Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.3.3.2
II.5.3.3.2 Keuzelegaat (ten aanzien van de omvang van het vorderingsrecht)
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625085:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6:17 BW: ‘1. Een verbintenis is alternatief, wanneer de schuldenaar verplicht is tot één van twee of meer verschillende prestaties ter keuze van hemzelf, van de schuldeiser of van een derde. 2. De keuze komt toe aan de schuldenaar, tenzij uit wet, gewoonte of rechtshandeling anders voortvloeit.’
Kamerstukken I 2001/02, 27021, 111a, p. 6 (MvA I bezemwet), Parl. Gesch. Inv., p. 1564: ‘Waar een keuzelegaat naar huidig recht algemeen geacht wordt geen ongeoorloofde delegatie van de laatste wil in te houden (zo ook Asser-Van der Ploeg-Perrick, nr. 80), zie ik voorts geen reden om aan te nemen dat zulks anders zou zijn onder het nieuwe erfrecht, ook niet als het gaat om een keuzelegaat in combinatie met de wettelijke verdeling. Inderdaad zou de echtgenoot daarbij kunnen bepalen of hij – bij verwerping van de nalatenschap c.q. ongedaanmaking van de wettelijke verdeling – alle goederen der nalatenschap als legataris verkrijgt zonder verplichting tot inbreng, dan wel of hij genoegen neemt met de wettelijke verdeling en de bijbehorende vorderingen van de kinderen. Echter, ook bij een gewoon (niet-keuze)legaat van de gehele nalatenschap, of bij afzonderlijke legaten van alle afzonderlijke goederen der nalatenschap, kan de echtgenoot door al of niet verwerping daarvan dezelfde gevolgen bereiken.’
Art. 4:201 lid 1 BW bepaalt dat een legaat verkregen wordt zonder dat een aanvaarding nodig is, behoudens de bevoegdheid van de legataris om het legaat te verwerpen zolang hij het niet aanvaard heeft.
Kraan 1989, p. 428. Zie over het keuzelegaat en wilsdelegatie ook Bauduin 2012c.
Een in de testamentenpraktijk veel voorkomend legaat met keuzebevoegdheid is het zogenoemde keuzelegaat. Het betreft een legaat waarbij de legataris (vaak de langstlevende echtgenote) de vrije keuze heeft uit bepaalde of alle goederen van de nalatenschap. Bijvoorbeeld: ‘ik legateer aan mijn echtgenote de volle eigendom van de tot mijn nalatenschap behorende goederen die zij zal verkiezen, onder verplichting tot inbreng van de waarde daarvan’ of ‘ik legateer aan mijn echtgenote die afzonderlijke goederen behorende tot mijn nalatenschap welke zij kiest.’ De variant van het vruchtgebruiklegaat van de nalatenschap of een zodanig gedeelte als de legataris zal verkiezen, wordt ook dikwijls in uiterste willen bespeurd.
Het keuzelegaat kan mijns inziens worden beschouwd als een vorm van de hierboven in paragraaf 5.3.3.1 genoemde alternatieve verbintenis (vgl. ook paragraaf 4.3.6.3).1
Het keuzelegaat wordt algemeen geaccepteerd en niet als een verboden wilsdelegatie beschouwd.2 Overigens kan worden betwijfeld of bij het keuzelegaat überhaupt wel van wilsdelegatie sprake is. Verdedigd kan worden dat het bij het keuzelegaat net zoveel legaten betreft als goederen en dat een legataris nu eenmaal op grond van de wet bevoegd is om het ene legaat te aanvaarden en het andere te verwerpen (art. 4:201 BW).3 Op deze manier kan hij de goederen verkrijgen, die hij wenst. Van wilsdelegatie is dan geen sprake.4
Toch moet ook dan, indien een keuzelegaat op zich niet als wilsdelegatie wordt beschouwd, beseft worden dat door het opnemen van meerdere soorten keuzelegaten in één uiterste wil, van wilsdelegatie wel degelijk sprake kan zijn. Dat zien we bijvoorbeeld in Hof Amsterdam 21 juni 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1599.