB zich blijkens één van de uitspraken naar aanleiding van de juridische fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering op het standpunt stelde dat niet kon worden medegedeeld óf DNB hierover al een instemmingsbesluit had genomen.15 De voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam besliste vervolgens dat DNB zich jegens verzoekster (een uitkeringsgerechtigde) ten onrechte op haar geheimhoudingsverplichtingen beriep. DNB moest aan verzoekster, als belanghebbende in de zin van art. 1:2 Algemene wet bestuursrecht bij het instemmingsbesluit, daarvan een afschrift verstrekken.16 Ik meen, mede in het licht van deze uitspraak, dat DNB de praktijk van de NBB om op de eigen website mededeling te doen van het instemmingsbesluit zou behoren over te nemen. Bij mijn aanbevelingen in hoofdstuk 10.4 zal ik daar verder op in gaan.